Reisgenoten Gierige vrek of verstandige onderhandelaar

Is afdingen in den vreemde een vorm van gierigheid of de juiste handelswijze waarmee ook de lokale bevolking geholpen is?...

’We keren terug en fietsen naar de brug over de rivier voor een bezoek aan de andere grotten. Tot onze verbijstering blijkt de oude stalen brug een tolhokje te hebben, waar een bazige vrouw ons per persoon 8000 kip (60 eurocent) tracht af te troggelen om naar de overkant te gaan.

Ze zijn compleet mesjokke in dit dorp, helemaal gegrepen door het geld van de blanke toerist. We sjouwen, eigenwijs, de fietsen door het kniediepe, maar gratis water van het riviertje, en zetten onze dagtocht voort.’

Peter en Karin zijn ervaren reizigers. Al zes jaar fietsen zij de wereld rond, en berichten daarover op Volkskrantreizen.nl. Het verslag van hun ervaringen in het dorp Vang Vieng in Laos, bracht een heftige discussie op gang. Want zijn zij nu de gierige, rijke toeristen, of laten ze juist door hun weigering te betalen de lokale bevolking in haar waarde?

‘Hollanders! Het meest verachtelijke volk dat ooit de wereld afreisde. Vanuit de jungle van God weet waar per laptop van zestig Laotiaanse jaarsalarissen te zaniken over een handvol kip die de lokale bevolking jullie afhandig wil maken’, foetert Rob.

‘Jullie hebben het begrip gierigheid naar een heel andere dimensie weten te tillen’, meent Cor. En Theus adviseert: ‘Lekker naar huis gaan, Floortje Dessing kijken, elke week een nieuwe heftige reiservaring op de buis, en bij de Albert Heijn hoef je zelden af te dingen’.

Maar dit zijn opmerkingen van ‘wereldverbeteraars en Bakkumkampeerders’ die niet weten hoe het er ver weg van hier aan toe gaat, vindt TrapArecev. ‘In Laos, en op de meeste plaatsen in de wereld, hoort afdingen er natuurlijk gewoon bij en is het volstrekt respectloos om het gevraagde bedrag klakkeloos te voldoen. Wie een weekloon wordt gevraagd om ergens een brug over te mogen, die moet dat alleen al uit fatsoen voor de lokale kantoorslaven volstrekt weigeren, of het omgerekend in onze pecunia nou veel is of niet.’

Bovendien, zegt Maarten, ‘de bevolking weet wat de door hen geleverde dienst waard is en wanneer jullie een bedrag zouden bieden wat onder de reële prijs ligt, krijg je die dienst uiteindelijk echt niet. Kortom: door te onderhandelen wordt niemand slechter’.

Sterker: onderhandel je niet, dan word je gezien als de domme toerist. AC woont in Colombia ‘en ook hier probeert men maar al te vaak te profiteren van de rijke ‘gringo’. Door hier met open ogen in te trappen, word je uitgelachen en dom gevonden.’

Peter is het hiermee hartgrondig eens. ‘Als rijke buitenlander heb je het recht om belazerd te worden, maar je verdient er geen respect mee, en gelukkig is het nog altijd geen verplichting.’

Maar dit betekent niet dat je daarom altijd hetzelfde moet willen proberen te betalen als de inwoners van het (arme) land waar je op bezoek bent. Want, zo zegt Marieke de Blaauw, ‘je wordt nooit gelijkwaardig aan hen. Je bent en blijft een eendagsvlieg, een toevallige passant, een marsmannetje op de fiets.’

Jan voegt toe: ‘Geef je wat ze vragen, dan ben je een dwaas. Geef je wat je redelijk vindt, dan ben je een vrek. Ga je naar zo’n land, dan ben je hoe dan ook een decadente westerling, uitgekeken op zijn eigen omgeving en op zoek naar nieuwe wow-ervaringen. De ‘toeristische blik’ neem je vanzelf met je mee. Wil je daaraan ontkomen en deelnemen aan het ‘echte leven’ daar, dan ben je pas echt decadent: zo rijk dat armoede weer lekker wordt.’

Michiel van der Geest

Meer over