Analyse

Regeringspartijen scharen zich achter de premier, die heus ‘niets onoorbaars’ heeft gedaan

'Vak K' tijdens het notulendebat, met van links af de ministers Ollongren, Koolmees, Rutte, Kaag en Hoekstra.   Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
'Vak K' tijdens het notulendebat, met van links af de ministers Ollongren, Koolmees, Rutte, Kaag en Hoekstra.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De gewraakte notulen zijn pijnlijk voor de hele ministersploeg, niet alleen voor Mark Rutte. Dus schaarden alle regeringspartijen zich achter de premier, die heus ‘niets onoorbaars’ had gedaan.

In het grote debat over de notulen van de ministerraad moest de Tweede Kamer donderdag een begin maken met het heroveren van zijn ‘tegenmacht’ tegenover het kabinet. Die notulen legden begin deze week een cultuur bloot waarin bewindslieden met dedain spreken over coalitie-Kamerleden die niet beseffen waartoe ze op Aarde zijn. In plaats van ‘hun’ bewindspersonen loyaal te steunen stellen ze vervelende vragen die het kabinet afhouden van zijn werk: het besturen van het land.

Oppositieleider Geert Wilders (PVV) houdt zijn mede-Kamerleden aan het begin van het debat voor wat er op het spel staat. ‘Er zal niets veranderen zolang wij met ons laten sollen, zolang wij onze tanden niet laten zien. Is dit de dag waarop we dit doen? Zijn we vandaag lam of leeuw?’

Toch weer vooral het eerste, zo blijkt. De fractiewoordvoerders vervallen al snel in de vertrouwde patronen. Patronen die de kern vormen van de veelbesproken ‘bestuurscultuur’ waarvan diezelfde politici in koor beweren dat hij nu écht moet veranderen. De oppositie brult en attaqueert, de coalitiefracties blaten met het kabinet mee. Omdat de coalitie een Kamermeerderheid heeft, heeft het kabinet bij voorbaat niets te vrezen van de motie van wantrouwen die Denk-fractievoorzitter Azarkan al in de eerste termijn indient.

Dat het debat zo zou verlopen, hoeft niet te verbazen. De notulen zijn immers pijnlijk voor álle coalitiepartijen, niet alleen voor premier Mark Rutte. Ook bewindspersonen van CDA, ChristenUnie en D66 deden in de ministerraad hun beklag over kritische Kamerleden uit de coalitie. Zij steunden allen het besluit om de Tweede Kamer belangrijke informatie uit het toeslagendossier te onthouden. Die beslissing werd volgens de Parlementaire onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) deels ingegeven door politieke motieven. Het kabinet wilde voorkomen dat de opgevraagde documenten staatssecretaris Menno Snel (D66) in de problemen zouden brengen.

Klassiekers uit de politieke trukendoos

D66-woordvoerder Rob Jetten schiet het kabinet als eerste te hulp. Hij trekt drie klassiekers uit de politieke trukendoos. Truc één: het probleem bagatelliseren. Als Lilian Marijnissen (SP) klaagt dat de vertrouwelijkheid van de ministerraad kennelijk is misbruikt om zaken in de doofpot te stoppen, snelt Jetten naar voren. Hij begrijpt niet dat Marijnissen spreekt van een ‘vertrouwensbreuk’ tussen Kamer en kabinet. Want die notulen bevatten toch helemaal geen nieuwe informatie? ‘Wat afgelopen week uit de notulen bleek, wist de Kamer allang. Dat stond allemaal al in het eindverslag van de POK.’

Maar in dat rapport stond alleen dat het kabinet om politieke redenen informatie achterhield voor de Tweede Kamer, zonder in details te treden. Er staat ook niet in dat het voltallige kabinet lastige Kamerleden wilde intomen. Toch noemt Jetten de ophef over de notulen ‘opgeklopt’.

‘We zouden het vandaag moeten hebben over het vinden van een oplossing voor de ouders.’ Dat is truc twee: de afleidingsmanoeuvre. Hiermee verlegt hij de focus van het oorspronkelijke debatonderwerp – de autoritaire trekjes van het kabinet - naar het toeslagenprobleem zelf. Als PvdA-fractievoorzitter Lilianne Ploumen het kabinet de mantel uitveegt, brengt Jetten truc drie in stelling: de jij-bak. Sprak Ploumen in het kabinet-Rutte II nooit onvriendelijk over Kamerleden, toen zij zélf in de ministerraad zat?

Zeer smal geitenpaadje

Waarnemend VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans wringt zich in allerlei bochten om Mark Rutte te verdedigen. Marijnissen vraagt Hermans of zij ook vindt dat er ‘niets onoorbaars’ is besproken, zoals Rutte vorige week voor de tv-camera’s beweerde. Onderschrijft zij de conclusie van de POK dat het kabinet de Tweede Kamer om politieke redenen onjuist en onvolledig informeerde? Rutte heeft dat tijdens een eerder Kamerdebat namelijk nog ontkend. Hermans bewandelt een zeer smal geitenpaadje om haar leider niet af te vallen . Ze beweert dat de VVD het rapport van de onderzoekscommissie weliswaar volledig onderschrijft, maar dat uit de vandaag besproken notulen níet blijkt dat het kabinet uit politieke motieven handelde. Daarmee gaat ze voorbij aan het feit dat de POK deze conclusie juist op de ministerraadnotulen, en de voorbereidende notities voor de ministerraad, baseerde. Met andere woorden: Hermans leest écht niet in de notulen wat de onderzoekscommissie er wel in las.

Voormalig VVD-Kamerlid Wybren van Haga, die nu spreekt namens Forum voor Democratie, valt Hermans aan als ze zegt dat de VVD-top nooit druk uitoefent op de fractie om een bepaald standpunt uit te dragen. Terwijl Mark Rutte in de ministerraadnotulen zegt dat hij het dissidente VVD-Kamerlid Helma Lodders op het matje had geroepen. Van Haga: ‘U staat hier enorm te liegen, want bij de VVD heerst een enorme kadaverdiscipline. Ik ben daar zelf onderdeel van geweest.’

Fles champagne

CDA-woordvoerder Anne Kuik maakt het nog bonter als ze tegen Wilders zegt dat ze de betekenis van ‘sensibiliseren’ in het woordenboek moest opzoeken. Voor haar is het niet evident dat háár politieke leider, Wopke Hoekstra, hiermee bedoelde dat hij CDA’er Pieter Omtzigt tot de orde had geroepen. Wilders: ‘Het is schokkend dat Omtzigts eigen fractiegenoot het niet voor hem opneemt. We weten allemaal dat ‘sensibiliseren’ in elk geval niet betekent dat Hoekstra hem een fles champagne wilde bezorgen.’

GroenLinks-leider Jesse Klaver stelt zich in vergelijking met andere oppositiepartijen constructief op. Klaver lijkt al aan de formatie te denken, waar GroenLinks volgens de geruchten dolgraag aan wil deelnemen. Hij doet Rutte meerdere handreikingen en maakt duidelijk dat de premier het geschonden vertrouwen kan herstellen door een aantal concessies te doen (meer geld naar de sociale advocatuur) en een gedeeltelijke schuldbekentenis. Tot grote verbijstering van Klaver grijpt Rutte de uitgestoken hand niet: hij wil in eerste instantie niet toegeven dat het kabinet de Kamer in 2019 beter had kunnen informeren.

Rutte belooft uiteindelijk wel beterschap; hij zegt dat hij het ‘tussenoverleg’ tussen de ministerraad en de Kamer grotendeels wil afschaffen. Kabinetsbesluiten moeten voortaan weer echt in de ministerraad worden genomen, in plaats van in een coalitieoverleg te worden voorgekookt. Binnenkort zal hij concrete voorstellen daartoe presenteren. Met die belofte moet de Tweede Kamer het nu even doen.

Meer over