RIOD: van joods bezit in Nederland ging niet veel naar Zwitserland

Er is maar weinig joods bezit uit Nederland voor en gedurende de Tweede Wereldoorlog naar Zwitserland verdwenen. Dat heeft dr....

ANP

WASHINGTON

Aalders schat dat gedurende de oorlog voor tien miljard gulden aan joods bezit is geroofd. Daarvan is slechts een klein deel naar Zwitserland gegaan. Het bedrag van zeven miljard dollar aan joodse bezittingen dat volgens het Joodse Wereld Congres op Zwitserse banken terecht is gekomen, noemt Aalders te hoog. De vijftig miljoen dollar die de Zwitserse banken noemen, is volgens hem weer aan de lage kant.

Op het symposium stond de vraag centraal hoe het mogelijk was dat in Nederland gedurende de oorlog het hoogste percentage joden in heel West-Europa is omgekomen: 80 procent van de 140 duizend joden die voor de oorlog in Nederland leefden.

Hannah Arendt beschreef in haar beroemde boek over het proces tegen de nazi Eichmann in Jeruzalem dat de Duitsers bij hun vervolgingspolitiek beïnvloed werden door het verzet waarop zij stuitten. Dat had tot gevolg dat in Denemarken en Bulgarije, waar de autoriteiten niet meewerkten, vrijwel geen joden omkwamen. In Nederland daarentegen werkten het bestuursapparaat en de politie wel mee. Dat maakte de catastrofe totaal.

RIOD-directeur prof. H. Blom vindt die verklaring wat te simpel. Het Duitse bestuur was in Nederland volgens Blom fanatieker dan in veel andere landen. De Nederlandse bevolking en bestuurders waren vooral in het begin bereid te gehoorzamen en compromissen te zoeken.

'De Nederlandse joden waren voor de oorlog in Nederland heel goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving', zegt Blom. 'Dat had tot gevolg dat zij tijdens de oorlog net als de rest van de bevolking ook in compromissen en het gezag geloofden. Dat keerde zich tijdens de oorlog juist tegen hen.'

Blom en andere RIOD-medewerkers stellen vast dat voor de Nederlandse ambtenaren het helpen van joden geen hoge prioriteit had. Tegelijk zijn zij milder in hun uitspraken over de collaboratie van de Joodse Raad. De historici Presser en de Jong veroordeelden die nog fel. Blom wees op de geringe speelruimte van de Joodse Raad.

Meer over