Richt een camera op zichzelf en je krijgt de raarste dingen

Hele generaties lezers zette Douglas Hofstadter aan | het denken over bewustzijn. `Het Ik is een neveneffect.`..

`Heb je het uitgelezen?` De eerste vraag komt van Douglas Hofstadter zelf. Hij weet ook wel dat zijn klassieker Gödel, Escher, Bach, uit 1979, in honderdduizenden boekenkasten staat. En hij weet ook dat miljoenen er na gemiddeld negen hoofdstukken mee gestopt zijn. `Jammer. Pas in de tweede helft van het boek komt alles bij elkaar.`

Het ging in `GEB`, zoals de hoogleraar cognitieve wetenschappen aan de universiteit van Indiana in Bloomington het boek zelf noemt, om zelfreferentie: het verschijnsel dat zinnen, structuren en systemen ook naar zichzelf kunnen verwijzen. Met merkwaardige gevolgen, zoals in de ets van Escher van handen die zichzelf tekenen. Hofstadter zag zelfreferentie ook terugkomen in het dna.

Hij legt nu de laatste hand aan een nieuw boek, dat volgend jaar verschijnt. I am a Strange Loop gaat over het bewustzijn, dat bestaat bij de gratie van, jawel, de zelfreferentie. Het Ik is een Ik omdat het zichzelf kan zien.

Dus het draait nog steeds om paradoxen en zelfverwijzingen?

`Het gaat om de notie van de strange loop, de vicieuze cirkel. De centrale metafoor die ik gebruik, is een camera die gericht is op een beeldscherm, waarop tegelijkertijd de opnames van de camera te zien zijn. Dus je kijkt naar een televisie, waarop de televisie zelf te zien is, waarop weer de televisie te zien is, enzovoorts.

`Als je de camera recht van voren op het beeldscherm richt, zie je een soort corridor. Maar als je hem schuin houdt, krijg je patronen die je niet had kunnen voorspellen. Conclusie: een systeem dat zichzelf kan waarnemen, genereert heel verrassende structuren. Zo ook de hersenen.`

Wat genereren onze hersenen?

`Het menselijk brein houdt zich bezig met de wereld daarbuiten. Daarvoor moet het categorieën vinden, simplificaties die helpen bij het overleven. Als ik naar een berg bladeren kijk, zie ik niet elk blaadje afzonderlijk. Ik zie een berg. Generalisatie is de raison d`être van ons brein.

`Tijdens de evolutie zijn we op een gegeven moment ook naar onszelf gaan kijken, naar onze vingers, handen, ons lijf. Daartoe hebben de hersenen zich verder ontwikkeld. Het ding waar je het meest in de buurt bent, ben je zelf. Dus denk je daar het meest over na. En omdat onze hersenen de details negeren, vinden we ook categorieën voor onszelf, net als voor die berg bladeren.`

Waaronder het Ik?

`Begrijp me goed: die grijze spons in ons hoofd was helemaal niet ontworpen om een Ik te zien. Maar juist omdat het voortdurend naar zichzelf kijkt, én omdat het 99,9 procent van alles wat het ziet, weggooit, maakt het een verhaal over zichzelf. Dat is het Ik.

`Het is een illusie, maar zo`n spectaculair goede en efficiënte illusie, dat die waar is. Het Ik is een onverwacht neveneffect van het feit dat ons brein een op een televisie gerichte televisiecamera is.`

In Gödel, Escher, Bach was het brein nog een mierenkolonie.

`Dat is het ook nog steeds. Het brein is een collectief fenomeen. Miljarden min of meer onafhankelijk werkende elementen waaruit een bepaald gedrag groeit. Dankzij dit emergent gedrag kan het brein de complexe buitenwereld begrijpen.`

Maar waarom denkt die mierenkolonie niet: er is helemaal geen Ik, wij zijn gewoon een stel mieren?

`Juist vanwege de natuur van de hersenen: omdat ze geleerd hebben de details te negeren.`

Kan een machine een Ik hebben?

`Als we een kunstmatige entiteit kunnen maken die naar de complexiteit van de wereld kijkt en alle details weggooit, ja, dan zou je dat een Ik kunnen noemen.`

Worden het weer 777 pagina`s?

`Wacht maar af.`

Meer over