Rijk betaalde bijna 2 ton voor gestolen iconen

AMSTERDAM - De teruggave van vier iconen aan Cyprus in september 2013 heeft de Nederlandse belastingbetaler 180 duizend euro gekost. Dat blijkt uit een document dat de Volkskrant in bezit heeft gekregen dankzij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. De iconen, die in de jaren zeventig in Cyprus waren geroofd, moesten door het Rijk worden gekocht van een Nederlandse familie die ze had aangeschaft voor de helft van dat bedrag.

Minister Jet Bussemaker van Cultuur (PvdA) gaf toestemming voor de teruggave van de uit 1571 daterende iconen, waarop de apostelen Johannes, Marcus, Paulus en Petrus staan afgebeeld. Het was de eerste keer dat Nederland kunstwerken aan een ander land retourneerde op grond van een wet die in 2007 in werking is getreden. Dankzij deze wet kan de overheid 'cultuurgoederen' in Nederland in beslag nemen die zijn geroofd tijdens oorlogshandelingen waar ook ter wereld. De vier iconen werden in 1974 gestolen uit een Cypriotisch klooster na de bezetting van Noord-Cyprus door Turkije.

Volgens de wet kan de eigenaar van de terug te geven kunst een schadevergoeding krijgen. Een woordvoerder van Bussemaker wilde in september niet bekendmaken hoeveel de Nederlandse bezitter had ontvangen voor de kunstwerken. Zij wilde alleen zeggen dat er een 'schadeloosstelling op basis van taxatie' was geweest.

Uit het nu vrijgegeven document, een brief van directeur Cultureel Erfgoed Sander Bersee aan de eigenaar van de iconen, blijkt dat het ministerie 180 duizend euro voor de kunstwerken heeft betaald. Een taxateur had ze op deze waarde geschat en beide partijen vonden dit een betrouwbaar oordeel. De geldsom is volgens Bersee 'een goede basis voor de vergoeding van het bezitsverlies' dat de eigenaar lijdt.

Het document maakt duidelijk dat teruggave van roofkunst een kostbare zaak kan zijn. De woordvoerder van minister Bussemaker stelde gisteren in een reactie dat de wet nu eenmaal een schadeloosstelling toestaat 'als de eigenaar kan aantonen dat hij te goeder trouw is'. Volgens haar valt het met de kosten mee omdat dit de enige teruggave is sinds de nieuwe wet in werking is getreden en er geen andere verzoeken in behandeling zijn. Nederland heeft eerder kunst uit oorlogsgebieden teruggegeven, maar dat gebeurde op grond van andere regelgeving en zonder schadevergoeding.

Opvallend is dat het ministerie de zaak rond de vier iconen niet heeft voorgelegd aan de rechter, zoals de wet uit 2007 voorschrijft. Volgens artikel 7 dient de rechter te bepalen hoeveel schadevergoeding de eigenaar moet worden uitgekeerd. Bersee schrijft in een toelichting dat is gekozen voor een schikking met de eigenaar omdat die aansluit bij 'de internationale tendens, o.a. bepleit door Unesco, om gebruik te maken van schikkingsmogelijkheden als mediation als het gaat om teruggave van erfgoed'.

Na de bezetting van Noord-Cyprus door Turkije werden duizenden kunstwerken gestolen, waarvan er velen later opdoken in de kunsthandel. De autoriteiten op Cyprus proberen al jaren die kunst terug te krijgen. Zo retourneerde Duitsland twee maanden geleden 170 werken na een rechtszaak die zeven jaar had geduurd.

De vier iconen werden in de jaren zeventig gekocht door een Nederlands echtpaar. Ze betaalden een Armeense kunsthandelaar in Londen 200 duizend gulden (ruim 90 duizend euro). De aankoop kwam ter ore van de consul van Cyprus in Nederland, die teruggave eiste omdat de kunstwerken uit een Cypriotisch klooster waren ontvreemd. Het echtpaar verlangde geld. Het kwam tot een rechtszaak, waarin niet kon worden aangetoond dat de aankoop door het echtpaar te kwader trouw was geweest. Daardoor hoefde het paar de iconen niet terug te geven.

Al sinds 1954 is Nederland op grond van een verdrag verplicht om in oorlogstijd gestolen kunst terug te geven. Die internationale afspraak was in Nederland echter nooit omgezet in een nationale wet, zoals de afspraak was. Pas toen Cyprus bleef aandringen op teruggave van de iconen, werd van die verplichting werk gemaakt.

Door de nieuwe wet is het niet meer relevant of de eigenaar bij de aankoop te goeder of te kwader trouw was. De minister van Cultuur kan een kunstwerk al 'in bewaring' nemen als een redelijk vermoeden bestaat dat het uit bezet gebied komt. Met deze wet kon de erfgenaam van het echtpaar worden bewogen afstand te doen van de iconen - tegen een forse vergoeding.

DE VIER ICONEN WERDEN NA TERUGKEER TENTOONGESTELD IN EEN MUSEUM IN NICOSIA EN GAAN TERUG NAAR HET KLOOSTER WAARUIT ZE WERDEN GESTOLEN.

undefined

Meer over