Religieuze feestdagen door het jaar heen

Het nieuwe jaar begint morgen voor veel Nederlanders met goede voornemens. Het is een moment van inkeer, zonder religiositeit. Bij islamitische Nederlanders ligt het anders....

FEESTEN EN VASTEN, dankzegging en inkeer kenmerken religieuze feestdagen. Met de kerstdagen achter de rug - dat zijn ook hoogtijdagen voor consumentisme - breekt morgen het nieuwe jaar aan. Die begint voor veel Nederlanders met de week van de goede voornemens. Weliswaar een plechtig moment van inkeer, maar zonder religieuze achtergrond. Voor islamitische Nederlanders begint het nieuwe jaar met een van de belangrijkste feesten van de islam, de Ramadan.

Vanaf 10 januari mogen moslims tussen de eerste morgenschemering en zonsondergang niet eten, drinken, roken of seks hebben. Anders dan bijvoorbeeld het christelijke vasten voor Pasen is vasten voor moslims niet uitsluitend een vorm van boetedoening. De Koran ziet het vasten vooral als een uiting van dankbaarheid.

Het vasten biedt moslims de gelegenheid te laten zien dat ze zichzelf de baas zijn. Hoewel kinderen niet hoeven te vasten, mogen ze meedoen om te zien of ze de uitdaging aankunnen. Elke dag die je vast, is een overwinning. Het feest van de verbreking van het vasten, id al-fitr op 9 februari, het suikerfeest, geldt als een nieuwjaarsdag waarop moslims zo mogelijk nieuwe kleren aantrekken. Een ander hoogtepunt tijdens de Ramadan is de 27ste nacht, de lailat al-qadr, de nacht waarin de Koran is geopenbaard en de engel Gabriël de eerste openbaring aan Mohammed overbracht, zo wil het geloof.

Een dag later begint voor rooms-katholieke christenen het carnaval, een feest dat duurt tot 12 februari, aswoensdag, waarmee de veertig dagen durende voorbereiding op Pasen begint - de vastentijd of lijdenstijd. De naam carnaval zou afgeleid zijn van carne vale, vlees vaarwel. Op aswoensdag moesten gelovigen zich met as laten bestrooien als teken van boete. Daarvoor vierden de gelovigen groot feest. Carnaval heeft elementen van een heidens lentefeest dat het verdrijven van de winter symboliseerde.

Hindoes vieren op 11 februari Basant Pancami, waarop zij de holika planten, een symbool van het kwaad. Veertig dagen later verbranden ze dit symbool. Dezelfde dag vieren joden Poeriem, het lotenfeest. De feestdag is allesbehalve plechtig; het heeft wat weg van een carnavalsfeest.

Met het feest wordt de verlossing gevierd van de joden uit Perzië in de vijfde eeuw voor onze jaartelling. Het boek Esther beschrijft hoe Haman, de vizier van de koning, door middel van loten de dag wilde vaststellen waarop hij alle joden in Perzië zou laten vernietigen. Een dag later, 24 maart, vieren hindoes Holi Phagua, het nieuwjaarsfeest.

Holi is een lentefeest en staat ook wel bekend als het feest van de kleuren. Hindoes strooien gekleurd poeder en water over elkaar uit als teken van onderlinge verbondenheid. Ze zingen lofliederen op de god Khrisna, die zelf ook met kleurstoffen strooide. Het doel is de goden te volgen in het streven naar meer harmonie.

Op 18 april vieren moslims de belangrijkste feestdag van de islam, id al-adha, het offerfeest. Dit staat ook bekend als het 'grote feest' en is naast het verbreken van de vastenmaand, id al-fitr - het 'kleine feest' - het enige officiële feest van de islam. Moslims over de hele wereld slachten die dag schapen. Ze gedenken hiermee dat Abraham zijn zoon Ismaël aan God zou offeren. Moslims vieren het 'kleine feest' doorgaans uitbundiger dan het 'grote feest'.

De joodse gemeenschap viert op 22 en 23 april Pesach, het paasfeest. De Tora bevat het gebod dat joden drie keer per jaar feestvieren voor God: Pesach, Sjawoeot (het Wekenfeest) en Soekot (het Loofhuttenfeest). Ze worden de 'drie Opgangsfeesten' genoemd, naar de plicht om drie maal per jaar naar de Tempel in Jeruzalem te gaan. De pesach herinnert aan de bevrijding uit Egyptische slavernij, de uittocht uit Egypte; het Wekenfeest valt op 11 en 12 juni en gedenkt de schenking van de Tora; de Sjoekot valt op 16 en 17 oktober en gedenkt de zwerftocht van het joodse volk door de woestijn op weg naar het 'beloofde land'.

De drie feesten zijn, zoals ook christelijke en hindoeïstische feestdagen, nauw verbonden met de jaarcyclus zoals die in nomadische en agrarische culturen werd beleefd. Religieuze feesten gaven mede zin aan de wisseling der seizoenen en de landbouwcyclus. Het godsdienstig jaar werd afgestemd op het natuurlijk jaar. Pesach, Sjawoeot en Soekot herdenken respectievelijk de eerste gerstoogst, de eerste tarweoogst en het binnenhalen van de oogst.

Eerbied voor het getal veertig en het streven een evenwicht te krijgen met de veertig dagen voor Pasen leidden ertoe dat vanaf de vijfde eeuw de Hemelvaart veertig dagen (8 mei) en Pinksteren vijftig dagen (18 en 19 mei) na Pasen gingen vallen. Het pinksterthema is de zending van de Heilige Geest. Die dag werd de christelijke geloofsgemeenschap gesticht.

In het hart van de zomer, 16 juli, vieren moslims de geboortedag van de profeet Mohammed. Op 12 augustus herdenken joden de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem op de vastendag van 9 Av, de zomermaand in 70 na Christus. Op 2 oktober viert de joodse gemeenschap nieuwjaar, Rosj Hasjana. Dan begint volgens de joodse kalender het jaar 5758. Negen dagen later, op 11 oktober, viert de gemeenschap Jom Kippoer, grote verzoendag. Van zonsondergang tot het invallen van de duisternis de volgende dag onthouden joden zich van eten, drank en seks. De gemeenschap doet boete en berouwt haar zonden

Aan het einde van die maand vieren hindoes Diwali, het lichtjesfeest. Op 30 oktober dragen hindoes offers op aan de godin Lakshmi. Ook dit feest was oorspronkelijk een feest voor agrariërs, waarmee het binnenhalen van de oogst werd herdacht. De verering van de godin symboliseert de overwinning van het licht op de duisternis, van kennis op onwetendheid.

Lichtjes staan ook centraal in het joodse Chanoeka-feest dat op 24 december 1997 wordt gevierd. Het feest herdenkt de overwinning van een opstand tegen de hellenistische heersers in de tweede eeuw voor onze jaartelling. De joden zagen kans de ontwijde Tempel opnieuw te wijden. Volgens de traditie was er in één kruik genoeg olie voor de menora, de staande luchter in de Tempel. Het feest duurt acht dagen, en het wonder wordt herdacht met het plaatsen van menora's voor het raam. Elke dag wordt er een kaarsje aangestoken.

Een dag later vieren christenen het kerstfeest, dat pas vanaf de vierde eeuw werd gevierd als het feest van de geboorte van Christus. Het geboortefeest hangt samen met het feest van de 'onoverwonnen zonnegod', natale solis invicti, dat in 274 door keizer Aurelianus was ingevoerd. De kerstening van het feest van de zonnegod voltrok zich in dezelfde tijd waarin de Dag des Heren als 'Dag van de Zon' een officiële rust- en feestdag werd in het Romeinse rijk. Christenen vieren met Kerstmis de openbaring van God in Jezus. Hij is het 'Licht van de Wereld'.

Henk Müller

Meer over