Regen doet dadelteelt herleven

De laatste jaren kampte Marokko met overstromingen na overvloedige regenval, ook in het droge zuiden. Maar rond de rivier de Drâa levert het water dadels, en dus werk....

Van onze correspondente Greta Riemersma

Als Jaafar Larrabi uitkijkt over de rivier de Drâa voelt hij een diepe voldoening. Niet vaak heeft hij gezien dat het water zo onstuimig in de bedding kolkt. En Larrabi is geboren in 1946, dus dat zegt wel wat. ‘Hamdullah’, zegt hij, dank zij Allah. ‘We hebben eindelijk genoeg water. De dadels zullen dit jaar nog beter smaken dan vorig jaar.’

De plek waar Larrabi staat, is een van de gebieden in Marokko die steeds droger worden. Hier, in het stroomgebied van de Drâa in het zuidoosten van Marokko, rukt de Sahara al eeuwen op. Het dieptepunt vormden de jaren dertig van de vorige eeuw toen het zeven jaar achtereen niet regende en zelfs dromedarissen stierven van de honger.

Maar de laatste twee jaar gebeuren er wonderlijke dingen. In februari vorig jaar meldde Abdelkébir Zahoud, de Marokkaanse staatssecretaris voor Water, dat de regenval in Marokko ‘buitengewoon en historisch’ was. In het hele land waren overstromingen en er vielen rond vijftig doden. ‘Alle regio’s in het land zijn getroffen, het woestijnachtige zuiden inbegrepen.’

Begin dit jaar viel er nog meer water, en alweer ook volop in het zuiden. Televisiejournaals toonden de overvolle stuwdam bij El Mansour Eddahbi, die landbouwgronden in de hele Drâavallei van water voorziet. Een overstroming vernielde een brug waardoor passanten nauwelijks nog aan de overkant konden komen.

Wateroverlast, daarvan konden de bewoners in dit gedeelte van Marokko tot voor kort slechts dromen. Zij weten niet beter of de Drâavallei staat in Marokko bekend als een regio waar je beter niet kunt wonen. Voor toeristen is het hier prachtig; er komen gemiddeld 70 duizend per jaar en ze crossen in grote fourwheeldrives over de korstige aarde. Maar afgezien van het toerisme gedijt hier niets.

Karavanen
Ooit was dat anders, aldus historicus Abdelkader Bourras. Met een archeoloog deed hij onderzoek in de Drâavallei waaruit bleek dat hier in de prehistorie een vochtig klimaat heeft geheerst. Tot in de 16de eeuw leverde dat overvloedige oogsten op van allerlei producten, die werden verkocht aan langstrekkende karavanen. ‘Het was een rijke streek’, aldus Bourras.

In de 19de eeuw was de grootste rijkdom al verdwenen, maar de Drâavallei stond nog altijd bekend om de dadelteelt. In de palmbomen op de oevers groeiden de dikste en sappigste dadels van heel Marokko. Tot het begin 20ste eeuw zelfs voor de palmbomen te droog werd en ze bovendien op grote schaal bayoud kregen, een schimmelziekte.

‘Geen dadels, geen geld’, luidt een spreekwoord in de Berber-taal van de streek – en dus ook geen eten. Bourras, die iets noordelijker opgroeide in Tinerhir, ving in de jaren vijftig sprinkhanen die zijn moeder kookte en opdiende. Afgezien van wat droge, keiharde dadels was er bij tijden niets anders te eten. ‘Ze smaken naar garnalen’, aldus Bourras.

Ook Jaafar Larrabi at sprinkhanen; wie niet, in het zuiden van Marokko. ‘Een aparte smaak, maar wel lekker’, zegt hij. De honger dreef de bevolking naar andere delen van het land of naar het buitenland. Ook Larrabi heeft overal in Marokko gewerkt, maar toen hij ouder werd, begon hij zijn geboortegrond te missen en keerde hij terug naar Tamegroute, zijn woonplaats in de Drâavallei.

Hier werkt hij nu als dadelboer, tussen de 300 duizend resterende inwoners van de vallei. Velen van hen hebben familieleden – soms in het buitenland – die af en toe geld sturen. Zevenhonderd inwoners hebben een vaste baan in de toeristensector, maar voor 20 duizend is de dadelteelt nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten.

Daarom was de overvloedige regen van de afgelopen twee jaar meer dan welkom. Die heeft vorig jaar tot een overweldigende dadeloogst van 55 duizend ton geleid, tegen 49 duizend ton in 2008. De kleinere dadels worden verkocht voor bijna 2 euro per kilo. Bij de grootste dadels, ‘van drie ogen dik’ zoals het jargon luidt, kan dat oplopen tot 7 euro.

Voor dit jaar hopen de dadelboeren op een nog grotere oogst. De dadelpalmen staan er gezond bij op de oevers van de Drâa, van een afstand lijken ze op een groen tapijt. ‘Als het goed is, kunnen we nu het hele jaar van de dadels leven’, zegt Larrabi’s collega Ahmed ben Hamou.

Gedrag
Eind goed al goed? ‘Het water heeft geholpen in de strijd tegen het oprukken van de woestijn’, erkent Ahmed Zainabi, mede-oprichter van de Association de Développement de la vallée du Drâa (Adedra). De organisatie probeert sinds 1996 inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van de vallei, zodat ze niet langer wegtrekken.

‘Maar dat water is niet genoeg’, zegt Zainabi. ‘De bevolking moet ook de natuurlijke bronnen leren respecteren.’ Noch in de landbouw noch in de huishoudelijke consumptie mag water worden verspild. En er moet meer zorg komen voor de vegetatie, want als die wordt vernield – zoals tijdens races van toeristen met hun terreinwagens – heeft het zand vrij spel.

Op initiatief van koning Mohammed VI heeft het zuidoosten van Marokko onlangs een miljoen palmbomen gekregen. Deze moeten zesduizend landbouwers werk geven, met een dadelproductie van 95 duizend ton in 2030. Bijkomend voordeel: de bomen houden zand vast en gaan uitdroging van de grond tegen.

‘Ik geloof in alle oprechtheid dat deze streek optimale condities biedt om te leven, we moeten ze alleen leren waarderen’, zegt Zainabi.

Meer over