Rijk raakt monumenten niet kwijt

Het onderhoud is duur, dus wil het Rijk 150 monumenten verkopen. Een vesting of lichttoren voor 'wat de gek er voor geeft', maar kopers dienen zich nog niet aan.

Te Koop: de Grote Kerk in Veere, de Naald van Rijswijk, de lichttoren van Goedereede, het grafmonument van de zeeheld Maarten Tromp in de Oude kerk in Delft en het kasteel Radboud in Medemblik.

Monumenten die het Rijk niet gebruikt (grofweg: waar geen ambtenaren in zitten) wil de Rijksgebouwendienst kwijt. Daar vallen kastelen en kerken onder, maar ook vuurtorens, graven en gedenknaalden, zoals de obelisk die herinnert aan de vrede van Rijswijk (1697). Een voorlopige schatting gaat uit van maximaal 150 monumenten. Ze worden eerst aangeboden aan een lagere overheid, maar die zit er doorgaans niet op te wachten.

Van de 60 duizend monumenten in Nederland bezit de Rijksgebouwendienst er 400. De meeste zijn en blijven gewoon in gebruik als kantoor, gevangenis of rechtbank. Een klein deel is geschonken door een familie, erfgenamen, bedrijven, kerkgenootschappen. Vaak onder voorwaarden, het monument moet onderhouden worden en moet zijn bestemming en vorm behouden - een kerk moet kerk blijven. Soms was de voorwaarde dat het gebouw niet in commerciële handen mag vallen.

Om te voorkomen dat de monumenten zouden vervallen, accepteerde het Rijk een dergelijke schenking. In het begin van de vorige eeuw, de Monumentenwet van 1961 was er nog niet, zijn er veel in handen van het Rijk gekomen. Het onderhoud van de monumenten waar de Rijksgebouwendienst vanaf wil, kost jaarlijks een miljoen euro. Het restaureren heeft een veelvoud gekost.

Oscar Mendlik, directeur Monumenten: 'Wij hebben de monumenten gered, ze zijn nu bij wet beschermd. We doen de schenkers geen onrecht. Het wordt geen rotzooitje als ze in andere handen komen.'

De monumenten worden tegen de marktwaarde aangeboden. Wat die is? 'Wat de gek ervoor geeft', zegt Johan de Haan, monumentendeskundige van de Rijksgebouwendienst.

De operatie is een reuze karwei, beaamt Mendlik. Alleen al het uitzoeken of de voorwaarden toelaten dat het monument wordt verkocht. 'We pakken het zorgvuldig aan.'

Als niemand zijn hand opsteekt, provincie niet, gemeente niet, Staatsbosbeheer niet, weet Mendlik nog niet precies hoe het verder moet. 'We kijken ook naar andere partijen om de monumenten over te nemen.'

Deel voormalige abdij Aduard

Alleen de ziekenzaal is over van de middeleeuwse Sint Bernardusabdij in het Groningse Aduard, een dorp met 2.300 inwoners in de gemeente Zuidhorn. Die doet dienst als kerk en wordt intensief gebruikt. Niet alleen voor diensten, er zijn ook lezingen, exposities en klassieke concerten.

Het achterste gedeelte was al in de 16de eeuw een kerk. In het voorste deel zat een school, daarboven woonde de meester. Toen de school dicht ging, nam de gemeente de ruimte in gebruik als opslagplaats.

Op voorspraak van de architect Pierre Cuypers (bekend als ontwerper van het Rijksmuseum en het Centaal Station van Amsterdam) kocht het Rijk de bouwval begin vorige eeuw.

In 1928 is de ziekenzaal van de Cisterciënzer monniken in oude luister hersteld en nam de Nederlands Hervormde gemeente het hele gebouw in gebruik als kerk.

Ook Zuidhorn is niet van plan het monument over te nemen. 'Vooral vanwege de kosten. Wij stoten eerder vastgoed af', aldus een woordvoerster van de gemeente.

Huizen Veere

Gebroederlijk leunen ze tegen elkaar op de Kaai aan de voormalige vissershaven in Veere: Het Lammeken en de De Struijs. Ze zijn in de 16de eeuw gebouwd door rijke Schotse kooplieden en worden de Schotse huizen genoemd.

Het Lammeken is ternauwernood van de sloop gered door Victor de Stuers, de aartsvader van de Nederlandse monumentenzorg. Omdat hij het Rijk er niet warm voor kreeg het te restaureren, kocht hij het zelf en liet het opknappen. Bij zijn overlijden in 1916 liet hij het de staat na.

De patriciërswoningen bieden onderdak aan een historisch museum. In de gewelven huist het restaurant In den Struyskelder.

De eigenaar van het restaurant, Hans Vogels, heeft met het museum een plan gemaakt de koopmanshuizen samen over te nemen. Ze zijn met de Rijksgebouwendienst aan het steggelen over de prijs.

'De bedoeling is dat we er allemaal blij van worden. De gemeente wil het museum behouden, wij willen uitbreiden en de panden blijven in goede handen. Maar dan zal de Rijksgebouwendienst water bij de wijn moeten doen.'

Wethouder René Molenaar maakt zich vooral zorgen om panden die niet rendabel zijn te exploiteren, zoals de Grote Kerk in zijn woonplaats. 'Daar hoort een grote bruidsschat bij.'

Vesting Naarden

In hun huidige vorm dateren de vestingwerken van Naarden uit de 17de eeuw. Ze omsluiten de stad en bestaan uit grachten, bastions, kazematten, poorten, bruggen en wallen. Eerdere pogingen om ze over te doen aan Naarden stuitten op verzet van liefhebbers van historische verdedigingswerken en Monumentenzorg. Zij herinnerden zich dat het gemeentebestuur meermalen blijk heeft gegeven van weinig historisch besef.

De veste ligt er goed bij. Paradoxaal genoeg doordat er aanvankelijk geen geld was. Monumentendeskundige De Haan: 'Naarden was in het begin van de 20ste eeuw straatarm. Armoede is de beste conservator, er is weinig afgebroken.' In de tweede helft van de vorige eeuw zijn de vestingwerken gerestaureerd.

Naarden staat niet te trappelen om de veste over te nemen. Wethouder Henk Lanting: 'Het is nationaal erfgoed, het beheer moet bij het Rijk blijven. Wij hebben niet de financiële middelen voor het onderhoud.'

undefined

Meer over