'Reguliere hulp heeft goede ondernemers nodig' Zorginstelling Overijssel duldt geen concurrentie

Hebben wij nog een concurrent vanaf 1 januari 1997? Met deze reclametekst maakte de stichting Thuiszorg Zuidwest-Overijssel vorig jaar haar bedoelingen kenbaar....

Van onze verslaggeefster

Wil Thijssen

AMSTERDAM

'En dat krijgen ze ook niet', zegt directeur G. Ronner tevreden. Hij is de stuurman die van de inefficiënte kruisvereniging, na de fusie met gezinsverzorging en algemeen maatschappelijk werk, in 1992 weer een gezond bedrijf maakte. Daarmee bewijst Thuiszorg Zuidwest-Overijssel volgens Ronner dat 'al het geklaag in de reguliere zorg, over onwerkbare cao's en te weinig financiële middelen, volstrekt nergens voor nodig is'.

De directeur bindt graag de strijd aan met commerciële thuiszorgbureau's en vakbroeders die steeds meer op de commerciële toer gaan. Zijn instelling is een van de weinige reguliere thuiszorgorganisaties die niet kampen met wachtlijsten en financiële tekorten.

In de ontvangsthal van het gloednieuwe hoofdkantoor in Deventer ligt een antieke ondersteek op de balie. Het bloemstuk daarin herinnert aan de opening in 1994, toen de heersende bedrijfscultuur sterk aan verandering onderhevig was. Liefst vijf gebouwen werden afgestoten na de fusie, en 22 medewerkers vertrokken vrijwillig met een riante afvloeiingsregeling. Maar de grootste vernieuwing was wel de invoering van een strenge regelgeving: het moest maar eens afgelopen zijn met al dat overbodige overleggen, vergaderen en administreren.

'Ik was verbijsterd toen een verpleegkundige me uitlegde wat ze allemaal aan formulieren moest invullen', licht Ronner toe. 'Acht formulieren voor één patiënt waarop ze steeds dezelfde onnozele dingetjes moest opschrijven. Dat komt hier niet meer voor, net als vergaderingen die langer duren dan een uur.'

Ronner pleit voor een cultuuromslag in de thuiszorg, van 'praten, praten, praten' naar 'meer handen aan het bed'. De productiviteit in zijn bedrijf is de afgelopen vijf jaar gestegen van 34 naar 70 procent. Een maandelijks tevredenheidsonderzoek onder cliënten, dat de directeur heeft ingevoerd 'om ons een kritische spiegel voor te houden', moet dat cijfer op peil houden.

Gevolg van de sanering in Overijssel: een uur van een verpleegkundige aan het bed is dertig gulden goedkoper geworden. Thuiszorg Zuidwest-Overijssel heeft geen wachtlijsten en beweert een flink overschot op de balans te hebben. 'Dat geld gaat niet naar aandeelhouders of naar de directeur, maar rechtstreeks terug de zorg in', zegt Ronner. 'We zijn een niet-commerciële instelling. Ik zou onze raad van toezicht beledigen als ik de leden een salaris zou bieden. Die zitten daar vanwege ons maatschappelijk belang, niet vanwege de centen.'

De juiste man op de juiste plek, en geen overbodig geouwehoer, is het motto van Ronner. En daar schort het volgens hem in de reguliere thuiszorg nogal eens aan. 'Er is iets drastisch mis met niet-commerciële instellingen. Die hebben een negatief imago en dat hebben ze zelf veroorzaakt. Ze werken heel inefficiënt en dat is een voedingsbodem voor de commercie. De thuiszorg heeft goede, economisch denkende ondernemers nodig en geen klagers die hun toevlucht zoeken in commerciële dochterondernemingen.'

In de immense opslagruimte waar het Hulpmiddelencentrum is gehuisvest, staan rolstoelen, po's en bedden met matrassen tegen het doorliggen. Kasten zijn volgestapeld met toiletverhogers, urinezakhouders en drinkbekers met een tuitje. In dit centrum in Deventer zijn alle zorghulpmiddelen van verschillende regionale zorginstanties verenigd. Ronner: 'Er zijn wegen waar je een autootje van een verzekeraar, de gehandicaptenvoorziening en thuiszorg achter mekaar ziet rijden. Dat noem ik dus dure verspilling. Stop dat bij elkaar, en je houdt ruimte, auto's en personeel over.'

Ook met het brede aanbod van diensten wil Thuiszorg Zuidwest-Overijssel de concurrentie bezweren. Van de wieg tot het graf, van kraamzorg tot stervensbegeleiding en voor alles wat daar tussenin zit kan de klant terecht. 'Alleen dan investeren klanten hun persoonsgebonden budget in jou, en sturen verwijzers de klant door naar jouw bedrijf', zegt Ronner.

Als het ten koste van de concurrentie gaat, lijkt alles in Overijssel geoorloofd. De thuiszorginstelling biedt 'zorg op maat', wat wil zeggen dat de klant in alle eisen zoveel mogelijk tegemoet wordt gekomen. Als de verzekeraar flexibele uren niet vergoedt, moet dat uit de eigen middelen worden betaald, vindt Ronner. 'En als die eigen middelen er niet zijn, doe je als bedrijf iets niet goed', meent de socioloog, die zichzelf liever sociaal-econoom noemt. 'Gezonde bedrijfsvoering, dat hebben we nodig in de gezondheidszorg.'

Bij het woord 'marktwerking' schudt Ronner heftig zijn hoofd. Dat vindt hij een grote vergissing van de politiek. Concurrentie noemt hij het uitvechten van een strijd tussen politiek en inadequate thuiszorg, over de rug van de klant. 'Commercie en maatschappelijke zorg gaan niet samen. Ik hou niet van handel in ellende. En de overheid was hard bezig zich daar schuldig aan te maken', vindt hij. Stellig: 'Stop commerciële activiteiten nou eens in het reorganiseren van je eigen zaakje. De reguliere zorg móet het kunnen winnen van de commerciële zorg, want wij hebben van oudsher een netwerk van ziekenhuizen, huisartsen, bejaardenverzorgers en maatschappelijk werkers die door geen enkel commercieel bureau te overtreffen is.'

Meer over