Nieuws

RIVM spreekt van zorgelijke situatie nu aantal besmettingen weer snel oploopt

Het aantal coronabesmettingen loopt snel op, er zijn bijna een kwart meer meldingen dan vorige week. ‘De situatie blijft zorgelijk’, meldt het RIVM in het wekelijkse nieuwsbericht. Begin maart leek de stijgende trend die medio februari was ingezet mee te vallen, maar sinds een week is er weer sprake van een toename.

De meeste besmettingen zijn gemeld onder 18- tot 24-jarigen, en de toename ten opzichte van vorige week was het grootst bij kinderen onder de 13, daar nam het aantal meldingen met 35 procent toe. Beeld EPA
De meeste besmettingen zijn gemeld onder 18- tot 24-jarigen, en de toename ten opzichte van vorige week was het grootst bij kinderen onder de 13, daar nam het aantal meldingen met 35 procent toe.Beeld EPA

Met ruim 5.600 positieve testen per dag zijn de cijfers weer op het niveau van half januari. Weliswaar worden veel meer mensen getest, vooral kinderen – en na één coronageval moet de hele klas worden getest – maar dat verklaart slechts een deel van de toename. Het percentage van testen dat positief is, daalt nog maar langzaam, van 8 naar 7,7 procent. De laatste dagen lijkt de daling zelfs helemaal te stagneren.

De stijgingen zijn in nagenoeg alle leeftijdscategoriën terug te zien. De afgelopen weken nam het aantal gemelde besmettingen onder 70-plussers af, deze week is ook hier een stijging te zien. Weliswaar een stuk minder dan bij jongere Nederlanders, er zijn in deze leeftijdsgroep 9 procent meer besmettingen gemeld dan vorige week. Dit gaat vooral om de zeventigers, bij 80-plussers daalt het aantal meldingen nog.

De meeste besmettingen zijn gemeld onder 18- tot 24-jarigen, en de toename ten opzichte van vorige week was het grootst bij kinderen onder de 13, daar nam het aantal meldingen met 35 procent toe. Zij werden ook veel meer getest, in een week gingen ruim 88 duizend kinderen in de basisschoolleeftijd naar de teststraat. Minder dan 5 procent van deze testen was positief.

De hogere besmettingen vertalen zich deze week ook in grotere instroom in ziekenhuizen. Landelijk zijn nu 2.037 coronapatiënten opgenomen, het hoogste aantal sinds 8 februari. Dit meldt het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS). De afgelopen week werden gemiddeld 243 coronapatiënten per dag opgenomen, waarvan 40 op de ic. Voordat versoepelingen kunnen worden ingevoerd, streeft het ministerie van VWS naar minder dan 80 ziekenhuisopnamen per dag, dat aantal is nog heel ver weg.

Bij gevaccineerden een gunstiger beeld

Voor een klein deel van Nederland, ongeveer 1 op de 10 inwoners van 18 jaar of ouder, is de trend minder zorgelijk. Het ministerie van VWS meldt op het coronadashboard dat bij alle groepen bij wie vaccinatie is gestart een positief effect zichtbaar is. Waar elders in Nederland sprake is van oplopende cijfers, is in verpleeghuizen en instellingen voor gehandicaptenzorg geen stijgende lijn te zien. Het aantal besmettingen daalt juist.

Bij thuiswonende 70-plussers is nog wel een toename van het aantal positieve testen te zien, maar hier stijgen de cijfers wel een stuk minder snel dan bij jongere Nederlanders. Ook komen gevaccineerden minder snel in het ziekenhuis terecht. Dit blijkt onder meer uit gegevens uit Israël. Daar neemt het aantal oudere ziekenhuispatiënten snel af, nu de meesten van hen zijn ingeënt. Eind februari meldde RIVM-directeur Jaap van Dissel dat ook in Nederland het aantal ziekenhuisopnamen onder de alleroudsten daalde.

Om de druk op de zorg te verminderen, is juist het inenten van zestigers en zeventigers van belang. Zij komen vaker in het ziekenhuis terecht dan 80-plussers. Covidpatiënten op verpleegafdelingen zijn gemiddeld 67, op de ic’s is de gemiddelde leeftijd 63. Ruim 154 duizend 60- tot 64-jarigen kreeg een eerste dosis van het AstraZeneca-vaccin toegediend. De rest van de geplande inentingen in deze groep is opgeschort, omdat het ministerie van VWS heeft besloten tot minstens 28 maart niet met AstraZeneca te vaccineren, in afwachting van nader onderzoek naar mogelijke bijwerkingen.

Mensen die al een eerste prik hebben gehad, zouden na 12 weken een tweede dosis vaccin toegediend krijgen. Voor de 154 duizend vervolgafspraken voor tweede prikken heeft het stopzetten dus vooralsnog geen gevolgen. Voor andere doelgroepen, de thuiswonende ouderen van 75 en ouder, en bewoners van zorginstellingen, wordt gebruik gemaakt van Pfizer en Moderna-vaccins. Hier wordt de planning dus ook niet beïnvloed door het stopzetten van vaccinaties met AstraZeneca.

Meer over