InterviewRIVM-topvrouw Aura Timen

RIVM-topvrouw Aura Timen: ‘Dit is een heel onvoorspelbaar virus, dat baart mij zorgen’

Een halfjaar geleden dacht Aura Timen, hoofd van het Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, nog dat het zou lukken het coronavirus onder controle te houden. Nu mijmert ze over maatregelen in de straten van Rotterdam. Hoe kon dat zo gebeuren?

Aura Timen

Mevrouw Timen, een halfjaar geleden sprak de Volkskrant u ook. Wuhan was in lockdown, het virus dook op in steeds meer Europese landen, en de dag na ons gesprek werd het ook voor het eerst in ons land vastgesteld. Toch was u optimistisch dat het Nederland zou lukken het virus eronder te krijgen.

‘Ja, absoluut. Ik weet niet of ik overtuigd was dat we het nieuwe coronavirus echt buiten de deur zouden houden. Maar ik dacht dat we het konden beheersen. We hadden ook de Mexicaanse grieppandemie gehad, in 2009. Die bleek te behappen, qua aantallen, qua ziekenhuisopnames, qua contactopsporing. We hebben dat maanden volgehouden. Maar dat was nu niet aan de orde.’

Waar zat hem dat in?

‘Ik denk in de grote aantallen die op ons af kwamen. En het virus heeft zich toch heel anders gedragen dan we van coronavirussen wisten. We zochten naar mensen met een ernstig ziektebeeld, die waren opgenomen in het ziekenhuis. Met een longontsteking, met zuurstoftekort. Dat beeld kenden we, van sars en van mers (een dodelijke coronaziekte die sinds 2012 regelmatig mensen besmet in het Midden-Oosten, red.) Maar hier ging het anders. Dit waren vooral mensen met lichte klachten. Zelfs mensen zónder klachten.’

U zocht naar ernstig zieke mensen, maar de dragers van het virus waren meestal gewoon verkouden.

‘Dat had ik niet verwacht. Van gewone verkoudheidscoronavirussen weet je: die veroorzaken bijna geen relevante pathologie. Maar hier was een virus dat beide gedaantes had. Ernstige ziektegevallen, met patiënten die verslechteren onder je ogen, die overlijden. Afschuwelijk! En tegelijkertijd: personen die helemaal niks mankeren. Dit virus veroorzaakt het hele spectrum.’

U had het toch kunnen weten? Een maand eerder besmette een mevrouw uit Wuhan diverse cursisten in Beieren. Ook zij had nauwelijks klachten.

‘Dan nog denk ik dat wat ons op dat moment te wachten stond, voor iedereen onverwacht was. De communis opinio in de medische wereld – van internationale collega’s, maar ook van de Europese gezondheidsdienst ECDC en de WHO – was dat je moest zoeken naar mensen met koorts, én een respiratoir ziektebeeld, én een afkomst uit China. Maar bij ons kwamen ze uit Italië. De wintersportgebieden. Dat was zo massaal, we werden er met zijn allen door verrast. En niet alleen wij. In alle Europese landen gebeurde hetzelfde.’

Ze is een paar weken op vakantie geweest, ‘SHE’S BACK’, staat er in grote letters op een tekening op haar kamerdeur. We zien Timen, onberispelijk gekapt en gekleed als altijd, terwijl ze met een karatetrap het coronavirus aan gruzelementen trapt.

Geen onaardige verbeelding van de voornaamste activiteit die de 54-jarige arts maatschappij en gezondheid sinds januari van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezighoudt. Als hoofd van het Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, secretaris van het Outbreak Management Team, en bijzonder hoogleraar aan de VU met het bestrijden van pandemieën als leeropdracht, is ze met Jaap van Dissel sleutelfiguur in de landelijke coronabestrijding.

Alle ellende even terzijde – is er in de bestrijding ook iets wat we in Nederland in vergelijking met andere landen best goed hebben gedaan?

‘Ik vind nog steeds dat onze intelligente lockdown een mooie middenweg was. Tussen de landen die weinig hebben gedaan, zoals Zweden, en de landen die iedereen binnen hebben gehouden. Neem Italië: 64 dagen lang mocht niemand naar buiten, behalve om een ommetje te maken of boodschappen te doen. Dat hebben we hier toch anders gedaan. En met een heel goed resultaat.’

Wat hebben we verkeerd gedaan, denkt u?

‘Och, dat weet ik niet, daar komen nog evaluaties van. Massa’s evaluaties.’

Kom, u zult toch weleens denken: hadden we dit nu maar anders gedaan?

‘Je kunt altijd denken: hadden we, met de wijsheid van nu, eerder moeten ingrijpen? Hadden we op 21 februari, toen we hoorden dat er een uitbraak was in Lombardije, al iets moeten doen? Maar als we toen hadden gezegd: alles op slot… Ik weet niet of dat geaccepteerd was door de bevolking. Ik vraag me af of de urgentie was doorgedrongen.’

In het publieke debat komen de verpleeghuizen vaak naar voren als mislukking. Alle inspanningen waren gericht op de ic’s. En intussen overleed de helft van alle coronaslachtoffers in de ouderenzorg.

‘Eerlijk gezegd weet ik niet of de verpleeghuizen zelf wel meteen doorhadden dat ze een probleem hadden, omdat het ziektebeeld ook bij ouderen varieert van weinig klachten tot heel ernstig. Het is een heel onvoorspelbaar virus. Dat is ook wat mij zorgen baart. Iedere week is er weer iets wat je niet verwacht. En het gemak waarmee het virus zich verspreidde in omgevingen waar oudere mensen bij elkaar zitten, dat was ook zo’n verrassing. En dan zit je ook nog in een geriatrische omgeving, waar maatregelen heel lastig zijn. Hoe kun je afstand houden bij ouderen die mogelijk dement zijn? Hoe leg je het nut van hoesthygiëne uit, het belang van handen wassen?’

De kritiek die u trof, was dat uw richtlijn zorgpersoneel afraadde mondkapjes te dragen.

‘Heb je dat ook ergens gelezen in de richtlijnen?’

Er was nooit een richtlijn die het gebruik van mondkapjes ontraadde, legt Timen uit. Alleen een ‘handreiking’, een advies: draag beschermende middelen in het contact met patiënten, en bij vluchtig contact zoals het aangeven van een kopje thee of werken op anderhalve meter afstand is bescherming niet nodig.

‘Vanaf het begin hebben we gezegd: van die handreiking kan afgeweken worden, want wij kunnen de situatie per instelling niet overzien. Toch ontstond er ineens hevige discussie. Misschien hadden we nog sterker moeten benadrukken dat de handreiking nog wel vertaald moet worden naar de lokale praktijk.’

Er is dus nooit gezegd: verboden mondkapjes te dragen bij kwetsbare ouderen. Maar anderzijds had u ook best kunnen adviseren: bescherm jezelf nou maar, voor de zekerheid.

‘Zeker. Maar dat is met de kennis van nu. Wat we in maart, april dachten te weten over het virus is achterhaald door de snelheid waarmee het zich bleek te verspreiden.’

Intussen is het virus weer opgelaaid. Had u dat verwacht?

‘Ik had in juni mijn team al voorbereid: dit wordt de zomer van de clusters. Ik had wel verwacht dat we her en der brandhaardjes zouden treffen. Maar de toename is inderdaad heel flink geweest. Dat toont de snelheid waarmee het ook weer mis kan gaan, als we de leefregels niet goed in acht nemen.’

Wat is momenteel eigenlijk het doel van het coronabeleid? Het virus volledig uitbannen? Of het tolereren, zo lang de zorg maar niet overbelast raakt?

‘In deze fase is het doel het virus zoveel mogelijk terug te dringen, daar is geen discussie over mogelijk. Daarvoor zetten we alles op alles, daarom doen we zoveel bron- en contactonderzoek, daarom zetten we zoveel in op communicatie, daarom testen we.’

Het doel is: naar nul?

‘Ik denk niet dat dat lukt. Je moet ook realistisch zijn. Nederland is een open land, dus nul besmettingen zul je niet krijgen. Nieuw-Zeeland wilde naar nul, dat hebben ze honderd dagen volgehouden. En op dag 102 hadden ze toch weer een besmetting die ze niet konden traceren. En dan is Nieuw-Zeeland nog een eiland, hè?

‘Ik denk dus: je moet het tot een minimum beperken. De brandhaarden opsporen, met de clusteronderzoeken die we doen: waar zit de verspreiding, waar loop het uit de hand? Dát willen we indammen.’

En de maatregelen loslaten, terwijl we de kwetsbare mensen goed beschermen, is dat ook een optie? We hebben inmiddels ervaring met het virus, en medicijnen die enigszins werken.

‘Ik denk dat de prijs nog steeds enorm is, als je het virus laat rondgaan. Kijk naar Brazilië of de Verenigde Staten: daar zie je die prijs. Honderdduizenden doden. Als we in Nederland geen maatregelen hadden genomen, had dat tienduizenden extra ic-opnames opgeleverd. Een enorme prijs.’

Wat denkt u, stevenen we af op een nieuwe lockdown?

‘We zullen zien wat de winter brengt. Ik denk dat we verschillende brandhaarden zullen blijven zien. De kunst is om die snel te vinden en de kop in te drukken. En of er daarvoor extra maatregelen nodig zijn, al dan niet regionaal… ik weet het niet. Ik denk dat we elke keer moeten inspelen op wat we zien.’

Het virus grijpt nu vooral om zich heen in grote steden zoals Rotterdam. Daar kan geen hek omheen, toch?

‘Maar je kunt er wel veel doen aan crowd control. Welke straten vormen een risico, kun je daar iets mee, kun je er het verkeer beperken bijvoorbeeld? In sommige regio’s zijn de burgemeesters proeven met mondmaskers begonnen, we zijn benieuwd of dat iets oplevert. En misschien kun je je inspanningen richten op bepaalde subgroepen. Studenten, jongeren, wijken waar het virus opleeft.’

Wat voor situatie tref ik als ik over een halfjaar weer bij u langskom?

‘Ik hoop dat we dan kunnen praten over de voorbereidingen voor een vaccinatiecampagne, die dan ergens in de loop van volgend jaar plaats zal kunnen vinden. Ja, ik heb geleerd me zorgvuldig uit te drukken.’

Veel verdachte vakantiegangers, weinig besmette borrelaars, en wat er nog meer opvalt aan de RIVM-cijfers

Een tweede golf lijkt voorlopig afgeslagen. Maar wie neust in de tabellen van het RIVM, ziet dat we nog steeds lang niet alles weten over de grillen van het coronavirus.

Meer over