Nieuws

Renske Leijten: ‘Nieuw benoemde staatssecretarissen moeten hun Kamerzetel opgeven’

De SP roept de nieuw benoemde staatssecretarissen Dilan Yeşilgöz, Dennis Wiersma en Steven van Weyenberg op hun Kamerzetel op te geven. Volgens de SP kunnen zij niet én Kamerlid blijven en toetreden tot het demissionaire kabinet. Dat is volgens de SP in strijd met de Kieswet en met Grondwet.

Renske Leijten (SP): 'Als ze hun Kamerzetel opgeven, kunnen de staatssecretarissen zich voor honderd procent wijden aan hun nieuwe taak.' Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Renske Leijten (SP): 'Als ze hun Kamerzetel opgeven, kunnen de staatssecretarissen zich voor honderd procent wijden aan hun nieuwe taak.'Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Dat laat Renske Leijten, lid van de Tweede Kamer voor de SP, weten. ‘Ik roep hen op hun zetel op te geven, ik wil hierover met hen in debat. Geen gehakketak over interpretaties van de wetten. Dit moet nu eerlijk geregeld worden.’ Yeşilgöz (VVD) werd in mei benoemd tot demissionair staatssecretaris voor Klimaat, Wiersma (VVD) en Van Weyenberg (D66) werden de afgelopen week beëdigd tot demissionair staatssecretaris van Sociale Zaken en van Infrastructuur. Dat Leijten er in mei geen punt van maakte, lag aan haar verwachting dat er mogelijk snel een kabinet zou zijn. ‘En een nieuwe minister had te veel op zijn bord, Blok zat net op Economische Zaken. Maar nu worden er in het reces nog eens twee staatssecretarissen benoemd en beëdigd.’

Door het toetreden van drie Kamerleden tot het demissionaire kabinet ontspon zich een discussie over de uitleg van de Kieswet en van de Grondwet. Beide verbieden de dubbelfunctie Kamerlid én lid van het kabinet.

De Grondwet geeft op deze regel een uitzondering. Een minister of staatssecretaris die is afgetreden en daardoor demissionair is, kan wel lid zijn van de Tweede Kamer. Bijvoorbeeld na verkiezingen, totdat er een nieuw kabinet is. Ooit gold daarbij een maximumtermijn van drie maanden, maar die is bij de Grondwetsherziening in 1983 geschrapt met de 208 dagen durende formatie van het kabinet-Van Agt I in het achterhoofd.

De benoeming van drie Kamerleden in een demissionair kabinet is nog nooit voorgekomen. Dat nu wel staatssecretarissen in een demissionair kabinet worden benoemd, gebeurt om de werkdruk van ministers te verlichten en om een vacature te vervullen.

Bert van den Braak, bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel in Maastricht en Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht in Leiden, vertegenwoordigen de precieze stroming bij de uitleg van de Grondwet. Zij vinden dat de uitzondering in de Grondwet alleen geldt voor bewindslieden die bij de verkiezingen lid waren van het demissionaire kabinet. Daarom zou een Kamerlid zijn zetel moet opgeven als hij later toetreedt tot een demissionair kabinet.

Parlement verzwakt

Renske Leijten van de SP sluit zich hierbij aan en vraagt nu van de drie nieuwe staatssecretarissen dat zij hun Kamerzetel opgeven. ‘Zij kunnen zich dan voor honderd procent wijden aan hun nieuwe taak. En de Kamer krijgt er drie frisse krachten bij die het kabinet kunnen controleren. Want nog drie mensen met een dubbelfunctie verzwakt het parlement.’

Als de drie nu hun zetel opgeven, betekent dat niet dat zij definitief uit de Kamer verdwijnen. De drie stonden bij de Tweede Kamerverkiezingen zo hoog op de lijst bij hun partij dat, als hun partij gaat regeren en niet zij maar een ander lid van hun fractie in het nieuwe kabinet komt, zij hun Kamerzetel weer kunnen innemen.

Tegenover de precieze uitleg van Grondwet en Kieswet staat de rekkelijke uitleg die minister-president Mark Rutte aan de Grondwet geeft. De uitzondering die de Grondwet biedt waardoor demissionaire bewindslieden ook Kamerlid kunnen zijn, geldt volgens hem ook voor nieuwe bewindslieden. ‘De uitzondering’, zo schreef Rutte vrijdag aan de Kamer, ‘op de onverenigbaarheid van functies is, naar het oordeel van het kabinet, zodanig geformuleerd dat deze zowel op zittende bewindspersonen als op nieuw te benoemen bewindspersonen ziet.’ Rutte schrijft dit namens het demissionaire kabinet van VVD, CDA, D66 en CU. Deze partijen hebben in de Tweede Kamer ook nu een meerderheid.

Net zoals de acht leden van het kabinet die in maart in de Tweede Kamer zijn gekozen, zullen de drie zich als Kamerlid terughoudend opstellen, laat Rutte weten. ‘In het kabinet is de afspraak gemaakt dat bewindspersonen die tevens Kamerlid zijn niet het woord voeren in debatten waarbij medebewindspersonen het kabinetsbeleid verdedigen, dat zij geen stemverklaringen afleggen, dat zij niet optreden als plaatsvervangend voorzitter van de Tweede Kamer en dat zij niet deelnemen aan parlementaire delegaties.’

Saillant is dat Rutte laat weten dat ‘de recent benoemde staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat (Klimaat en Energie), van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Infrastructuur en Waterstaat, die tevens Kamerlid zijn (..) als Kamerlid zullen afzien van de uitkering die voortvloeit uit hun functie als bewindspersoon.’

Hier wordt lering getrokken uit het schandaal rond oud-VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff. Die was, voordat hij fractievoorzitter werd, in het kabinet-Rutte II minister. Omdat die meer verdient dan een fractievoorzitter, kreeg Dijkhoff wachtgeld, naar schatting zo’n 37 duizend euro bruto per jaar. Toen dat bekend werd, besloot Dijkhoff uiteindelijk dat wachtgeld terug te storten omdat stopzetten niet kon.

Meer over