'Rekkelijke goochelaar' Waigel krijgt er volop van langs

Theo Waigel, de Duitse minister van Financiën, is een goochelaar. Niet eens vrij vertaald, is dat de conclusie van de Bundesbank....

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BONN

De weinige kranten die gisteren verschenen - Duitsland had een katholieke feestdag - zijn unaniem in hun oordeel: 'Een knallende oorvijg voor Waigel', aldus de Berliner Morgenpost. De Kölner Stadt-Anzeiger: 'Met het goede imago van de Duitse monetaire politiek is het voorgoed voorbij.'

De grootste oppositiepartij, de SPD, eist het aftreden van Waigel. De schade die zijn goudplannen op langere termijn veroorzaakt, kan volgens fractievoorzitter Scharping nog worden beperkt als kanselier Kohl ingrijpt en een opvolger op het in deze maanden cruciale ministerie van Financiën benoemt.

Minister Waigel heeft twee weken geleden voorgesteld om de goud- en deviezenvoorraad van de Bundesbank op te waarderen. De vele miljarden die dit oplevert, wil Waigel gebruiken voor de aflossing van schulden en niet voor verlaging van het financieringstekort. 'Geen enkele mark zal naar de begroting worden gesluisd', zei hij gisteren.

De herwaardering van het goud gaat de Bundesbank veel te snel. De Bank vindt dat Waigel met deze aanpassing moet wachten tot 1999, als de EMU er is en alle centrale banken hun goudvoorraad hebben moeten herwaarderen.

Ondanks het heftige verzet van de Bundesbank zal Kohl niet ingrijpen. De economische en monetaire unie is voor hem heilig. De komst van de euro is een vraag van oorlog of vrede op het Europese continent, zo is zijn overtuiging. Voor het voldoen aan de toelatingseisen van de euro gaan juist de Duitse bondskanselier geen zeeën te hoog. Het noodzakelijke wetsontwerp, waarmee de Bundesbank wordt gedwongen haar goud- en deviezenvoorraad op te waarderen, gaat de komende weken dan ook ongewijzigd de Bondsdag in, met volledige steun van Kohl.

Het is juist dit wetsontwerp dat de DM-bewakers uit Frankfurt dwars zit. President Tietmeyer noemt de manoeuvre een directe ingreep in de onafhankelijkheid van zijn Bundesbank, een doodzonde voor een instituut dat nooit nalaat andere landen te wijzen op de noodzaak van een strikte scheiding tussen monetair beleid en de grillige wensen van politici. Inmiddels gaat men er in Duitsland vanuit dat Tietmeyer zelf het gerucht heeft verspreid dat hij aftreedt, zodra het wetsontwerp wordt aangenomen.

Waigel - ook nooit te beroerd zijn Europese collega's tot stabiliteit te manen en altijd de mond vol over creatieve boekhouding in Frankrijk en Italie - houdt staande dat hij niets onoorbaars doet.

Een herwaardering richting marktwaarde van de goud- en deviezenvoorraden van de euro-deelnemers staat sowieso voor de deur, zodra de nieuwe Europese centrale bank van start gaat. Waigel: 'Wat goed is in 1999, kan niet verkeerd zijn in 1997 of 1998.' Dit betekent in de praktijk dat het Duitse goud - circa 95 miljoen ounce, omgerekend 2960 ton - tegen de huidige marktprijzen niet langer voor de in een grijs verleden vastgestelde 13,7 miljard, maar 57 miljard mark in de boeken staat.

Wanneer de Bundesbank spreekt over 'de geest van het Verdrag van Maastricht' bedoelt zij dat deze hogere boekwaarde niet mag worden verrekend met de staatsschuld op een moment dat het de minister goed uitkomt. Andere landen doen er minder moeilijk over en menen dat de herwaardering van de goud- en deviezenvoorraden mag worden gebruikt om de staatsschuld van de euro-kandidaten richting de maximaal toelaatbare 60 procent (van het nationaal inkomen) te drukken.

Waigel heeft de kant van de rekkelijken gekozen. Hij wenst (een deel van) de hogere boekwaarde nu al van de staatsschuld af te trekken. Dit heeft weer tot gevolg dat hij minder rente hoeft te betalen, hetgeen zijn financieringstekort weer ten goede komt. Dit tekort dreigt dit jaar boven de vereiste 3 procent (van het nationaal inkomen) uit te komen, waardoor Duitsland niet voldoet aan een van de belangrijkste euro-criteria.

Hoeveel het Duitse financieringstekort opschiet met de herwaardering is nog onduidelijk. Vast staat dat de Bundesbank wordt gedwongen tot geldschepping, waar geen enkele produktie tegenover staat. De centrale bank zegt deze inflatie-impuls, afhankelijk van de omvang, te kunnen hanteren.

Erger is volgens Tietmeyer dat het voorstel van Waigel het vertrouwen in de Europese munt kan aantasten. Een sterke euro kan er alleen komen als deelnemende landen op een 'geloofwaardige en duurzame' wijze hun financiële problemen oplossen. De herwaardering van het goud levert volgens de Bundesbank slechts een beperkte bijdrage voor de verbetering van de openbare financiën. Een dodelijker commentaar op Waigels plannen is slecht denkbaar.

Resteert nog het probleem van de inflatie. Dát varkentje kan de Bundesbank eenvoudig wassen, zo liet Tietmeyer in zijn brief aan Waigel en Kohl doorschemeren: het geld dat Waigel teveel krijgt, haalt Tietmeyer elders weer terug. Dat betekent minder speelruimte voor de Wirtschaft en is dus slecht voor de werkgelegenheid. Maar dat is niet het probleem van de Bundesbank.

Meer over