RIVM: meer geld stoppen in gezondheidszorg

De uitgaven in de gezondheidszorg zullen jaarlijks met 2,4 procent moeten groeien, wil de zorg in het jaar 2015 op hetzelfde niveau blijven als in 1994....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Dat staat in de Volksgezondheids Toekomst Verkenning 1997, die maandag door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) aan minister Borst van Volksgezondheid is gepresenteerd. In 1994 kostte de gezondheidszorg 60 miljard gulden. Er zou dus jaarlijks bijna 1,5 miljard bij moeten.

Om de gevolgen van de groei en de vergrijzing van de bevolking voor de gezondheidszorg op te vangen, moet het budget voor de gezondheidszorg jaarlijk met 0,9 tot 1 procent omhoog. Nieuwe ziekten, medisch-technische ontwikkelingen, veranderingen in de zorg en in de vraag naar zorg vergen daarnaast een groei van nog eens 1,1 tot 1,2 procent. De extra loonkosten in de gezondheidszorgsector brengen het benodigde jaarlijkse groeipercentage op 2,4 procent.

Minister Borst noemde het geraamde groeicijfer maandag 'goed onderbouwd' en tot stand gekomen los van politieke wenselijkheden. 'Ik denk dat ik met dit cijfer maar eens de boer op ga, onder meer met het oog op het nieuwe regeerakkoord dat volgend jaar gesloten moet worden.'

Het RIVM voorspelt in zijn vooruitberekeningen over de periode 1994-2015 dat het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen afneemt. In 2015 kunnen mannen bij de geboorte rekenen op een gemiddelde levensduur van 77,1 jaar en vrouwen op 81,3 jaar, een verschil van 4,2 jaar. In 1980 beliep het verschil nog 6,7 jaar.

Voor 1994 berekent het RIVM de levensverwachting op 74,6 jaar voor mannen en 80,3 jaar voor vrouwen. De verschuiving in levensverwachting hangt samen met een lagere sterfte aan hart- en vaatziekten en longkanker bij mannen en een toenemende sterfte aan longkanker onder vrouwen.

Het aantal 'gezonde' levensjaren is voor mannen en vrouwen gelijk: in beide gevallen zestig jaar. In de 'ongezonde' levensjaren (14 voor mannen en 20 voor vrouwen) zijn chronische lichamelijke kwalen en psychische aandoeningen als angststoornissen, depressie en dementie met 40 procent ieder even sterk vertegenwoordigd.

Nieuw in de toekomstverkenning is de aandacht voor de verschillen in levensverwachting en gezondheid die samenhangen met sociaal-economische omstandigheden. Personen met een lage sociaal-economische status (gemeten naar opleiding, inkomen en status van het beroep) leven gemiddeld 3,5 jaar korter en kampen bijna twaalf jaar langer met een slechte(re) gezondheid dan personen met een hoge sociaal-economische status.

Behalve met de sociaal-economische status hangen gezondheidsachterstanden ook samen met de leeftijd en omstandigheden als werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, burgerlijke staat (alleenwonend, ongehuwd) en etnische afkomst. Bij personen met een lage sociaal-economische status lijkt sprake van een samenballing van problemen, die leidt tot meer psychosociale stress, meer roken en drinken, minder lichaamsbeweging en een geringere consumptie van groenten en fruit.

Borst noemde het maandag 'verontrustend' dat onder jongeren sprake is van een ongunstige ontwikkeling in de factoren die hun gezondheid beïnvloeden. Het aantal rokende jongeren neemt toe (28 procent van de jeugd tussen 10 en 20 jaar rookt al), het drankgebruik en het gebruik van soft drugs stijgt sterk en ook is er sprake van een afname van 'veilig vrijen'.

Wat het ontmoedigen van het roken betreft, hield Borst de mogelijkheid open om in 1999, als het convenant tussen de regering en de tabaksindustrie over tabaksreclame afloopt, aansluiting te zoeken bij de meerderheid van de Europese lidstaten die een algemeen verbod op tabaksreclame voorstaan.

Meer over