Robeco-fondsen presteren het slechtst

De beleggingsfondsen van Robeco hebben in de eerste helft van dit jaar uitgeblonken in het behalen van slechte rendementen. Ook bij Credit Lyonnais waren beleggers in de eerste zes maanden van dit jaar slecht af....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Het zwakke presteren van de Robeco-fondsen, gezamenlijk veruit de grootste van Nederland, blijkt uit een overzicht van IRIS, het gezamenlijke onderzoeksbureau van Robeco en de Rabobank. Vooral de aandelenfondsen van Robeco behaalden in de eerste helft van het jaar een slecht resultaat. De twee wereldwijd beleggende fondsen, Robeco en Rolinco, kwamen op een negatief rendement van zo'n 6 procent uit. Dat is niet alleen slechter uit dan nagenoeg alle andere fondsen van andere banken en beleggingsmaatschappijen maar ook slechter dan de wereldmarktindex, die als maatstaf geldt.

Bij deze categorie fondsen springt het Delta Lloyd Investment Fund er in goede zin uit met een positief rendement van meer dan 5 procent terwijl het aandelenfonds van Credit Lyonnais met min 6,7 procent het minst rendeerde.

Ook het op Europa gerichte aandelenfonds van Robeco deed het in de eerste helft van dit jaar naar verhouding slecht. Het rendement van het fonds lag met min 1,4 procent lager dan de meeste concurrerende fondsen en ook beneden de marktindex.

Voor op het verre Oosten georiënteerde beleggers waren de eerste zes maanden een ramp met verliezen die tot ruim boven de 20 procent (bij enkele MeesPierson fondsen en het Transpacific Fund van ABN Amro) zijn opgelopen. Ook het RG Pacific fund wist zich niet aan deze malaise te ontrekken en behaalde een rendement van min 13,9 procent. Schrale troost voor beleggers in dit fonds is dat de marktindex nog verder omlaag is gegaan. Het 'beste' af waren beleggers in het Asian Selection fund van MeesPierson met een negatieve score van 2,3 procent.

De enige categorie fondsen waarin Robeco de meeste concurrenten en de marktindex achter zich laat is de op Nederland gerichte aandelenfondsen. Het vorig jaar geïntroduceerde RG Hollands Bezit behaalde in de eerste zes maanden een rendement van 7,3 procent terwijl de index op 3,8 procent bleef steken. Alleen Orange fund van Kempen deed het met 10,9 procent beter.

Bij de obligatiefondsen wordt de vergelijking bemoeilijkt door de verschillende soorten fondsen die er, om fiscale redenen, zijn. De grootste groep bestaat uit fondsen die geen dividend uitkeren maar waar de koersontwikkeling het behaalde rendement weerspiegelt. Tot deze groep behoort ook het Florente fund van Robeco dat met een rendement van 2,0 procent in de eerste zes maanden slechter presteerde dan de meeste andere fondsen. Het best af waren beleggers in het OAMF rentefonds van Orco met een rendement van ruim 16 procent terwijl beleggers in het Obligatie waardefonds van Credit Lyonnais een rendement van min 1 procent moesten slikken.

Van de in het buitenland gevestigde obligatiefondsen, die ook nauwelijks winstbelasting betalen, deden de twee Robecofondsen (Rorente en Lux-o-rente Fund) het wel goed. Van de groep dividendbetalende fondsen deed het Divirente Fund van Robeco het vergeleken met de concurrenten matig. Maar ook hier kwam het fonds van Credit Lyonnais het slechtst uit de bus met een licht negatief rendement.

Ook het onroerend-goedfonds van Robeco, Rodamco, wist in de eerste helft van dit jaar de meeste andere fondsen achter zich te laten met een rendement van 6 procent. Alleen Uni-Invest deed het beter.

Uit het overzicht van Iris komt verder naar voren dat beleggers die de afgelopen jaren dicht bij huis zijn gebleven doorgaans het best af zijn geweest. Het rendement van louter in Nederland beleggende fondsen ligt bijna zonder uitzondering hoger dan fondsen die in Europa, de VS, het Verre Oosten of de hele wereld beleggen. Het relatief hoge rendement voor Nederlandse fonden komt ook door de gulden, die tegenover de meeste belangrijke munten - behalve de yen - in koers steeg.

Meer over