Nieuws

Regering door het stof in Troonrede: ‘Gedupeerden Groningen en toeslagenaffaire is onrecht gedaan’

In de Troonrede is koning Willem-Alexander namens de regering nogmaals door het stof gegaan voor het handelen van de overheid in de toeslagenaffaire en bij de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen. ‘Wij moeten de hand in eigen boezem steken’, zei het staatshoofd.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima tijdens de Troonrede. Beeld ANP
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima tijdens de Troonrede.Beeld ANP

‘De afhandeling van de aardbevingsschade is te lang te stroperig geweest. In de toeslagenaffaire is mensen letterlijk en figuurlijk onrecht gedaan. Fouten moeten worden hersteld en wie recht heeft op compensatie moet die zo snel mogelijk krijgen.’

Daarmee neemt het demissionaire kabinet nogmaals de verantwoordelijkheid voor de manier waarop in de toeslagenaffaire duizenden mensen in grote financiële problemen zijn gestort door het rigide handelen van de overheid. Het derde kabinet-Rutte trad daarom al af in januari, voormalig minister Asscher van Sociale Zaken vertrok als leider van de PvdA.

De kniebuiging was het sombere tintje aan een Troonrede die verder tamelijk optimistische vooruitzichten bood voor 2022. Met een economische groei van 3,5 procent, een aanhoudend lage werkloosheid en zonder koopkrachtverlies, komt Nederland – gemiddeld – veel beter dan verwacht uit de coronacrisis. ‘De nabije toekomst ziet er op economisch opzicht opvallend goed uit’, zei minister Hoekstra van Financiën bij het aanbieden van zijn Miljoenennota aan de Tweede Kamer. ‘Hier zouden we een jaar geleden blind voor hebben getekend.’

De koning gaf een compliment aan ‘het innovatieve Nederlandse bedrijfsleven’ en aan het coronasteunbeleid van het kabinet. ‘De steunmaatregelen van de overheid waren ongekend in omvang en reikwijdte, maar hebben wel het beoogde effect gehad. De economie veert op en de werkloosheid blijft historisch laag. De koopkracht blijft op peil en de staatsschuld is niet uit het lood geslagen. De intrinsieke kracht van de Nederlandse economie biedt ruimte om verder te bouwen (...) Nederland is en blijft een goed land om in te leven. Als we de toekomst gezamenlijk tegemoet blijven treden, kunnen we heel veel aan.’

Grote zorgen, geen plannen

De Troonrede ging geheel voorbij aan de politieke impasse op het Binnenhof, die elk uitzicht op een nieuw missionair kabinet vooralsnog blokkeert. Impliciet werd wel duidelijk dat het op dit moment niet mogelijk is om grote nieuwe projecten te lanceren. Het demissionaire kabinet liet de koning benadrukken dat er grote problemen liggen te wachten op de woningmarkt, in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, rond de stikstofuitstoot en de versterking van de rechtsstaat, maar het lanceert daarvoor nu geen baanbrekende nieuwe plannen.

Alleen voor het klimaatbeleid komen er miljarden euro’s bij die ten goede komen aan groene subsidies aan huishoudens en bedrijven. Dat is nodig omdat Nederland anders in 2022 niet voldoet aan de eisen van het Urgenda-klimaatvonnis. Daarbij riskeert de regering hoge dwangsommen.

Maar de Troonrede beklemtoont dat het kabinet ook handelt vanuit eigen motivatie. ‘Deze zomer kwam het Intergovernmental Panel on Climate Change met een harde en uitermate zorgelijke waarschuwing. De klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel gaan veel sneller en zijn veel ernstiger dan eerder voorzien. Dat raakt onze veiligheid, natuur en leefomgeving, maar bijvoorbeeld ook het wereldwijde armoedevraagstuk en toekomstige migratiestromen. In Nederland houdt de bescherming tegen hoogwater uiteraard de allerhoogste prioriteit.’

Dank aan de zorgwerkers

Veel aandacht was er in de Troonrede wel voor voor de coronacrisis. De koning stond stil bij de vele Nederlanders die rouwen om het verlies van naasten of die kampen met fysieke of mentale problemen. Hij prees alle mensen die doorwerkten onder moeilijke omstandigheden. ‘Dank aan de agenten en de boa’s, de militairen die bijsprongen, de mensen in het onderwijs, de kinderopvang, het openbaar vervoer en de logistiek. En natuurlijk aan iedereen in de ziekenhuizen, de verpleeghuizen en de thuiszorg. Daar is een buitengewone prestatie geleverd. De komende tijd staat in het teken van mentaal en fysiek herstel van deze groep.’