Rivaal van president sloeg terug met confrontaties

De politieke loopbaan van ex-premier Nawaz Sharif leek voorbij toen hij tien jaar geleden bij een geweldloze staatsgreep uit zijn ambt en vervolgens uit het land werd gezet. In zijn afwezigheid beschuldigde de militaire regering hem van corruptie. Van vervolging werd echter afgezien, nadat Sharif had beloofd tien jaar weg te blijven.

Cor Speksnijder

In 2007 kwam hij vanuit zijn ballingsoord Saoedi-Arabië terug naar Pakistan, waar hij onmiddellijk werd aangehouden en weer werd gedeporteerd. Twee maanden later deed hij een nieuwe poging. Ditmaal lukte het wel, mede onder druk van de Saoediërs.

Bij de verkiezingen van februari 2008 – die werden overschaduwd door de moord op ex-premier Benazir Bhutto – zorgde Sharifs partij PML-N voor een verrassing door tweede te worden achter de winnaar PPP, de partij van Bhutto. Hij sloot een verbond met de PPP, die na de dood van Bhutto werd geleid door Asif Ali Zardari. Na enkele maanden stapte hij uit de coalitie, omdat zijn eis – terugkeer van de rechters die door Musharraf waren ontslagen – niet was ingewilligd.

Het Hooggerechtshof ontnam Nawaz Sharif en diens broer Shahbaz eerder dit jaar het recht in een openbaar ambt te worden gekozen. Dat vatte de ex-premier op als verraad van president Zardari, wiens hand hij achter de rechterlijke uitspraak vermoedde. De bondgenoten werden rivalen. Sharif ging openlijk de strijd aan met de regering van Zardari door protestmarsen te organiseren. Met de toezegging van de regering dat opperrechter Iftikhar Chaudhry en de andere ontslagen rechters in hun functie worden hersteld, is Sharif als winnaar uit deze krachtmeting te voorschijn gekomen.

Confrontaties is hij gewend. Ook toen hij in de jaren negentig tweemaal premier was, botste hij met zowel de rechterlijke macht als met de strijdkrachten, bij pogingen om zijn eigen positie te versterken.

Meer over