Rijtjeboompjebeestje

Het is een oer-Hollands fenomeen, nu vastgelegd in een boek van Bernard Hulsman en Luuk Kramer. Alles op een rijtje.

DOOR WILKE WITTEBROOD

Waarom wilde stedenbouwkundige Le Corbusier ons zo graag in woontorens hebben? 'Mijn zus heeft een jaar in één van de Bijlmerflats gewoond. Als een van de eersten', zegt architectuurcriticus en NRC-journalist Bernard Hulsman. 'Na krap een jaar was ze er weer weg.'

De woonwijk Bijlmermeer, met zijn lange, honingraatvormige flats van tien hoog in een parkachtige omgeving, benaderde de ideale stad van Le Corbusier heel dicht. De pijlers waren licht, lucht en ruimte. Alleen wilden de mensen voor wie de wijk was bedoeld - Amsterdammers uit de oude 19de-eeuwse wijken - er niet wonen. Het stond hen tegen dat ze honderden meters galerij over moesten om bij hun voordeur te komen. En die parkachtige omgeving was 's nachts doodeng.

'De modernistische architecten willen er eigenlijk nog steeds niet aan', zegt Hulsman, 'maar Nederlanders wonen het liefst in een rijtjeshuis.' Na de mislukking van de Bijlmermeer brak het rijtjeshuis (drie of meer identieke huizen op een rij) definitief door. Het is het meest gebouwde woningtype in Nederland. Van de zeven miljoen woningen zijn er vier miljoen een rijtjeshuis.

Vanwege het massale karakter wordt er enorm op neergekeken, ook in de architectuur. Het rijtjeshuis is synoniem aan saai, truttig, modaal, buitenwijk, Henk, Ingrid, Opel, stipt om zes uur groente, aardappelen en vlees op tafel en nee, vriendje x kan niet blijven eten, want moeders heeft maar vier tartaartjes gehaald.

Nou en?, schrijft Hulsman in Het Rijtjeshuis, een boek dat hij samen met fotograaf Luuk Kramer maakte. 'Juist de gewoonheid maakt het zo bijzonder. Het rijtjeshuis laat de meerderheid van de Nederlanders betaalbaar wonen in een huis met een eigen tuin. Het heeft miljoenen mensen een jeugd met veel buitenspelen bezorgd - inclusief mijzelf.'

De beroemdste rijtjeshuiswijken van Nederland zijn ontworpen door modernistische architecten. J.J.P. Oud (1890-1963), een van de grote namen van het Nieuwe Bouwen, ontwierp de Rotterdamse wijk Kiefhoek in 1930. Hulsman: 'Deze wijk was bedoeld om mensen met inkomens rond het bestaansminimum een goede, betaalbare woning te geven. Om de productie goedkoop te houden, werden de huizen helemaal gestript en ontdaan van alle overbodige toeters en bellen.'

Ook Nagele, een dorp in de Noordoostpolder, werd in 1960 door een collectief van modernisten ontworpen. Architectengroep De 8 bestond onder anderen uit Gerrit Rietveld en Aldo van Eyck. Nagele werd gebouwd volgens een kaarsrecht stedenbouwkundig plan. Alle woningen kregen platte daken. Schuine daken waren verspilling van ruimte ('Schuine wanden in een kamer zijn alleen maar onhandig') en geld ('Waarom investeren in een ruimte die niet wordt gebruikt?'), vonden de architecten.

'Het dorp is beroemd, maar de woningverkoop liep slecht. Niet gek, want het ziet er nogal treurig uit, toch?' vindt Hulsman. 'De voordeur alleen al, dat is gewoon een saaie houten plank. Mensen vinden het prettig om een overgangsgebied te hebben tussen openbaar en privé. De voortuin door, een trapje op, een mooie afgewerkte voordeur door.'

Het platte dak verdween ook snel weer uit het straatbeeld, om puur praktische redenen. 'Als je dak lekte, was het onmogelijk te bepalen waar het lek precies zat.'

Uiteindelijk voelt de meerderheid zich het meest thuis in een (neo)traditioneel rijtjeshuis, alle experimenten ten spijt. 'Mensen willen kneuterige huizen. Huizen met bakstenen gevels, luiken voor de ramen en een oranje pannendak. Zoals ze in de jaren dertig werden gebouwd.'

Licht, lucht en ruimte

Het modernistische ideaal 'Licht, lucht en ruimte' is uiteindelijk niet verwezenlijkt in Le Corbusiers woontorens in het groen, maar in een zee van vier miljoen rijtjeshuizen. Hulsman: 'In een van de dichtstbevolkte landen ter wereld is het rijtjeshuis een efficiënte, ruimtebesparende manier om tegemoet te komen aan het algemeen verlangen naar een huis met een eigen ingang en een tuin.'

'Doorzonwoningen in optima forma. De bovenverdiepingen hebben grote ramen gekregen en zelfs naast de deur zit een glazen strook.

Ze zijn half modern, half traditioneel - kijk maar naar het pannendak.'

'Met tunnelbouw werden wanden en verdiepingsvloer met één betonstort gerealiseerd. De Emmerhout is een goed voorbeeld van tunnelbouw. De betonnen bekistingen is aan weerszijden van de huizen te zien.'

'De 38 kubuswoningen bestaan uit drie lagen. In de onderste laag zit het 'straathuis' met keuken en woonkamer, in de middelste het 'hemelhuis' met studeer- en slaapkamers en bovenin de 'loofhut', met serre, balkon of tuintje.'

'Dit patio-eiland bestaat uit twaalf stroken van elk vier patiohuizen die van de buitenwereld zijn afgesloten door bijna blinde muren. Het liep niet goed omdat het té afgesloten was. Alsof je je terugtrekt in je eigen fort.

Dankzij die enorme ramen werd het er 's zomers nog snikheet ook.'

'De jarendertigstijl is begin jaren negentig weer erg geliefd. Deze huizen zijn gebouwd in nieuwe jarendertigstijl. Dat betekent dat de woningen niet langer ambachtelijk, maar industrieel worden vervaardigd en dat alle 'authentieke' elementen geprefabriceerd zijn.'

'Deze huizen zijn een variatie op de klassieke doorzonwoning; de doorzichtige verdieping is naar de eerste etage verplaatst.'

'Deze woningen zijn vergrote kopieën van de huizen van stadsarchitect Dudok. De oorspronkelijk woningen voldeden niet meer, ze waren te klein.'

'Zeven rijtjeshuizen die niet in een rij zijn gezet, maar rondom een klein binnenhof. Een woningblok zonder voor- of achterkant, maar met een binnen- en buitenkant.'

Het Rijtjeshuis, de geschiedenis van een oer-Hollands fenomeen Bernard Hulsman en Luuk Kramer (foto's) euro 19,95 Nieuw Amsterdam Uitgevers

undefined

Meer over