Richard Hawley

Woestijnhete americana wisselt Richard Hawley af met nostalgisch geluid, al ontbeert zijn stem af en toe wat karakter en ziel.

ROBERT VAN GIJSSEL

Richard Hawley geldt als een van de stille krachten achter de Britse popmuziek. Hij werkte als live- en sessiemuzikant (gitaar) met talrijke grote bands, waaronder Pulp en onlangs nog de Arctic Monkeys. Zijn vaak nogal weemoedige liedjes worden met liefde uitgevoerd door anderen, want ze zijn hoog gewaardeerd, door collega's én de muziekpers. Hawley is een muzikantenmuzikant.

Zijn oeuvre is dan ook bijzonder. Verstilde, croonende rockabilly, rock 'n' roll, maar dan in de variant die is doordrenkt van levenspijn à la Orbison. Op zijn laatste plaat Standing At The Sky's Edge, in het thuisland ook alweer de hemel in geprezen, wordt zijn nostalgische geluid doorsneden met zware psychedelische gitaren en woestijnhete americana. En in deze nieuwe outfit treedt Hawley dinsdagavond aan in de Amsterdamse Melkweg.

Donker en doorwrocht klinkt het meditatieve Don't Stare At The Sun, een lied dat Hawley schreef tijdens een dagje vliegeren met zijn zoontje. 'Let wel: op acid', zegt Hawley, ter verduidelijking. Gevolgd door de geruststellende mededeling dat hij sinds kort waarachtig clean is.

De zanger verrast met scherpe teksten, vooral tussen de liedjes door. Vraagt zich hardop af of wij allen soms zeer welgesteld zijn, dat we naar een concert komen om eens even bij te kletsen. Want inderdaad: het is rumoerig in de Melkweg, en van bijgeluiden is Hawley niet gediend. Zijn band speelt hypergeconcentreerd, dan mag de luisteraar ook wel even zijn best doen.

Hij zet een probaat middel in om de zaal kalm te krijgen: zijn liedje Soldier On, van vorige plaat Truelove's Gutter, het stilste liedje dat hij ooit schreef. De spanning is te snijden als Hawley in bijna fluisterend parlando wegdroomt op minimale steelgitaargolven en gedempte trommels. Prachtig gespeeld en een lichte huiver gaat door de Melkweg als het lied uitvloeit in breed rockend gitaarverdriet.

Hawley en bandleden spelen rock 'n' roll voor in de nachtclub. Tafeltjes met een waxinelicht hadden niet misstaan. Sfeervol, maar het is toch ook muziek waarvoor we de deuren van de concertzalen niet wekelijks willen platlopen. Want Hawley zingt weliswaar mooi binnen de lijnen, zijn stem ontbeert ook wat karakter en ziel, dat ene rauwe randje waardoor je uren naar hem zou kunnen luisteren, die soms onverklaarbare vocale kracht die je bij je nekvel kan grijpen.

undefined

Meer over