Rol van boegbeeld past Mulder

VAN ONZE VERSLAGGEVER MARK MISÉRUS

APELDOORN - Stijf van de zenuwen stonden sommige Nederlanders toen ze door hun coaches de piste in Apeldoorn werden opgestuurd. De confrontatie met de tot de nok toe gevulde tribunes leverde niet bij iedereen een thuisvoordeel op tijdens de WK baanwielrennen.

Maar wat zei Teun Mulder nadat hij na brons op de keirin zondag ook zilver behaalde op zijn tweede individuele nummer? Dat hij 'best onbevangen' had kunnen fietsen door het Omnisport. De muur van geluid die hem begeleidde tijdens de kilometer, vond de titelverdediger juist een 'schitterende ervaring'.

Door middel van een metershoge versie van hemzelf boven de entree van het sportcomplex was Mulder vooraf al gebombardeerd tot symbool van het toernooi en van de Nederlandse ploeg. Het was een rol die hem niet bij voorbaat leek te passen.

Juist in de schaduw van Theo Bos werkte hij zich op tot een van de beste sprinters ter wereld. Totdat Bos voor de weg koos en Nederland in de snelheidsonderdelen nog maar over één toprenner beschikte die door zijn acht WK-finales op rij op de keirin door zijn collega's al tot keizer van het onderdeel is bestempeld.

In Apeldoorn ontpopte de 29-jarige Mulder zich daarbij ook als de man die zijn land over een dood punt hielp. Na drie medailleloze dagen kwam zijn bronzen medaille op de keirin, een hoog aangeschreven olympisch nummer, als geroepen.

IJzig stil was het soms geweest in de Nederlandse box op het middenterrein. Willy Kanis kon mede vanwege rugklachten geen indruk maken in de sprintnummers. Marianne Vos bleef op de puntenkoers buiten bereik van de medailles en de teamonderdelen verliepen al niet veel beter.

Er werd gevloekt en getreurd, toen Nederland op een roemloze eindbalans leek af te stevenen. Het ontging Mulder voor een groot deel. Die liet zijn humeur slechts bepalen door wat zijn lichaam hem vertelde.

Toen hij zaterdag aan de finale van de keirin begon, voelde hij zich gespannen maar niet verlamd door de zenuwen. Die combinatie bleek ook een dag later een medaille waard, al was het wederom geen gouden.

René Wolff, de bondscoach van de sprinters, prees zijn renner omdat die op een stroeve baan zichzelf nog meer op de pijnbank had moeten leggen dan vorig jaar op de snellere WK-piste in Kopenhagen. Maar voor Mulder was er maar één conclusie mogelijk: hij was content met zijn twee medailles, maar er zat geen gouden bij.

Hard blijven trainen en overschakelen naar een nog zwaarder verzet, noemde hij de ingrediënten waarmee hij de komende anderhalf jaar progressie hoopt te blijven boeken. Bij de Spelen in Londen denkt hij kans te kunnen maken op twee medailles, al lijkt eremetaal op de keirin eerder voor de hand te liggen dan op de sprint.

Een olympische medaille is de enige die nog mist. 'Maar wat het ook wordt, Mulder haalt de Spelen op eigen kracht wel', zei Thorwald Veneberg, technisch directeur van de KNWU. Het zijn andere renners aan wie de verantwoordelijken bij de wielerunie hun handen voller zullen hebben.

Volgens Veneberg worden er met alle renners persoonlijke gesprekken gevoerd om hun mentale sterkten en zwakten te ontdekken. Het nut ervan was hem nog meer duidelijk toen hij zag hoe sommigen worstelden met de opdracht zich voor eigen publiek te tonen. Er is mentale interventie nodig, zei hij. 'Een sprint is fysiek al slopend. Misschien moeten we Willy Kanis nog meer mentale ondersteuning geven', zei hij.

Dat het daarbij boegbeelden als Vos, Mulder, Bos en Schep waren die zich juist lieten opjutten doorhet publiek, verbaasde Veneberg niet. Zij zijn ook degenen die hun jongere collega's moeten bewegen mee te duiken in het gat dat na de Spelen van 2008 is ontstaan.

Bovendien behoefden de prestaties in Apeldoorn een strakke schifting. Van de vijf medailles die Nederland behaalde, wren er er maar twee op olympische onderdelen

Net als Mulder behaalde Kirsten Wild een bronzen medaille waarmee ze vooruit kan op het omnium, de meerkamp van het baanprogramma. Welke renster de Nederlandse eer in Londen mag verdedigen, Vos of Wild, zal vast nog wel een stevige discussie opleveren. 'Ik heb in elk geval laten zien dat ik het kan', zei Wild, die Vos in een bike-off van WK-deelname op het onderdeel afhield.

Voor de bondscoaches bestond er geen onderscheid tussen olympische medailles en niet-olympisch. 'Elke medaille telt bij een WK in eigen land', vond Wolff. Maar die opvatting werd door de Australiërs en de tegenvallende Britten niet gedeeld. 'Het gaat alleen maar om de olympische nummers', zei Shane Sutton, de Australische hoofdcoach van de Britten.

De prestaties bij de Spelen bepalen behalve het aanzien van een sport ook de subsidiegelden voor de olympiade daarop, zei Veneberg wel. 'Dus olympisch of niet, maakt zeker een verschil.' In dat opzicht hangt er nog meer af van Mulder, die bij de WK in eigen land overtuigend de Nederlandse wederopstanding inleidde.

Zie ook pagina 6 & 7

undefined

Meer over