Referendum

DE UITSLAG van de statenverkiezingen van 4 maart bedreigt het correctief referendum. Na 25 mei, wanneer de nieuwe Eerste Kamer aantreedt, is er hoogstwaarschijnlijk geen tweederde meerderheid meer voor dit referendum te mobiliseren....

Voor het verzwakte D66 is het correctief referendum een politieke halszaak. De top van de partij stelt terecht dat meedoen door D66 aan de paarse coalitie geen zin meer heeft als de in het regeerakkoord vastgelegde afspraak om het correctief referendum in te voeren, niet wordt uitgevoerd. Het betreft bovendien een afspraak die al in 1994 werd gemaakt, bij het tot stand komen van het eerste paarse kabinet.

Directe democratie is de reden geweest dat D66 is opgericht. Het is ook het enige dat de Democraten werkelijk onderscheidt van de politieke concurrentie. Het districtenstelsel en de gekozen premier liggen achter de politieke horizon, maar een aangelengde variant van het referendum bleek in de gewijzigde politieke verhoudingen, na de afgang van het CDA in 1994, tot de mogelijkheden te behoren.

De VVD is nooit voorstander geweest van staatsrechtelijke vernieuwingen die burgers directe zeggenschap geven over het proces van wetgeving. De liberalen kunnen echter politiek leven met een referendum dat burgers de mogelijkheid geeft achteraf wetten af te keuren. De drempel voor het uitschrijven van een referendum ligt zo hoog dat het in de praktijk zelden zal plaatsvinden.

In strikt staatsrechtelijke zin zijn de VVD-senatoren vrij om een standpunt in te nemen dat afwijkt van de afspraken die in het regeerakkoord zijn gemaakt. In politiek opzicht kunnen ze het niet maken om hun coalitiepartner D66 op dit voor de Democraten zo cruciale onderwerp in de steek te laten.

De hele kwestie is politiek explosief en dus een test van het vermogen tot politiek management van premier Kok en de nieuwe VVD-leider Dijkstal. Zij kunnen zich niet veroorloven hun paarse kabinet te laten struikelen over een toch voornamelijk symbolische kwestie. Ze zullen zich dienen te realiseren dat D66 zich moet profileren om het hoofd boven water te houden.

De leden van de Eerste Kamer moeten niet vergeten dat de Tweede Kamer zich twee keer over het correctief referendum heeft uitgesproken, de laatste keer met de grondwettelijk vereiste tweederde meerderheid. Wanneer de dissidente VVD-senatoren de kwestie hoog blijven opspelen, brengen ze niet alleen hun politiek leider Dijkstal en het kabinet in gevaar, maar negeren ze ook het politieke primaat van de Tweede Kamer.

Meer over