Nieuws

Roeiers dubbelvier pakken eerste gouden roeititel in 25 jaar tijd

Het eerste Nederlandse olympisch goud in Tokio is binnen. Dirk Uittenbogaard, Abe Wiersma, Tone Wieten en Koen Metsemakers roeiden in de dubbelvier naar de zege. Het is de eerste Nederlandse olympische roeititel bij de mannen in 25 jaar. De Holland Acht was in 1996 hun voorganger.

 Dirk Uittenbogaard, Abe Wiersma, Tone Wieten en Koen Metsemakers in Tokio. Beeld REUTERS
Dirk Uittenbogaard, Abe Wiersma, Tone Wieten en Koen Metsemakers in Tokio.Beeld REUTERS

De basis van het roeien is ritme, had Dirk Uittenbogaard voor de Olympische Spelen verteld. Door met het kwartet in de dubbelvier zo synchroon mogelijk aan de riemen te trekken moest het goud gewonnen worden. ‘Je moet in je ritme blijven om door te blijven gaan.’ En juist bij der ervaren Uittenbogaard (31), de man in de boeg van de boot, ging het mis.

Na een uitstekende start van de topfavoriet voor de titel doorbrak plots Uittenbogaards linkerriem de cadans. Het rood-wit-blauwe blad bleef steken in het door de zijwind onrustige water van de Sea Forest Waterway. Hij sloeg, zoals dat in roeitermen heet, ‘een snoek’.

Water spatte op. Uittenbogaard, normaal de technisch begaafdste van het stel, raakte uit balans, maar wist zich knap te herstellen. ‘Ik zat tegen de wind in te leunen en heb iets te veel geleund, denk ik, de controle niet gehouden. Toen was ik hem even kwijt’, vertelde hij na afloop bij de NOS.

Hij miste uiteindelijk slechts één slag, incasseerde één seconde tijdsverlies en begon met de Nederlandse boot aan een indrukwekkende inhaalrace die alsnog naar goud leidde.

Na 1.500 van de 2.000 meter had het Nederlandse team de leiding weer in handen. En in het laatste kwart wisten de ontketende de rest van het veld nog op flinke achterstand te zetten. In 5.32,03 kwamen ze over de finish. Met bijna een bootlengte achterstand kwamen Groot-Brittannië (5.33,75) voor zilver en Australië (5.33,97) voor brons over de finish.

Uittenbogaard ramde Wiersma, de man voor hem in de boot, op de rug van vreugde. Sloeg zijn vuist in het water. Jaren keihard trainen werden beloond. ‘Het moet nog even doordringen, maar de tranen hebben al in mijn ogen gestaan’, zei Wieten (27) even later. ‘Hier hebben we zo lang naartoe gewerkt. Het is nog niet te bevatten. We hebben het gewoon geflikt.’

Na de Spelen van Rio werd de mannen dubbelvier de vooruitgeschoven post in de Nederlandse vloot. Die boot moest het doen. De sterkste mannen werden geselecteerd en de trainingslast werd onder coach Eelco Meenhorst tot in extremis opgeschroefd.

De bedoeling was de grens op te zoeken en regelmatig over te gaan. Alleen op die manier kon er vooruitgang worden geboekt en aansluiting gevonden bij de toplanden in het roeien, meende Meenhorst.

En dus moesten zijn pupillen bijvoorbeeld in training driemaal de wedstrijdbaan afleggen in een tempo dat maar net onder hun uiterste kunnen lag. Het was wennen voor de roeiers, die al jaren dachten dat ze hard trainden en nu met een nog zwaarder regime werden geconfronteerd. ‘Er is veel tegengas geweest, ook zeker vanuit mij’, vertelde Wiersma (26) eerder aan de NOS. ‘Want ik ging helemaal naar de kloten.’

Wereldtitel

Maar de aanpak had succes, zo bleek al snel. In 2019, na een jaar beulswerk, veroverden de vier de wereldtitel. En in 2019 en 2020 werden ze ook Europees kampioen. Juist in de aanloop naar de Spelen leek de formule even uitgewerkt.

Op het EK in Varese, volgens de roeiers de generale repetitie voor Tokio, bleef de boot steken op zilver, achter Italië. In de aanloop waren aanpassingen aan het trainingsschema gedaan die niet goed uitpakten. Uittenbogaard: ’En we hadden wat fysiek malheur aan boord. Uiteindelijk hadden we pas een paar dagen voor het toernooi alles op de rails staan.’

Geen paniek, was de boodschap vooraf. Bovendien was in mei de orde alweer hersteld toen de Nederlandse boot de Italianen weer versloeg. In Tokio schakelden de Italianen zichzelf uit door een snoek van ingrijpender orde. Zij vielen helemaal stil en belandden op de vijfde plaats.

Voor Uittenbogaard is het ook het inlossen van een belofte. In 2010 overleed zijn vriend en roeimaat Daan Brühl, die in een psychose een einde aan zijn leven maakte. Op diens uitvaart beloofde Uittenbogaard goud voor hem te winnen.

Het goud is een opsteker voor de Nederlandse equipe in het algemeen, maar zeker voor de nationale roeiploeg die gebukt gaat onder extra zware coronamaatregelen. Na drie besmettingen in de gelederen zijn ze rond de roeibaan niet meer welkom op plekken waar sporters van anderen landen komen. De bussen, de tribunes, de lunchzaal en de warming-upruimtes zijn verboden terrein. Het erepodium was woensdag de enige uitzondering.

De overwinning van de dubbelvier volgde op een al heel succesvolle roeidag. De vrouwen vierzonder, met Ellen Hogerwerf, Karolien Florijn, Ymkje Clevering en Veronique Meester, wonnen zilver in 6.15,71. Ondanks een ijzersterke eindsprint kwamen ze net niet voorbij de winnaars uit Australië (6.15,37).

Zilver was er ook voor Melvin Twellaar en Stef Broenink. Zij gaven in hun race in de dubbeltwee in het laatste kwart een voorsprong van 0,68 seconden uit handen aan Frankrijk. Ze werden net voorbijgestoken en kwamen in 6.00,53 over de finish, twee tienden achter de Fransen (6.00,33).

Op grotere achterstand roeiden Roos de Jong en Lisa Scheenaard in hun dubbeltweerace naar brons. Met 6.45,73 eindigden ze achter het gouden Roemeense team (6.41,03) en Nieuw-Zeeland (6.44,82).