Ridders op zoek naar een nieuwe graal'Eigenlijk zijn deze bezuinigingen een zegen'

Illustratie

Aan de namen zal het in ieder geval niet liggen. Eerst was er de werkgroep 'STOER'. Die bracht verslag uit tijdens 'Zonnewende', een grote bijeenkomst van directeuren, bestuurders en belanghebbenden in de kunstwereld. Op die dag, 21 juni vorig jaar in Schoorl, werd het idee voor de oprichting van de 'Tafel van Zes' gepresenteerd. Op dit gezelschap met zijn ridderlijke naam zijn nu vele ogen gevestigd. Zullen deze zes vertegenwoordigers van de kunstwereld er in slagen met een geloofwaardig antwoord te komen op de bezuinigingen die het kabinet in petto heeft?


Er staat veel op het spel. Staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur lijkt vooralsnog geen euro af te willen halen van de 200 miljoen die vooral de podiumkunsten en de beeldende kunst moeten gaan inleveren. Daarnaast vallen ook grote klappen bij de gemeenten en provincies. Bij elkaar dreigt er 1 miljard minder beschikbaar te komen. De hele kunstwereld vindt dat een buitenproportionele bezuiniging.


Maar gaandeweg is het besef gegroeid dat alleen maar roepen dat er sowieso niet op kunst bezuinigd mag worden, niet meer werkt. De kunstwereld kan niet langer alleen maar defensief reageren, zal ook de hand in eigen boezem moeten steken, zal ook moeten nadenken wat er wel en wat er niet van de overheid verwacht mag worden. 'Door alleen maar te roepen dat je tégen bent, plaats je je buiten de politieke werkelijkheid', aldus een betrokkene. De vraag die op tafel ligt, is hoe aan bezuinigingen ook hervormingen verbonden kunnen worden. Als voorbeeld worden de omroepen gezien, die ook onder vuur liggen, maar al eerder met eigen voorstellen zijn gekomen om de bezuinigingen op te vangen.


Daarnaast bestaat er binnen de kunstwereld al veel langer de wens zich beter te organiseren. Daarbij wordt met jaloezie gekeken naar de sportwereld, die er de afgelopen jaren beter in is geslaagd zijn maatschappelijke relevantie duidelijk te maken. Vandaar de werkgroep STOER: naar een Sterke Organisatie en Representatie van de Sector.


Die is er uiteindelijk gekomen in de Tafel van Zes. Daarin zijn de werkgevers, werknemers, fondsen, sectorinstituten, de denktank Cultuurformatie en de belangenvereniging Kunsten '92 vertegenwoordigd (zie kader). Het is voor het eerst dat er zo breed en zo gezamenlijk wordt overlegd. Sinds de zomer is het gezelschap iedere twee weken bij elkaar geweest. Deze maand komt het er op aan. Begin maart, ruim voor de Raad voor Cultuur advies gaat uitbrengen aan staatssecretaris Zijlstra, moet er een stuk liggen waarin de contouren worden geschetst voor een ander stelsel. Er moet, zegt een van de deelnemers, een programma van eisen komen waarmee een nieuw stelsel ontworpen kan worden. Niet voor niets moet het stuk er al begin maart liggen. Zo kan er onder meer invloed uitgeoefend worden op het denken van de Raad voor Cultuur, en vooral op de keuzes die de Tweede Kamer deze zomer gaat maken.


Over de inhoud van de gesprekken willen de leden van de Tafel nauwelijks uitspraken doen, maar uit achtergrondgesprekken blijkt wel dat er fundamentele vragen worden gesteld. De rol van de overheid bij het steunen van kunst is aan een scherpe analyse onderworpen. Er naakt een afscheid van de rijksoverheid, althans van een rijksoverheid die zich garant stelt voor alle kunstaanbod. 'Er begint consensus te ontstaan dat dit systeem niet langer houdbaar is nu de budgetten krimpen, het onderscheid tussen hoge en lage cultuur vervaagt en de wensen en samenstelling van het publiek snel veranderen', zegt een betrokkene. Ook de politieke nadruk op het trekken van publiek, het binnenhalen van eigen inkomsten en ondernemerschap speelt een grote rol.


'Creativiteit en transparantie gaan niet altijd samen', zegt Bert Holvast (directeur van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen), een van de leden van de Tafel van Zes, over het stilzwijgen dat tot nu toe is bewaard. 'We willen proberen een zo concreet mogelijk advies uit te brengen, anders dreigt het gevaar van al te vrijblijvende abstractie. Maar het is niet zo dat wij gaan adviseren welk been eraf moet.'


Ook bij de Raad voor Cultuur wordt hard gewerk aan het adviseren van staatssecretaris Zijlstra. 'We hebben onze commissies aan het werk gezet, en hun gevraagd aan te geven waar er bezuinigd kan worden, maar ook waar de grenzen liggen', zegt secretaris Kees Weeda. 'We willen ook horen wat volgens de commissie onaanvaardbaar is, welke bezuinigingen onherstelbare schade toebrengen aan de kunstsector.'


De Raad heeft drie buitenstaanders gevraagd hem bij te staan. Het zijn de directeur marketing van Aegon Jan Driessen (van wie bekend is dat hij een vertrouweling is van premier Rutte), bankier Eric Holterhues, hoofd Kunst en Cultuur bij Triodos Investment Management (zie interview) en Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal Economische Raad. Ook Rinnooy Kan is een criticus van het huidige subsidiesysteem. Samen met Sijbolt Noorda (voorzitter van de Vereniging van Universiteiten) deed hij een paar jaar geleden in de Volkskrant een voorstel voor een op universitaire leest geschoeide aanpak. Er zouden 16 federaties moeten komen, met ieder een Raad van Bestuur. Binnen die federaties zouden de kunstinstellingen fungeren als aparte faculteiten. De Raden zouden het contact met de overheid onderhouden. De honderden huidige besturen en raden van toezicht zouden verdwijnen, evenals de kunstraden en sectorfondsen. Het zou een hoop bureaucratie schelen, aldus Rinnooy Kan en Noorda. Of Rinnooy Kan zijn voorstel nieuw leven gaat inblazen binnen de Raad, is nog niet duidelijk.


Volgens Weeda is het een goede zaak dat er 'wordt gepraat en nagedacht' over de toekomst van het subsidiestelsel. 'Als het efficiënter kan, zullen wij de eerste zijn om dat voor te stellen. Het behoud van de Raad is niet onze eerste prioriteit.'


De voorstellen van de Tafel van Zes kunnen gevolgen hebben voor de positie van de Raad. Die wordt door sommigen in de kunstwereld als te conservatief gezien, te behoudend waar het gaat om het denken over een nieuwe aanpak. Bovendien is de vraag wat, als de Tafel van Zes een permanent karakter krijgt en een belangrijke gesprekspartner wordt voor de overheid, de positie van de Raad wordt. Weeda bestrijdt dat de Raad zich conservatief opstelt. 'Er is sprake van een omslag in het denken over cultuurbeleid. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. Daar zullen wij ons ook toe moeten verhouden.'


De vorming van de Tafel van Zes en de grote ambities vormen ook een risico, erkennen de betrokkenen. De grote vraag is of het zal lukken een gezamenlijk, zo concreet mogelijk plan te presenteren. Er spelen nogal wat belangen. De deelnemers hebben een grote achterban, die ervan overtuigd zal moeten worden dat er grote ingrepen nodig zijn, die offers zullen kosten. Tijdens de Zonnewende-bijeenkomst was een van de conclusies dat de amateursector buiten schot gehouden moest worden. Maar dat leidde achteraf bij sommige instellingen en brancheorganisaties tot protest. Als er flink moet worden ingeleverd, dan ook door allemaal. Mocht het uiteindelijk niet lukken tot overeenstemming te komen, dan dreigt het beeld van een hopeloos verdeelde sector.


'Heel goed dat deze poging wordt ondernomen', zegt Stephen Hodes, directeur van het adviesbureau LAgroup. 'Het is rijkelijk laat, maar niet té laat. De kunstwereld kan niet doorgaan alsof het business as usual is. Er komt een shake-out, en daar is ook ruimte voor. Er is al jaren sprake van een overaanbod, in alle sectoren. Er zijn te veel musea, te veel podia, te veel producenten, er worden te veel kunstenaars en theatermakers opgeleid. De financiering is vernipperd en de instellingen zijn te klein. De vraag is hoe je zelf actief vorm kunt geven aan de shake-out. De vraag is of de Tafel van Zes dat hardop durft te zeggen, en daar concrete voostellen over durft te doen. Ik ben daar niet direct optimistisch over. Dit zijn allemaal clubs met een grote eigen achterban, dat maakt het lastig. Maar ik laat me graag verrassen.'


Bankier Eric Holterhues (38) is een van de drie buitenstaanders die door de Raad voor Cultuur zijn gevraagd hem bij te staan bij het advies dat hij gaat uitbrengen aan staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra. Holterhues is hoofd Kunst en Cultuur bij Triodos Bank, dat in 2010 als groep 250 miljoen euro heeft geïnvesteerd in bijna 750 projecten. Volgens Holterhues is de kunstsector veel te afhankelijk geworden van de overheid.


'Eigenlijk zijn deze bezuinigingen een zegen', zegt Holterhues. 'Ze dwingen kunstinstellingen na te denken over het zoeken naar andere vormen van financiering. Het is net als bij een bedrijf. Als je maar een afnemer hebt, ben je daar wel heel erg afhankelijk van. Als je je alleen richt op de overheid, ben je geheel onderworpen aan de politieke context en maatschappelijke agenda van dat moment.'


De ideële Triodos Bank heeft, sinds de overheid dat drie jaar geleden door een belastingvoordeel mogelijk maakte, vele miljoenen binnengehaald van investeerders die zijn geïnteresseerd in de kunstsector. Het fonds van Triodos maakt gebruik van de belastingregeling cultureel beleggen. Daarbij krijgt de belegger die investeert in culturele instellingen een fiscaal voordeel van maximaal 2,2 procent - vergelijkbaar met het voordeel van groen beleggen. 'Doordat de belegger een fiscale korting krijgt, kunnen wij een wat lager rendement bieden. Daardoor kunnen wij geld goedkoper uitlenen', zegt Holterhues.


De regeling staat op de tocht, nu het nieuwe kabinet heeft besloten de fiscaal vriendelijke regelingen tot 2014 af te bouwen van 2,5 (in 2010) naar 1,2 procent. Holterhues vindt dit kabinetsbesluit niet slim, maar is ondertussen alweer aan het nadenken over nieuwe vormen van particuliere steun voor de kunstwereld. 'Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan het veel beter benutten van de achterban van instellingen. Het gaat een beetje in tegen de Nederlandse handelsgeest om zomaar geld weg te geven, maar steunen in ruil voor rendement, daar zijn cultuurliehebbers wel voor te porren.'


Holterhues denkt bijvoorbeeld aan een constructie waarbij particulier geld op een spaarrekening van een fonds wordt gezet, de instelling gebruikt de opbrengsten van het fonds, en betaalt uiteindelijk het geld weer terug. 'Waar het om gaat is dat je particulieren kunt vinden, die bereid zijn hun vermogen te laten werken voor instellingen.'


Want dat is Holterhues' boodschap: kunstenaars en instellingen moeten veel beter om zich heen kijken waar geld te halen valt. En omgekeerd moeten banken hun koudwatervrees voor het financieren van de kunstsector achter zich laten. Holterhues bestrijdt dat de kunstwereld per definitie verlieslatend is. 'We financieren kunstenaars bijvoorbeeld met een lening bij het aanschaffen van muziekinstrumenten. Tot nu zijn die leningen altijd keurig afbetaald.'


En het ene project is het andere niet. 'Bij het behoud van erfgoed moet er geld bij, maar een museumwinkel levert juist geld op. Daar kun je als bank best financieren. Of neem een museum dat een nieuwe cv-ketel wil aanschaffen. Het krijgt er geen subsidie voor, terwijl de veel zuiniger ketel zich in een paar jaar terugverdient. Zo'n museum kan bij ons terecht.' Holterhues noemt ookhet Nationaal Historisch Museum. 'Als dat een gebouw neerzet dat later ook een andere functie kan krijgen, is het best interessant om te kijken of dat met geld van de bank gefinancierd kan worden.'


Kunstenaars, heeft Holterhues geleerd, hebben vaak een bevlogenheid die een voorbeeld kan zijn voor ondernemers. Samen met de Stichting Cultuur-Ondernemen heeft Triodos een borgstellingsfonds opgezet. Met de borg als achtervang, is tot nu toe voor twintig miljoen euro aan kredieten aan kunstenaars verstrekt. 'Dat is soms wel even wennen', lacht Holterhues. 'Waar ze eerst een bevlogen artistiek verhaal moesten houden voor een beoordelingscommissie, moeten ze nu met een stevig bedrijfseconomisch verhaal komen, compleet met winst- en verliesrekening. Onze boodschap is duidelijk: we vinden kunst en cultuur heel belangrijk, maar we behandelen je als ondernemer.'


Meer over