Roerloze naakten in een spoorwegstation

De Belgische schilder Paul Delvaux is woensdagochtend op 96-jarige leeftijd in het Vlaamse Veurne overleden. Hij schilderde vanaf de jaren dertig een magische wereld, taferelen met naakten in door maanlicht beschenen stations en tuinen....

PAUL DEPONDT

UIT waardering voor zijn werk kreeg hij ooit van de Belgische Spoorwegen de pet van een stationschef. Hij was zelfs ere-stationschef. De 'surrealistische' schilder Paul Delvaux, die chef van een spoorwegstation had willen zijn en in zijn atelier speelgoedtreintjes verzamelde, heeft tientallen verlaten stations geschilderd. Het zijn bewegingsloze taferelen met roerloze naakten, soms navrante droombeelden van gehypnotiseerde vrouwen en skeletten in tijdloze landschappen.

Het zijn, naar eigen zeggen, 'geschilderde dromen'. In elk schilderij wilde Delvaux iets van een droom terugvinden. Zijn oeuvre is een onwezenlijke wereld, die van een bijzonder en uitgesproken somber licht - een soort 'vloeibaar radium' - is doortrokken.

Andy Warhol heeft in Brussel nog portretten van hem gemaakt, silhouetten van een fors gebouwde man. Hij was in zijn geliefde ..orne, zoals baron James Ensor dat was in zijn Oostendse schelpjeswinkel, een wandelende legende. Hij was een massieve figuur met witte wapperende haren en schichtig heen en weer vliegende ogen.

Delvaux werd in 1897 in Autheit nabij Hoei geboren als zoon van een succesrijk advocaat. Hij was voorbestemd om zijn vader op te volgen. Maar de jonge Delvaux was een veel te dromerig type dat liever schilderde en tekende.

Na mislukte architectuurstudies begon hij een schilderscarrière. In het begin was Delvaux zeer beïnvloed door het werk van Ensor, Gust de Smet en Constant Permeke. In de jaren dertig raakte hij, na een expressionistische periode, in de ban van het magische en surrealistische oeuvre van René Magritte en de 'metafysische' schilderkunst van Giorgio de Chirico.

Veel van zijn werk herinnert aan De Chirico's fatale pleinen, aan die stille en hersenschimmige wereld. Maar ook de verwantschap met Carel Willinck en met Balthus is opvallend. Delvaux maakte geen deel uit van een schilderschool of groep. Hij was een Einzelgänger. Hij verwierp het dogmatisme van 'de Paus van het surrealisme', André Breton, die met vrijwel iedereen gebrouilleerd was. Hij heeft zich ook nooit bij hen aangesloten. Breton heeft hij zelfs nooit ontmoet. Voor Delvaux was het surrealisme maar een korte periode van ommekeer. Hij exposeerde met de surrealisten. Delvaux echter was vooral geïnteresseerd in het poëtische surrealisme, in surreële droombeelden.

Delvaux was geen flamboyant kunstenaarstype, zoals Dalì, maar leefde eerder teruggetrokken. Succes interesseerde hem niet. Sommigen vonden zijn schilderijen aanstootgevend. In Oostende hing in de jaren zestig nog bij zijn werk een bordje: alleen voor volwassenen. Op bevel van het Vaticaan zijn ooit schilderijen van hem uit de Biënnale van Venetië verwijderd. De prelaten vonden dat zijn bekende kruisiging, een calvarieberg met uitsluitend geraamten, niet strookte met de leer van de kerk.

'Wat telt is de emotie en wat men uit die emotie weet te puren', beweerde Delvaux. 'Mijn werk heeft mij altijd gepassioneerd, en ik hoopte dat wat ik maakte goed was, maar ik heb voortdurend aan mezelf getwijfeld.'

Hij schilderde vrouwen 'omdat ze begeerlijk zijn en mooi', liggend op een canapé of op pleinen en vooral in stations. 'Op mijn schilderijen is de vrouw een vrouwelijke vorm die past in een bepaald kader en daarin een zelfstandig leven leidt', zei Delvaux in een interview met Vrij Nederland. 'Het is natuurlijk wel zo, dat wanneer de man in haar nabijheid verschijnt hij, om zo te zeggen, de grootsheid van het vrouwelijk silhouet te niet doet. Zijn aanwezigheid verleent aan de vrouwelijke figuur een anekdotisch aspect.'

Delvaux schilderde ook macabere taferelen met schedels en geraamten. Herhaaldelijk heeft hij het bekende museum Spitzner uitgebeeld, de wassenbeeldcollectie van anomalieën die in de jaren vijftig op kermissen was te zien. Vooral de morbide sfeer van die verzameling interesseerde hem. Hij schilderde echter niet het museum zelf, maar iets dat in hem opkwam toen hij aan het museum dacht. Het is het werk van een mijmeraar.

In zijn oude atelier in Sint-Idesbald is een Delvaux-museum gevestigd met zijn belangrijkste schilderijen en rekwisieten, onder meer de speeldgoedtreintjes die hij verzamelde. Het Rotterdamse Boymansvan Beuningen is het enige Nederlandse museum dat werk van hem in de collectie heeft. Als hommage aan de overleden schilder hangt vanaf vandaag De rode stad in een van de museumzalen.

Paul Depondt

Meer over