Risicomijdend

Festival dat popmuziek combineert met literatuur blijft keurig tussen de lijntjes.

Het is een folktraditional en past daarom perfect op een festival dat de laatste paar jaar een sterke voorliefde vertoonde voor het genre. Maar de Ierse Ed Sheeran geeft een behoorlijk eigenzinnige draai aan Wayfaring Stranger. Door loops te maken van zijn eigen stem staat onzichtbaar naast hem een achtergrondkoortje op het podium van het Crossing Border festival.

De klassieker krijgt daardoor en door het hiphopritme dat Sheeran als beatboxer er ook in gooit opeens een totaal ander karakter: Folky Hiphop. Verrassend. Temeer daar Sheeran als folkie, die net zo goed een stuk 50Ct hiphopproza verwerkt in zijn teksten, nu eens niet beantwoordt aan het clichébeeld van de moderne folkknaap: jong bebaard en fijnbesnaard.

Van hen zijn er genoeg op het Haagse Crossing Border festival. Het Belgische Oscar & The Wolf heeft mooie meerstemmige liedjes. Other Lives weeft dromerige galmfolk die je bedwelmt als een wollen deken besprenkeld met chloroform (maar ergens gaat dromerig over in slaperig). En Wye Oak, het gitaar/drumsduo uit Baltimore, garneert lieve liedjes met cirkelzaaggitaar.

Ze verkennen de grenzen van het genre zonder die te willen overschrijden. Een genre dat een natuurlijke habitus gevonden lijkt te hebben op het festival dat literatuur combineert met popmuziek. Niet onlogisch, want het genre heeft ook een verhalende traditie en is daarmee een natuurlijke bedgenoot voor literatuur. Die is goed en breed vertegenwoordigd. Misdaadschrijver en oudgediende Elmore Leonard aan de ene kant, jong schrijftalent in het project The Chronicles aan de andere.

Daar tussenin Jennifer Egan, die met haar roman als conceptalbum A Visit From The Goon Squad dit jaar de Pulitzerprijs ontving. Egan vertelt over haar roman die een periode van decennia bestrijkt à la Proust. Maar modern meerlagig waarbij het vertelperspectief en de stijl per hoofdstuk veranderen en muziek als verbindende factor en 'geheugentrigger' dient.

Wie het intellectuele discours over de schrijverij wil laten voor wat het is, kan zich laten verleiden door de geluiden die de kleine interviewzaaltjes binnensijpelen, elke keer als een bezoeker de zaal verlaat.

Bij Frank Turner & The Sleeping Souls bijvoorbeeld, die naïef charmante en bruisende folkpop op het publiek loslaten. Het soort waarbij je vermoedt dat ze de stamkroeg van Mumford & Sons In den Vrolijken Stamper frequenteren. Maar verrassend?

Gavin Friday verrast ook niet echt. Als liefdeskindje van Marlene Dietrich en Bono paradeert en poseert de Ierse dandy/zanger over het podium waar ook een barkruk ,een tafeltje en een fles wijn figureren. Friday moet het vooral hebben van zijn theatrale presentatie. De liedjes beklijven minder.

Spinvis ontroert wel en zuigt je naar binnen met Overvecht, een lief simpel liedje over kleine angsten.

De momenten echter dat je echt versteld staat van artistieke eigenzinnigheid zijn schaars. Over het algemeen zijn weinig tot geen risico's genomen in de programmering. Waarom bijvoorbeeld niet een hiphopauteur als James Worthy geprogrammeerd, als je dan toch een festival op het snijvlak van pop en literatuur maakt. Waarom niet meer hiphop überhaupt? Als ergens de Nederlandse taal en muziek een spannend huwelijk aangaan dan is het wel in nederhop.

En toch kunnen de traditionele kaders nog verrassen. In de Duitse kerk vindt een hoogmis plaats van een Texaanse einzelgänger. Josh T. Pearson maant het publiek, voordat hij begint, vast naar de wc te gaan. Straks kan het niet meer. De zanger rijgt zijn folkliedjes, die zich toch al niet aan de conventionele drieminutengrens houden, aaneen tot een kwartier. Pearson die zo'n beetje de aartsvader van het genre moet zijn, als het folkgehalte wordt gemeten aan baardlengte, zingt zijn hymnes over liefde en geloof met een oudtestamentische ernst. Hij laat zijn gitaar soms stomen als een kerkorgel en hem soms vertwijfeld tokkelen, terwijl hij fluisterend de stilte streelt. Het heeft altijd de diepe doorvoeldheid van religie en laat een gevoel bij je achter in de aanwezigheid van iets groots te verkeren.

Niemand haalt het in zijn hoofd tijdens een van Pearsons psalmen te vertrekken. Pas als de laatste noot tot in de nok van de kerk is verstorven, wordt de liturgie op de lessenaar weer een gewoon programmaboekje en weten we dat we gesticht zijn.

--------

Prutspoëzie

De Britse schrijver Alan Hollinghurst op de vraag of het niet moeilijk was een slecht gedicht te verzinnen voor het hoofdpersonage in zijn roman The Stranger's Child: 'It's easy to write bad poetry. I could do it all day.'

undefined

Meer over