Regeringen in regio rouwen niet om Hamas

Net als aan het begin van de oorlog in Libanon in 2006 reageerden veel Arabische regeringen op zijn minst tweeslachtig, omdat het doelwit een militante fundamentalistische beweging is.

Vooral de Palestijnse president Abbas, fel tegenstander van Hamas, heeft moeite de juiste balans te vinden. Protesten door Palestijnen op de deels door Abbas bestuurde Westoever, werden de kop ingedrukt.

Abbas, wiens veiligheidsdiensten in 2007 door Hamas uit Gaza werden verdreven, gaf aanvankelijk de heersers in Gaza zelf de schuld van de escalatie. ‘Ik had ze gevraagd alsjeblieft het staakt-het-vuren te verlengen’, zei de president. Naarmate het aantal slachtoffers toenam, moest Abbas Israël echter feller kritiseren. De Palestijnse Autoriteit heeft de onderhandelingen met Israël dan ook opgeschort.

Net als Abbas zouden veel heersers in de Arabische wereld niet rouwen als Israël Hamas een gevoelige slag toebrengt. Niet omdat ze pro-Israëlisch of pro-westers zijn, maar omdat ze zelf te kampen hebben met militante fundamentalistische bewegingen. Deze vormen een steeds grotere politieke uitdaging en winnen aan populariteit met elk succes van Hamas en Hezbollah in de strijd tegen Israël.

Dat geldt zeker voor Egypte en Jordanië, die vrede hebben gesloten met Israël. Egypte bekijkt de situatie in het aangrenzende Gaza met grote bezorgdheid en vreest voor destabilisatie in de Sinai-woestijn en elders. President Mubarak had als bemiddelaar zijn prestige verbonden aan het staakt-het-vuren van Hamas. Zijn onvrede klonk door in de Egyptische media, die Hamas ervan beschuldigden medeverantwoordelijk te zijn voor de crisis.

Jordanië heeft eveneens grote problemen met Hamas, dat steeds meer invloed heeft in de Jordaanse Moslim Broederschap, een fundamentalistische beweging die zich voorheen, althans in het openbaar, loyaal opstelde jegens de koning. De Jordaanse bevolking is in meerderheid Palestijns en de regering moet dan ook voorzichtig manoeuvreren en begrip tonen voor de volkswoede. Toch kwam Jordanië niet verder dan het overhandigen van een ‘hard memorandum’ aan de Israëlische zaakgelastigde.

Het andere grote land dat zich op de vlakte houdt, is Saoedi-Arabië. De voormalige geldschieter van Hamas (totdat die rol grotendeels werd overgenomen door Iran) heeft ook redenen om ontevreden te zijn over zijn vroegere protegés.

De Saoedische koning heeft president Bush gebeld om te protesteren tegen de aanvallen, maar hardere acties worden niet verwacht. Een radicale geestelijke, precies het soort waar de regering beducht voor is, heeft wel een fatwa uitgevaardigd die moslims oproept alles wat een band heeft met Israël aan te vallen.

Regimes in de regio die goede banden onderhouden met Hamas, hebben het gemakkelijker. Zo heeft Syrië het indirecte vredesoverleg met Israël gestaakt.

Het is echter onwaarschijnlijk dat Syrië de gesprekken nooit meer hervat – zozeer staat Damascus ook weer niet achter de Palestijnse zaak. De gesprekken hadden plaats ondanks de nauwe banden die Syrië met Hamas heeft, en ondermijnden al de positie van de Palestijnen.

Het grote gevaar bij langdurig geweld in Gaza lijkt te komen van Hezbollah in Libanon. De groep viel ook aan toen Israël in 2006 vocht in Gaza, en tijdens het begin van de intifada, in 2000. Tijdens een demonstratie in Beiroet riep Hezbollah-leider Hassan Nasrallah zondag zijn strijders op tot de hoogste staat van paraatheid.

Meer over