Redelijke eisen

DE frustratie onder de medewerkers van de publieke omroep blijkt groot; veel groter dan hun werkgevers tot dusver hadden gedacht, terwijl ook de vakbondsvertegenwoordigers zich zeggen te verbazen over de grote mate van actiebereidheid van de rank and file van het Hilversumse omroepbestel....

De gevolgen van die verrassende strijdlust zullen de kijkers vandaag pas echt ondervinden, wanneer de live-programma's niet slechts enkele minuten worden onderbroken, zoals tot dusver het geval was, maar in lengte worden gehalveerd. Mocht het scherm volgende week geheel op zwart gaan, dan is dat voor het eerst sinds 1985.

Destijds weigerde minister Brinkman de CAO goed te keuren, hielden Nederland 1 en 2 ermee op en was vooral de kijker de dupe. Met de huidige acties raakt de publieke omroep vooral zichzelf, want de kijker kan wegzappen naar een ruim aanbod van commerciële en buitenlandse publieke omroepen. Bij harde acties dreigt vooral het marktaandeel van de publieke omroep schade op te lopen.

Daarom zijn zowel werkgevers als werknemers erbij gebaat dat de acties niet uit de hand lopen. De vraag is daarom wie van beide partijen op dit moment water in de wijn behoort te doen.

Vakbonden en omroepmedewerkers hebben in ieder geval het gelijk aan hun zijde in het dispuut over de tijdelijke contracten. Nog steeds zijn er Hilversumse omroepen die een deel van hun medewerkers in de zomermaanden de WW insturen om hen voor het volgende tv-seizoen weer in te huren. Tijdelijke contractanten doen zo het werk dat normaal gesproken door redacteuren in vaste dienst zou gebeuren.

Formeel is dat niet verboden, maar goed werkgeversschap eist een zorgvuldiger omgang met de eigen mensen. Niet iedere omroep maakt zich daar overigens aan schuldig. Zo zijn bij de NOS enkele jaren geleden de meeste tijdelijke contracten omgezet in vaste dienstverbanden. De vakbonden wijzen in dit verband met name beschuldigend naar de NCRV en de VARA als omroepen die zich aan het oneigenlijke gebruik van de WW schuldig maken. De eis van de vakbonden dat na drie jaar van losse contracten een vast dienstverband moet worden toegekend, is alleszins billijk.

Ook de looneisen van de omroepmedewerkers vallen niet als onbillijk te kwalificeren. De werkgevers betogen dat de lonen in de omroep-CAO sinds 1994, toen een nieuwe loonstructuur werd ingevoerd, sneller zijn gestegen dan in de gemiddelde CAO. Wat daar niet bij wordt verteld is dat die gemiddelde CAO, anders dan de omroep-CAO, naast een beperkte loonstijging, ook een kortere werktijd kent. Bovendien is de looneis van de bonden redelijk: 2,5 procent over 1998 en 3,5 procent over 1999 zijn eisen die afgezet tegen de CAO's zoals die in andere sectoren worden afgesloten, bepaald niet buitensporig zijn. Voor de werkgevers in Hilversum is het tijd om concessies te doen.

Meer over