Restauratie Heilige Grafkerk, ondanks heilige ruzies

Onlangs is men in Jeruzalem begonnen met de restauratie van de Heilige Grafkerk. Volgens de overlevering zou Jezus - na te zijn gekruisigd op Golgotha - naar een rotsgraf zijn gebracht, waar hij op een steen is gelegd.

Griekse deskundigen leggen in de Heilige Grafkerk in Jeruzalem de steen terug op het graf waar Jezus zou hebben gelegen, 28 oktober 2016. Beeld afp
Griekse deskundigen leggen in de Heilige Grafkerk in Jeruzalem de steen terug op het graf waar Jezus zou hebben gelegen, 28 oktober 2016.Beeld afp

Ruim driehonderd jaar later liet de tot het christendom bekeerde keizer Constantijn rond het vermeende graf een koepelkerk bouwen. Die kerk werd in 335 voltooid en is daarna vele malen verwoest en weer opgebouwd. Wat er tegenwoordig staat is een architectonische mengelmoes, die juist daarom voor historici bijzonder interessant is.

Archeologen willen de steen waarop Jezus zou hebben gelegen naar boven halen. Naar het schijnt hebben zij daarbij al hun eerste succes geboekt. Onder de Audicula, het tempeltje op de tombe, zou inderdaad een rotsgraf aanwezig zijn. Niet meteen van Jezus, maar van Jozef van Arimathea. Dat was de man die het bloed van Jezus in een beker opving, hem van het kruis haalde, in een linnen doek wikkelde en hem naar zijn graf bracht. Dankzij deze daad is Jozef van Arimathea nog altijd de beschermheilige van de begrafenisondernemers, maar wat nog met belangrijker is: met die beker begon de eindeloze zoektocht naar de Heilige Graal.

Op zichzelf is het al een wonder dat het überhaupt tot een restauratie van de Heilige Grafkerk is gekomen. Zes christelijke denominaties maken namelijk aanspraak op de kerk, met als gevolg dat elke stroming slechts een klein deel beheert. De Grieks-orthodoxen, de rooms-katholieken, de Kopten, de christelijke Armeniërs, Syriërs en de Ethiopiërs, zij allen willen hun gezag in de kerk laten gelden. En ten slotte is er aan de buitenkant ook nog een soort deur, die onder islamitisch toezicht staat.

Al deze groepen betwisten voortdurend elkaars territorium. In haar boek Heilige Ruzies heeft de Nederlandse historica Els van Diggele op fascinerende wijze beschreven hoe het toegaat in die kerk. Het is 'vechten om de heilige vierkante centimeters'. Maanden, jaren kan worden geknokt om een muur die van de Grieken is, terwijl zich daarin een schroef bevindt die de Armeniërs toebehoort. Over een kleedje dat 5 centimeter in vijandelijk gebied is neergelegd, kan een verbitterde strijd worden gevoerd die niet zelden is geëindigd in een knokpartij waarbij tegenstanders elkaar met stokken te lijf gingen. De Israëlische politie moest dan de kerk betreden om de strijdende partijen uiteen te drijven. Symbool van de twisten is een ladder die ooit als hulpmiddel dienstdeed bij het aansteken van kaarsen. De aanwezigheid van de ladder is ook vastgelegd in de zogenaamde Status-Quo, een reglement uit 1852 waarin alle eigendomsrechten nauwkeurig zijn beschreven. De bouw van een trap maakte de ladder echter overbodig, maar de ladder mocht niet weg omdat men nu eenmaal het recht op plaatsing had. De trap bleef staan, 150 jaar lang.

Els van Diggele beschrijft hoe een Jood, het hoofd van de afdeling Christelijke Zaken van het Israëlische ministerie van Religieuze Zaken, voortdurend als scheidsrechter moet optreden. Dat komt neer op pappen en nathouden, zodat de restauratie dit keer echt nodig was, want anders zou de hele kerk wegens achterstallig onderhoud gewoon instorten.

Overigens kon men het over de financiering van de restauratie evenmin eens worden, zodat uiteindelijk ook hier een buitenstaander de beslissing heeft genomen. Koning Abdoellah II van Jordanië liet weten dat hij de kosten op zich zal nemen, als een daad van vrede tegenover de christenen in het Heilige Land.

Meer over