Robbert is weer bezig

Hij kaapt her en der schrijvers en dichters weg voor de neus van andere uitgevers. De reputatie van Bezige Bij-uitgever Robbert Ammerlaan snelt hem vooruit....

Door Joost Ramaer

Joost Nijsen van Uitgeverij Podium greep meteen de telefoon, nadat hij in december vorig jaar een stuk van Hans Nijenhuis had gelezen. De journalist van NRC Handelsblad beweende in zijn krant de overdaad aan chick lit (meidenliteratuur). Dat zijn boeken over het leed van de jonge werkende vrouw die een drukke baan, kinderen en een goed seksleven met haar echtgenoot moet zien te combineren. Hallo, riep Nijenhuis in quasi-hoge nood, mag de jonge werkende man óók eens aandacht in een meeslepende roman? Om vervolgens een geestige proeve te geven van lad lit (knullenliteratuur).

Binnen de kortste keren zat Nijenhuis bij Nijsen op kantoor - in bijzijn van literair agent Paul Sebes. Waarom schrijf jij dat boek niet, stelde Nijsen voor. Goed idee, vonden Nijenhuis en zijn zaakwaarnemer. 'Het klikte geweldig tussen ons', herinnert Nijsen zich. 'Normaal gesproken heb je zo'n boek dan binnen.'

Korte tijd later werd hij gebeld: Sebes heeftrondgeshopt en de keuze is gevallen op concurrent De Bezige Bij. Directeur Robbert Ammerlaan deed Nijenhuis 'an offer he couldn't refuse', aldus Nijsen. 'Uitgevers die begerig rondcirkelen om een boek dat nog niet eens is geschreven. Dat is nieuw in Nederland.'

Van zulke anekdotes wemelt het inmiddels in de literaire grachtengordel. Robbert Ammerlaan, nu vier jaar literair en zakelijk leidsman van De Bezige Bij, moet en zal deze eens legendarische uitgeverij in haar oude glorie herstellen. En zijn concurrenten betalen het gelag. Sinds hij begin 1999 aantrad, verloren andere uitgevers een bonte stoet jonge en oudere, binnen- en buitenlandse auteurs aan de Bij.

De volksverhuizing begon met Donna Tartt en John Irving, die Ammerlaan meenam van Ambo/Anthos waar hij voorheen directeur was. Daarna volgde Gerrit Komrij, nadat De Arbeiderspers wekenlang niets van zich had laten horen over een nieuw manuscript. Gerard Reve keerde terug naar het huis waar hij ooit begon, omdat L.J. Veen zijn oude titels verwaarloosde. Jan Siebelink kwam over van Meulenhoff, niet uit onvrede overigens. Net als Kees van Beijnum (Oesters van Nam Kee), die Nijgh & Van Ditmar na een hevige zielestrijd alleen maar vaarwel zei omdat het grotere prestige van de Bij hem aantrok.

Die status is Ammerlaans zwaarste wapen; tegelijkertijd hangt het hem en zijn uitgeverij als een molensteen om de nek. Dagelijks kijken literaire olympiërs Ammerlaan op de vingers, wanneer hij achter zijn bureau plaatsneemt. Achter hem hangt een portret van Geert Lubberhuizen, de oprichter van de Bij. De andere muren zijn bezaaid met foto's van grote schrijvers als Lucebert, Willem Frederik Hermans, Hugo Claus, Harry Mulisch, Jan Wolkers en Remco Campert - allemaal overleden of ver in de zeventig. 'Het probleem hier', verzucht Ammerlaan, 'is het naderende einde van deze unieke generatie.'

Veel te lang teerde de Bij eenzijdig op haar rijke erfgoed. Geldnood dreef de uitgeverij in 1997 in de armen van bladen- en boekenuitgever WPG. In Ammerlaan zag WPG-directeur Pieter de Jong zijn redder uit de nood. Die hapte pas toe bij de derde toenadering, toen De Jong hem carte blanche gaf.

Ammerlaan begon de erfenis van Lubberhuizen opnieuw te gelde te maken. Een pocket- en een filmeditie van Mulisch' De ontdekking van de hemel, een boek waarvan al 550 duizend exemplaren waren verkocht, bleken goed voor nog eens 150 duizend exemplaren. Toen de schrijver 75 werd, bracht de Bij al diens romans opnieuw uit in fraaie gebonden uitgaven. De cassette met het verzamelde werk van Lucebert is een ander voorbeeld.

'Robbert stoft het oude goud weer af', observeert Chris Herschdorfer, Ammerlaans opvolger bij Ambo/Anthos. 'Daar is hij heel knap in.' Een tweede succes vormen de buitenlandse auteurs die Ammerlaan aan de Bij-familie heeft toegevoegd. Van de twee romans van Donna Tartt zijn volgens Ammerlaan tot dusver in Nederland 770 duizend exemplaren verkocht. Boekwetenschapper Lisa Kuitert vocht dit onwaarschijnlijke aantal aan, maar Ammerlaans verweer snijdt hout: 'Zij vergat alle Engelstalige edities mee te tellen, waarvan een tweehonderdduizend zijn verkocht.'

Sinds zijn aantreden, zegt Ammerlaan, zijn omzet én bedrijfsresultaat van De Bezige Bij elk jaar 'met zo'n 30 procent gestegen'. Hij laat de cijfers over 2002 zien: een omzet van 12,5 miljoen euro, een bedrijfsresultaat van ruim 1,3 miljoen. Financieel lijkt de Bij er dus weer bovenop. Lijkt - want de methode-Ammerlaan roept vragen op.

Bij Ambo/Anthos liet Ammerlaan naar eigen zeggen een omzet achter van elf miljoen gulden en een bedrijfsresultaat van ruim een miljoen. Maar Herschdorfer, die hem enkele maanden later opvolgde, trof toen 'een zeer bescheiden winst' aan. 'Deels kwam dat doordat het een jonge uitgeverij was, zonder veel gevestigde auteurs die gestage inkomsten garanderen.' Maar er was ook een tweede reden: 'Er stonden nog flink wat voorschotten open.' Daarmee doelt Herschdorfer op vooruitbetalingen voor buitenlandse uitgeefrechten en aan Nederlandse auteurs, waarvan nog onzeker is of die ooit worden terugverdiend.

Zelf bezweert Ammerlaan vrijwel nooit met de geldbuidel te rammelen. 'Auteurs haal je niet met geld.' Zijn rivalen weten wel beter. Zo deed Herschdorfer een laatste 'kansloze' poging om Tartts The Little Friend voor Ambo/Anthos te behouden, in het volle besef van Ammerlaans warme vriendschap met deze auteur. Hij bood een voorschotvan driekwart miljoen gulden voor haar tweede boek. Toch ging Tartt mee naar de Bij. Voor honderdduizend dollar, zegt Ammerlaan - een ongeloofwaardig bedrag, gezien het ruim drie keer hogere Anthos-bod.

Ammerlaans rivalen hebben diens wijze van toeslaan inmiddels verheven tot een onderhoudend gezelschapsspel. Als een gestaag oplopende veiling van een buitenlands boek ineens wordt verstoord door een drastisch hoger bod, kijken zij elkaar veelbetekenend aan: Robbert is weer bezig. Zo dong Herschdorfer mee naar de rechten op Der Schwimmer van de Duitse Zsuzsa Bánk. Hij had het boek nog niet eens gezien toen Bánks agent hem benaderde: 'een andere Nederlandse uitgever' had zojuist blind 25 duizend euro geboden. Herschdorfer bood 27.500, maar het boek ging naar de Bij - naar hij vermoedt voor dertigduizend euro.

Neemt Ammerlaan onverantwoorde financiële risico's? 'Dat hangt af van zijn horizon', zegt Herschdorfer. Hoe langer WPG hem laat investeren in de toekomst, hoe groter de kans dat diens hoge voorschotten ooit worden terugverdiend. Maar daarmee heeft de Bij nog niet de aanwas aan nieuwe Nederlandse auteurs, zonder wie haar rijke traditie alsnog uitsterft. Ammerlaans eerste poging liep uit op een ramp. De jonge Cor Vos, geërfd van zijn voorganger, plugde hij in 2000 uitgebreid via radio, tv en tijdschriften, lang voordat diens eerste roman uitkwam. Toen het boek verscheen, waren de recensies unaniem vernietigend. Pas tweeënhalf jaar later waagt de Bij zich aan twee nieuwe debuutromans: Woede van Ingrid Hoogervorst en zojuist verschenen Zelf God worden van Hans den Hartogh Jager.

Wat Ammerlaan niet helpt, is dat zijn redactie geen gelijke tred heeft gehouden met de snelle groei van het aantal uitgegeven boeken. Redacteuren die geen tijd hebben om manuscripten te lezen, ontdekken ook geen nieuw talent. Minstens twee van hen, Adriaan Jaeggi en Jasper Henderson, verlieten de Bij omdat ze de productiedwang beu waren.

De bureauredactie, die de drukproeven moet corrigeren, schafte Ammerlaan zelfs helemaal af. Gevolg: storende fouten in boeken en publiciteitsmateriaal.

Karel Jonckheere moest eens weten. Deze auteur, reeds lang overleden, schreef in 1946 een opdracht in een boek dat vader Ammerlaan, zelf boekhandelaar, zijn zoon ooit cadeau deed.

'Waarde Rob', zo begon Jonckheere.

'Wordt gij ooit imker van een boekenkorf,

Vergaar gerust uw was en honing.

Maar dood in u één Koninginne niet:

de Poësie, zo niet blijft gij geen koning.'

De was en honing heeft Ammerlaan binnengehaald. Nu de poëzie nog.

Meer over