Regenramp is toeval

De regen die deze zomer in Midden-Europa een overstromingsramp veroorzaakte, had net zo goed in Rijn en Maas kunnen vallen....

Zijn de omwonenden van Maas en Rijn deze zomer door het oog van de naald gekropen? De overstromingen die in augustus Tsjechië en Duitsland troffen en daar enorme schade veroorzaakten, hadden door meteorologisch toeval zich evengoed in het stroomgebied van Rijn en Maas kunnen voordoen. Dat zou rampzalige gevolgen hebben gehad voor de westelijke Duitse deelstaten, Noord-Frankrijk, België en Nederland.

Zo luidde althans de veronderstelling waarmee een maand geleden deskundigen van KNMI, het waterinstituut RIZA en het waterloopkundig laboratorium aan het werk werden gezet. Al kort na de overstromingen in Duitsland leefde bij het KNMI het gevoel dat Nederland geluk had gehad. De plaats wáár precies in Europa depressies binnentrekken en buien vallen, wordt immers willekeurig bepaald.

Afgelopen week presenteerde RIZA en KNMI het rapport waarin de mogelijke gevolgen van de zomerregens voor Nederland werden berekend. De geruststellende conclusie is dat onze dijken een Midden-Europees regenpatroon hadden kunnen weerstaan.

Maar er is ook reden tot zorg, want de rekenoefening beperkt zich tot het zomerseizoen waarin de waterstand van Maas en Rijn traditioneel laag is. Wanneer de buien van afgelopen zomer in de winter gevallen zouden zijn, zouden de gevolgen heel wat ernstiger zijn geweest.

De studie bevestigt de hypothese van de 'toevallig' gevallen bui. De historische neerslagrecords die nu in het Ertsgebergte, Bohemen en Tsjechië werden gevestigd, hadden inderdaad ook bij ons terecht kunnen komen. Voor de weersvoorspelling in Europa wordt gebruik gemaakt van computersimulaties van het Ensemble Prediction System (EPS) dat dagelijks vijftig verschillende weerbeelden produceert op basis van kleine verschillen in de begintoestand.

Voor begin augustus leverde het EPS-systeem ongeveer evenveel scenario's voor extreme neerslag in het Elbe-gebied als voor soortgelijke neerslag in het stroomgebied van de Rijn. Voor de Rijn leverde de simulatie zelfs grotere maximale neerslagsommen op. Voor de Maas zijn de onzekerheden iets groter, maar ook daar is een verplaatsing van de neerslag - om te zien welke gevolgen dat heeft - volgens het rapport verantwoord.

Het resultaat zou zijn neergekomen op een historisch grote zomerafvoer voor de Rijn met een piekafvoer van 11860 kubieke meter water per seconde bij Lobith. Zoveel water heeft de rivier in de zomer nog nooit hoeven verwerken. De hoeveelheid komt overeen met die van de winter van 1995. Die werd alleen overtroffen door de historische hoogwaterstand in de winter van 1926.

In dit resultaat is bovendien de 'meevaller' berekend dat in Duitsland overstromingen zouden zijn ontstaan. 'De afvoercapaciteit zou bovenstrooms zijn overschreden', staat er. Dat is gunstig voor de hoeveelheid water die in het Nederlandse deel zou binnenstromen. Over de grootte van het effect is weinig te zeggen. Een ruwe schatting door RIZA en KNMI komt neer op duizend kubieke meter water per seconde. Zonder dit effect zou dus zelfs 12600 kubieke meter water bij Lobith zijn binnengestroomd.

Het rapport becijfert niet welk effect de buien van afgelopen zomer gehad zouden hebben in de winter, wanneer de omstandigheden veel ongunstiger zijn. In de winter is de waterstand in de rivier hoger, verdampt er minder neerslag en wordt de regen vanwege een bevroren of doordrenkte ondergrond ook nog sneller afgevoerd.

Een theoretische verplaatsing van de zomerregens naar de winter vindt onderzoeker dr Günter Können van het KNMI niet verantwoord. De atmosfeer is dan kouder en kan minder vocht bevatten. Vergelijkbare depressies leveren daardoor minder regen op, zegt hij.

Niettemin zijn er scenario's denkbaar waarin vergelijkbare, enorme hoeveelheden neerslag in de winter worden geproduceerd. Maar dat, zegt hij, was altijd al zo. Ook voor 1995 kan de weercomputer achteraf scenario's uitspuwen waarin de neerslag nóg beroerder was. De gebeurtenissen van afgelopen zomer vallen binnen de marges van de kansberekening en nopen volgens het KNMI niet tot het bijstellen daarvan.

Langs de Rijn wordt momenteel gewerkt aan de aanleg van calamiteitenpolders waarin tijdelijk rivierwater kan worden geloosd. Wanneer in 2015 alle maatregelen van het plan Ruimte voor de Rivier zijn uitgevoerd, moet de Rijn een piekafvoer van 16000 kubieke meter water per seconde kunnen verwerken. Die doet zich gemiddeld eens in de 1200 jaar voor.

Van een dergelijke hoeveelheid water was afgelopen zomer geen sprake. Ook opgeteld bij een normale winterstand zou het maximum vermoedelijk niet zijn bereikt. Berekend is dit echter niet, zo waarschuwt het RIZA. Bovendien geldt genoemde veiligheid pas over dertien jaar, als alle plannen zijn uitgevoerd. In de tussentijd kan extreme neerslag in een ongunstig seizoen ook in Maas en Rijn veel onheil aanrichten.

Meer over