Roda koestert 'het goede nieuws uit Syrië'

Een van de scorende sensaties uit de eredivisie komt uit Syrië. Sanharib Malki (27), aanvaller uit het tweestromenland tussen Eufraat en Tigris, is topschutter van Roda JC, met zestien treffers.

Hoe misverstanden ontstaan: Sanharib Malki kwam dit seizoen naar Nederland om te voetballen, nadat ze hem in zijn Belgische jaren de bijnaam Tank van Damascus gaven. Dat moest dus wel een logge, grote spits zijn, van wie de bijnaam een wrange bijsmaak kreeg door de huidige burgeroorlog in zijn geboorteland Syrië.

Hoe anders is de realiteit. Malki is een rustige jongeman, met 1,80 meter niet eens heel groot. Hij praat zachtjes, Nederlands met Belgische tongval. Als buiten het oude stadion van Roda een schoolmeisje huilt omdat ze met hem op de foto wil, vraagt hij om een minuutje belet.

Malki scoorde onlangs bij Heerenveen met de hak, de ultieme vorm van subtiliteit. Kleinkunst, geen grof geschut. 'Toen ik de bal had gecontroleerd en wist waar het doel stond, besloot ik onmiddellijk een hakje te doen. Tak.' Hij keek om en: ja, raak. Een intuïtieve spits.

Malki is Syriër, derhalve afkomstig uit de brandhaard van de wereld. Maar wat precies is een land en wat een volk? Wie behoort tot welk volk? Malki is Syriër én Belg, maar eigenlijk voelt hij zich stateloos.

Hij is vooral Arameeër, geboren in Al Qamishli, vlak bij de Turkse grens. De Arameeërs zijn een volk uit het grensgebied van Turkije, Syrië en Irak, uit het vroegere Mesopotamië, het tweestromenland tussen Eufraat en Tigris, veel genoemd in onder meer het boek Genesis, het scheppingsverhaal uit de Bijbel. Jezus sprak Aramees, zo schrijven bronnen.

Denk alleen niet dat Al Qamishli een paradijs is. Het is een stadje met pakweg 50 duizend inwoners, ver van het huidige geweld in Damascus, 900 kilometer zuidelijker. De Arameeërs zijn in diaspora verspreid over de wereld. Wat is dan nog een land?

Misdienaar

Malki: 'Arameeërs hebben geen land. Mijn moeder is geboren in Turkije, mijn vader in Syrië. We hebben eerst in Turkije gewoond, daarna in Syrië. Mijn zus is geboren in Turkije, ik in Syrië. Vanaf mijn zesde wonen we in België. Het is een beetje ingewikkeld. We proberen alleen de Aramese cultuur te behouden. Ik heb in België geleerd Aramees te lezen, uit boekjes.'

Hij heeft familie tot in Stockholm en New York toe. Zijn ouders vluchtten eind jaren tachtig naar België, naar een Aramese enclave in de deelgemeente Jette. Daar heeft de familie een orthodox-christelijke kerk gebouwd, waar de kleine Sanharib misdienaar was. In Jette leerde hij voetballen op de pleintjes. Tijdens zijn eerste echte wedstrijd, toen hij al 15 jaar oud was, scoorde hij vier keer. 'Wie is die jongen?', vroeg de trainer.

Die jongen is nu een man, bezig aan zijn beste seizoen als prof. Tot nog toe was dat 2007-2008, toen hij bij Germinal Beerschot zestien competitiedoelpunten maakte. Nu staat hij met Roda op zestien en is hij een van de scorende sensaties in de eredivisie.

Dan toch nog even die bijnaam, en de oorsprong van verwijzingen naar een tank. 'Ik ga voor elke bal en laat verdedigers nooit met rust. Altijd ben ik in beweging.' Hij deed zijn reputatie trouwens gestand bij zijn eerste treffer in Nederland, tegen Groningen. 'Een lange bal van de doelman. Ik win het kopduel en de bal gaat naar Mads Junker. Hij geeft een voorzet, ik zet druk op de verdediger en die trapt de bal op mijn knie. Doelpunt.'

Koning

Hij scoort op alle manieren. 'Ik heb vijf keer met het hoofd gescoord, drie keer met links, een keer met de knie, met een hakje dus.' Roda wil de optie in zijn eenjarige contract lichten.

Hij voelt zich thuis in Limburg. Een paar nachten per week slaapt hij in Lanaken, vlak over de Belgische grens, de andere keren rijdt hij terug naar Brussel, naar de gemeenschap van Arameeërs in Jette, naar het huis dat hij kocht voor zijn ouders, broers en zus.

Sanharib was een koning in het oude Mesopotamië. Malki is een koning van het Syrische voetbal, hoewel zijn relatie tot de nationale ploeg vreemd is. Hij spreekt nauwelijks Arabisch, terwijl op een tweetal Aramese collega's na alle andere internationals moslim zijn. Voor thuiswedstrijden in Damascus is het te gevaarlijk, waardoor de ploeg uitwijkt naar Jordanië. De ploeg onder 21 is bijna geplaatst voor de Olympische Spelen van Londen. Malki gaat mee als dispensatiespeler.

Dan staat hij straks naar het volkslied van Syrië te luisteren, het land met de door een groot deel van de wereld veroordeelde president Assad. Is dat niet bizar?

Malki wil niet veel zeggen over politiek. Het ligt te gevoelig. Alles wordt uitvergroot, hij is bekend in Syrië, als voetballende afgezant. 'Pffff. Allereerst doet de situatie me veel pijn. Vrienden wonen in Syrië. Als ik naar de televisie kijk, denk ik: dat is toch niet normaal. Ik was vorig jaar nog in Damascus en Homs voor trainingskampen.

Hij heeft geen idee hoe het verder moet. Elke oplossing is lastig. 'De mentaliteit van het volk is moeilijk. Als niemand de leiding heeft, denken de mensen dat ze kunnen doen wat ze willen. Als de president blijft, is dat een probleem. Als hij weggaat, is het ook een probleem.

'Mijn vader volgt al het nieuws beter dan ik. Hij heeft daar veertig jaar gewoond en heeft nog een broer en zus in Al Qamishli. Gelukkig ligt dat in het noorden, bij de Turkse grens. We noemen het nog steeds Mesopotamië, gebied van Eufraat en Tigris.

'Ik heb er vooral veel over gehoord. We vertrokken toen ik zes jaar was. Het is vooral zand. Je gaat er niet voor een vakantie naartoe. Vier jaar geleden ben ik er nog eens twee dagen geweest.'

Malki had trouwens ook voor de Belgische nationale ploeg kunnen spelen. 'Ik was 24 en topscorer van België. Ze hadden geen spits. Ik was op trainingskamp met Jong België, op Malta. We wonnen van Malta, ik maakte een doelpunt. Maar bondscoach René Vandereycken selecteerde me niet. Ik was heel boos.'

Dus koos hij voor Syrië en scoorde hij tijdens de Azië Cup in Qatar. Over bizar gesproken: Malki weet niet wie de huidige bondscoach is ('het verandert telkens, in een jaar kunnen er drie bondscoaches zijn') en hij kan het volkslied niet hardop zingen. En hij heeft dus nog nooit in Syrië zelf gevoetbald. 'Ja, dat is best raar allemaal. Maar als we de Spelen halen, heb ik de goede keus gemaakt. België heeft zich al tien jaar niet meer voor een toernooi geplaatst.'

Hij weet niet eens precies hoeveel interlands hij speelde. 'Acht of negen. Tien, dat kan ook. Een doelpunt, tegen de Emiraten. Dat was mijn eerste basisplaats. Ik gaf een assist en maakte een doelpunt.'

Vechter

Intussen blijft hij vooral voor zijn club scoren. Hij is, na zijn goal tegen Heracles van afgelopen weekeinde, zes doelpunten verwijderd van het clubrecord van Dick Nanninga en Johan Eriksen. 'Ik krijg vertrouwen en ben al 27. Ik heb ervaring, weet wanneer ik moet lopen en waar. Technisch, tactisch en fysiek heb ik progressie geboekt. Mads Junker en ik zijn complementair. Mads scoorde vorig seizoen vaker dan nu, maar hij gaf al acht assists.

'Ik ben geen fijne spits die twee, drie man passeert, zoals Messi. Ik probeer effectief te zijn. Dit jaar heb ik telkens slechts één of twee kansen, maar ik scoor. En het zijn belangrijke goals. Tegen Excelsior wonnen we met 7-0 en scoorde ik niet. Scoren is alleen belangrijk als je punten pakt.'

Het lijkt warempel alsof het in Nederland makkelijker scoren is dan in België, maar dat wil Malki niet beweren. 'Toen ik zestien doelpunten maakte voor Beerschot, kreeg ik soms vier of vijf kansen per wedstrijd. Bij Roda JC is mijn rendement groter. Soms krijg ik maar één kans. Dat is een kwestie van vertrouwen en ervaring. Ik ga goed om met trainer Harm van Veldhoven en mijn ploegmaats.

'De trainer was vroeger een beetje zoals ik: een vechter. Hij was bij Beerschot al eens mijn trainer en had me al een paar keer eerder gevraagd voor Roda. Bij Lokeren, mijn vorige club, zat ik een tijd op de tribune, ook omdat de trainer me rechtshalf zette. Dat ben ik niet. Ik ben een spits.'

undefined

Meer over