Regering Italië steunt nog meer op communisten na verkiezingen

Na de lokale en provinciale verkiezingen van zondag is de centrum-linkse regering van Italië nog afhankelijker geworden van de orthodoxe communisten dan ze al was....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

De meeste aandacht ging uit naar de verkiezingen in de miljoenensteden Milaan en Turijn. Daar wonnen de rechtse burgemeesterskandidaten Albertini respectievelijk Costa met glans, maar ze haalden geen absolute meerderheid. In de tweede ronde op 11 mei komen ze uit tegen de kandidaten van centrum-links.

De stemmen van Communistische Herstichting en de Liga Noord zullen daarbij beslissend zijn. De communisten zullen hun steun duur verkopen. Ze eisen programma-akkoorden en wethouderszetels. Volgens hun leider Bertinotti is nu gebleken dat centrum-links alleen maar kan winnen door in zee te gaan met zijn partij. Maar de centrum-linkse kandidaten in Milaan en Triëst, beiden liberaal-democratische ondernemers, weigeren voor de tweede ronde een akkoord te sluiten met de communisten. Ze rekenen op de steun van de individuele partijleden.

De ex-communistische PDS is de grootste partij gebleven, maar ze krijgt steeds meer concurrentie van Communistische Herstichting. Tegelijk is het anti-communistische deel van de regeringscoalitie, vooral de ex-christen-democratische Volkspartij en de partij van minister Dini, gedecimeerd. Daardoor is het zwaartepunt in de regeringsmeerderheid opgeschoven naar links.

Ook in het rechtse kamp heeft een extreme partij gewonnen: de uit het neofascisme voortgekomen Nationale Alliantie van Fini. Deze wil een confrontatie met de regering-Prodi, terwijl Berlusconi, leider van Forza Italia, uit is op de vorming van een grote links-rechtse coalitie. De kans daarop is voorlopig gering.

De leider van de Liga Noord, Bossi, is razend. De Liga won slechts in één provinciale hoofdstad, Pordenone. De Liga-kandidaat voor Milaan, aftredend burgemeester Formentini, drong niet eens tot de tweede ronde door.

Bossi wijt de nederlaag aan de 'immigranten' uit Zuid-Italië, die in het Noorden 'asiel' en werk hebben gekregen, maar zich niet bekommeren om de 'bevrijding' van 'Padania'. Volgens hem hebben alle Liga-kiezers voor de afscheiding gestemd. Daarover komt in mei een referendum. Bossi heeft zijn volgelingen opdracht gegeven op 11 mei niet naar de stembus te gaan.

Centrum-links haalde de absolute meerderheid in de provinciehoofdsteden Belluno, Ravenna, Siena en Reggio Calabria, rechts in het tot zondag linkse bolwerk Grosseto. Ook werd gestemd voor de besturen van zes provincies. Pavia, Lucca en Viterbo kwamen in rechtse handen, Mantua, Gorizia en Ravenna in linkse. De opkomst was 77,7 procent, 3,6 procent minder dan bij de vorige lokale verkiezingen.

Meer over