Roep in Duitsland om verbod van NPD

In Duitsland is opnieuw een debat ontbrand over een verbod van de rechts-extreme Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), die in twee deelstaatparlementen is vertegenwoordigd.

Voor de aanhouding, op woensdag, van twee verdachten stond voor de pers al vast dat extreem-rechts achter het voorval zit. Mannichl is namelijk een energiek bestrijder van neo-nazi’s. Zo liet hij op Volkstrauertag in november – de dag waarop Duitsland zijn doden uit beide wereldoorlogen herdenkt – de deelnemers aan een NPD-manifestatie op een militaire begraafplaats nadrukkelijk observeren. In een persbericht verweet de NPD Mannichl dat hij ‘met belastinggeld betaalde politie-beambten’ inzette voor de ‘provocatie van de nationale oppositie’.

Een paar maanden eerder gaven Mannichl en zijn beambten acte de présence tijdens de begrafenis van de vroegere NPD-activist Friedhelm Busse. Daags na de ceremonie liet hij het graf van Busse openen om de zwart-wit-rode ‘rijksvlag’ met hakenkruis te verwijderen die Busses medestanders over diens kist hadden gedrapeerd.

De man die Mannichl zaterdag neerstak, refereerde volgens zijn slachtoffer aan deze ingreep met de woorden: ‘Jij links politievarken, jij trapt niet meer op het graf van onze kameraden.’ De dader lijkt zijn daad overigens niet te hebben beraamd. Mannichl werd bewerkt met het mes dat hij bij z’n voordeur had neergelegd om bezoekers – naar lokaal adventsgebruik - in de gelegenheid te stellen een stuk van de zelfgemaakte peperkoek af te snijden.

In de opwinding waartoe het incident aanleiding gaf, werd de steekpartij echter vergeleken met de eerste acties tegen overheidsdienaren door de Rote Armee Fraktion – begin jaren zeventig. Hoewel vooralsnog niets op een solide organisatiestructuur bij extreem-rechts duidt, wordt al van een Braune Armee Fraktion gesproken.

NPD-voorzitter Udo Voigt veroordeelde de aanslag, maar deed dit meer op taktische dan op principiële gronden. De dader heeft, aldus Voigt, ‘niet alleen de NPD, maar het gezamenlijke nationale verzet een zeer slechte dienst bewezen’. Mannichl zal na zijn genezing als martelaar kunnen poseren, zei Voigt. En dat terwijl hij ‘zijn ambt voortdurend heeft misbruikt’ om waarachtige nationalisten te provoceren.

Een uiting van medeleven klinkt anders. De woorden van Voigt werden dan ook per omgaande aangegrepen door pleitbezorgers van een NPD-verbod. In 2001 heeft de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Otto Schily (SPD) al een poging gedaan de partij – die jaarlijks bijna anderhalf miljoen euro overheidssubsidie ontvangt – uit de legaliteit te bannen.

De Hoge Raad stond dit echter niet toe omdat de bewijzen van het staatsondermijnende karakter van de NPD door de inzet van infiltranten waren verkregen.

De regering wil echter niet van hun inzet afzien omdat ze daarmee de mogelijkheid zou verliezen om de partij te schaduwen. Aan het welslagen van een nieuwe verbodspoging wordt dan ook getwijfeld.

Meer over