Ritselen en boekhouden op de Alma Mater

Drie jaar geleden, op 16 juni 1993, onthulde het weekblad Vrij Nederland dat de nieuwe staatssecretaris van Onderwijs, Roel in 't Veld, als hoogleraar bestuurskunde briefpapier van de Erasmus Universiteit Rotterdam had gebruikt om voor zijn eigen bv onderzoeksopdrachten binnen te halen....

MARTIJN VAN CALMTHOUT

Natuurlijk was In 't Velds tweeslachtige ondernemersgedrag een politieke doodzonde, maar de brede maatschappelijke verontwaardiging reikte destijds duidelijk verder. Die richtte zich voornamelijk op de vraag of hoogleraren wel mochten bijklussen en zo ja, wat er dan met de verkregen inkomsten moest gebeuren.

Het waren bovendien inkomsten die sterk tot de verbeelding spraken. In 't Veld verdiende als adviseur in één dagdeel het maandinkomen van een bijstandsgerechtigde bij, terwijl hij al een hoogleraarsinkomen genoot. Zijn verweer dat hij zeker een ton per jaar terugstortte naar de universiteit, maakte weinig indruk.

Nederland, stelt Frank Zwetsloot, medewerker van de Rotterdamse universiteit en redacteur van een zojuist verschenen bundel opstellen, weet zich geen raad met de waardering van wetenschappelijke expertise en al helemaal niet als die zich binnen de universiteiten bevindt. Universiteiten lijken publieke instellingen, waar belastinggeld de dienst uitmaakt. Maar schijn bedriegt.

Deze week speelde zich aan de Erasmus-universiteit een prestigieus congres af over de waardering van wetenschappelijk onderzoek, interessant genoeg onder voorzitterschap van In 't Veld. Een reeks vooraanstaande sprekers boog zich over de vraag hoe kennis in de boekhouding van bedrijven en instellingen op de juiste waarde kan worden geschat.

De bundel opstellen onder redactie van Zwetsloot biedt er de nodige achtergronden bij, al was het maar als staalkaart van de denkbeelden over de problematiek. Onder anderen secretaris-generaal Geelhoed van Economische Zaken levert een bijdrage, evenals werkgeversvoorzitter Blankert, voorzitter Van Duinen van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), directeur Le Pair van de Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW), Van Lieshout, oud-voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU), voormalig TNO'er Mathijsen Gerst en directeur Gilissen van Randstad Uitzendbureau.

Zwetsloot windt er geen doekjes om. 'De markt voor wetenschappelijk onderzoek werkt niet', luidt de allereerste zin van het boek en die is nadrukkelijk programmatisch bedoeld. Er moet, vindt hij, een echte markt komen waarin vraag en aanbod regeren voor zover de voortgang van de wetenschap niet wordt aangetast. Tal van auteurs in de bundel proberen aan te geven hoe de universiteit marktconform zou kunnen opereren, zonder zich overigens aan de haaien over te leveren.

Niemand blijkt met droge ogen te durven beweren dat de universiteiten naar het pijpen van de maatschappij moeten dansen. Gek genoeg is het vooral de overheid zelf die daarop nog het sterkst aandringt, bijvoorbeeld in de vorig jaar gepubliceerde kabinetsnota Kennis in Beweging. Daarin werd zware nadruk gelegd op het economisch belang van wetenschap en de aansluiting op maatschappelijke en industriële behoeften.

Nu is er vooral een gesloten circuit van vragers en aanbieders die op onduidelijke manier afspraken maken over werkzaamheden en prijzen. Zowel vragers als aanbieders profiteren daarom niet optimaal van de mogelijkheden en bovendien laten de universiteiten kansen liggen, terwijl hun financiering wel onder zware druk staat.

Universiteiten kennen formeel drie geldstromen. De eerste komt van het ministerie van Onderwijs en hangt samen met het aantal studenten. De tweede is in handen van de NWO en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en is afhankelijk van de wetenschappelijke prestaties. En de derde geldstroom ontstaat door universitaire arbeid voor bedrijven en overheden.

Zulke contractresearch in opdracht van bedrijfsleven en overheden is voor universiteiten een levensvoorwaarde geworden. Hoewel in de natuurwetenschappen de meest in het oog lopende projecten bestaan, spannen de sociale wetenschappen (waaronder bestuurskunde) de kroon. Daar komt maar liefst 35 procent van alle inkomsten van de faculteiten binnen via werkzaamheden voor derden. Gemiddeld is dat 31 procent (tegen 63 procent eerste geldstroom en 6 procent NWO- en KNAW-beheerd geld).

Juist op de sociale faculteiten heerst een ritselcicuit waar buitenstaanders maar moeilijk een vinger achter krijgen. Dat leidt niet alleen gemakkelijk tot belangenverstrengeling of verwisseld briefpapier, maar sluit bovendien een grote groep potentiële marktpartijen uit, stelt Zwetsloot vast. Niet alleen het midden- en kleinbedrijf, zoals de overheid en de werkgevers al jaren benadrukken, ook overheden en zelfs universiteiten zelf hebben nauwelijks een idee wat er aan de Alma Mater is te halen.

Helderheid is het begin van marktwerking, maar zelfs het ministerie van OC & W heeft geen gedetailleerd overzicht van de onderzoeksuitgaven per geldstroom. In 1995 drong de Algemene Rekenkamer, overigens nog geïnspireerd door de affaire In 't Veld, aan op gescheiden boekhoudingen. Alleen dan wordt voorkomen dat contractresearch meelift met de andere geldstromen en zo de markt bederft.

Strikte scheiding, misschien zelfs een echte afscheiding in de zo modieuze bussiness units, zou bovendien constructies als met persoonlijke vennootschappen van universitaire stafleden minder aanlokkelijk maken. Een remedie tegen gerommel, dus. De pedagogen en 'wetenscheppers' (de term is van NWO-voorman Van Duinen) zouden de traditionele taken van de Alma Mater in stand houden, terwijl elders onderzoekers met gevoel voor de markt tot hun recht kunnen komen.

De aandacht van de lezer van de bijna driehonderd pagina's verhandelingen gaat onvermijdelijk toch naar de bijdrage van de voormalige staatssecretaris van Onderwijs, tegenwoordig gewoon weer hoogleraar in Rotterdam. De overheid, schrijft In 't Veld, heeft universiteiten bewust de markt op gedwongen, en vervolgens de boel volstrekt de boel gelaten.

In 't Veld heeft het over de prijsstelling van contractresearch. Universiteiten kunnen onder de marktprijs werken omdat ze kosten kunnen afwentelen op het algemene budget.

Zoiets verziekt de markt voor commerciële onderzoekers, maar maakt ook de reguliere universitaire onderzoeker ongelukkig. Die doet immers voor een aanzienlijk lager salaris dan zijn commerciële concurrent hetzelfde werk en wordt zelden direct iets wijzer van zijn inspanningen.

Helderder afscheiding van de boekhoudingen en marktconforme prijsstelling zouden alle partijen ten goede komen, aldus In 't Veld.

Uit de koker van In 't Veld klinkt het een beetje als een rechtvaardiging achteraf. Maar in feite is het gewoon een consequent volgehouden en weldoordacht standpunt. En die capaciteit was in 1993 de reden om de Rotterdamse bestuurskundige naar Den Haag te halen.

Misschien had hij toch maar moeten blijven.

Martijn van Calmthout

F. Zwetsloot (red.): De markt voor wetenschappelijk onderzoek

Lemma; ¿ 68,-

ISBN 90 5189 579 8

Meer over