ecologie

Reddingsplan voor de natuur: in 2030 moet 30 procent beschermd zijn. Hoe haalbaar is dat?

Het nieuwste plan om de biodiversiteit te redden heet ‘30 x 30’: in 2030 moet minstens 30 procent van de aarde beschermd zijn. Dat krijgt brede steun, maar ook kritiek. Zoals: hoezo 30 procent?

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Ze zijn een hit op sociale media. Een kudde van vijftien Aziatische olifanten trekt al een jaar door Zuid-China. Ze verlieten hun reservaat voor een zwerftocht van honderden kilometers, angstvallig gevolgd door de autoriteiten. Vermoedelijke oorzaak van de odyssee: de kudde voelde zich niet meer thuis in hun leefgebied, vanwege menselijke verstoring of gebrek aan voedsel. Inmiddels naderen ze de miljoenenstad Kunming, ironisch genoeg in oktober de locatie van een VN-top over biodiversiteit.

Steeds meer diersoorten verkeren in de positie van de Chinese olifant: de bedreigingen komen van alle kanten. De biodiversiteit, de soortenrijkdom in de natuur, is de afgelopen vijftig jaar met 60 procent afgenomen, en één miljoen soorten dreigen komende decennia uit te sterven, stelde een gezaghebbend VN-rapport in 2019. Ecosystemen die ons dragen en voeden dreigen te kapseizen door de manier waarop we roofbouw plegen op de natuur. De ecologische aftakeling van de planeet heeft een point of no return bereikt.

Anders dan de klimaatcrisis is de biodiversiteitscrisis echter nog steeds een abstracte ramp, met alle gevolgen van dien. Voor het uitsterven van die één miljoen soorten werd al in de jaren tachtig gewaarschuwd. En in 1992 al sloten 196 landen een wereldwijd verdrag over de bescherming en het duurzame beheer van biodiversiteit, de United Nations Convention on Biological Diversity (CBD). Maar concreet zijn we weinig opgeschoten. Zo werden de twintig in 2010 afgesproken biodiversiteitsdoelstellingen voor 2020 geen van alle gehaald.

Een kudde van vijftien Aziatische olifanten trekt al een jaar door Zuid-China. Beeld VCG via Getty Images
Een kudde van vijftien Aziatische olifanten trekt al een jaar door Zuid-China.Beeld VCG via Getty Images

Maar nu moet alles anders. Biodiversiteit moet even hoog op de agenda komen als klimaat (als twee kanten van dezelfde ecologische crisis, zoals de wetenschappers van de klimaat- en biodiversiteitspanels van de VN vorige week beklemtoonden: los ze allebei op of geen van beide). En dus kwam er een handzaam plan ‘30 x 30’: in 2030 moet minstens 30 procent van de aarde beschermd zijn. Nu geldt dat voor 16 procent van het land en 8 procent van de oceanen. Maar die bescherming is er, bij gebrek aan geld en middelen, vaak alleen op papier.

Het plan gaat terug op het boek Half-Earth van de invloedrijke Amerikaanse bioloog E.O. Wilson, die in 2016 schreef dat ‘alleen door de helft van het oppervlak van de aarde te reserveren voor de natuur we kunnen hopen de enorme biodiversiteit te redden waaruit die bestaat.’ Het idee werd in 2018 opgepikt door de Wyss Campaign for Nature van de Zwitserse miljardair Hansjörg Wyss. Een aantal ngo’s maakte er de Global Deal for Nature and People van (slim bijgepunt tot 30 x 30) en begin dit jaar schaarde een groep van vijftig landen zich erachter.

De 30 x 30-doelstelling moet in oktober op de wereldtop van het VN-biodiversiteitsverdrag in Kunming, China, worden opgenomen in een ‘akkoord van Parijs’ voor de natuur, met ambitieuze doelen voor de bescherming van de natuur tot 2030 (het Global Biodiversity Framework 2020-30), als tussenstap naar 2050, wanneer mens en natuur duurzaam en klimaatneutraal in harmonie moeten samenleven.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Zo’n door 196 lidstaten getekend akkoord creëert momentum en dwingt af, zegt Kirsten Schuijt, directeur van WWF Nederland. Net zoals de 1,5 graad van Parijs, de limiet waarboven de opwarming echt gevaarlijk wordt. ‘Het maakt je doel – 30 x 30 – helder en meetbaar, een doel van ons allemaal. Daarmee kun je druk opvoeren.’ Weinig landen willen voor het oog van de wereldgemeenschap buiten de boot vallen.

De vraag is natuurlijk wel wat die 30 procent inhoudt. Het kan gaan om alle categorieën van bescherming die de internationale natuurkoepel IUCN hanteert, van strikte natuurreservaten tot gebieden waar menselijke activiteiten zoals de landbouw en veeteelt gelijk opgaan met natuurbescherming. Het kan zelfs gaan om stadsparken of ‘natuurlijke klimaatbuffers met natuurdoelen’, zoals vernatte veengebieden.

Het plan was dan ook de uitkomst van lastige onderhandelingen, zegt Henk Simons van IUCN Nederland. ‘Het doel was aanvankelijk 30 procent beschermd gebied, waarvan 10 procent ‘strikt beschermd’. De interpretatie en haalbaarheid van die laatste zinsnede leidde tot zoveel discussie dat ze is geschrapt. Nu moet de hele 30 procent ‘effectief beschermd en verbonden zijn. Ook over de aanwezigheid van menselijke invloeden en de verhouding tussen formeel beschermde en andere gebieden is debat. ‘Wat reken je mee, wat is haalbaar?’

Behalve om de kwantiteit van de beschermde gebieden gaat het ook om de kwaliteit. ‘Het mogen geen papieren parken worden met alleen bescherming in naam’, aldus Schuijt. ‘Ze moeten goed beheerd en gefinancierd worden en de juiste gebieden bestrijken, denk aan cruciale ecologische hotspots. En je moet zorgen dat al die gebieden met elkaar verbonden zijn, het mogen geen geïsoleerde postzegels worden.’

Uitbesteden verboden

Alle landen moeten straks binnen eigen grenzen hun quotum van 30 procent beschermen, zegt Simons, uitbesteden naar verre, armlastige buitenlanden (zoals met het compenseren van CO2-uitstoot soms gebeurt) is verboden. ‘En de 30 procent moet representatief zijn voor de verschillende ecosystemen, zodat bijvoorbeeld Saoedi-Arabië niet alleen zijn zandwoestijn opvoert.’ Nieuwe, herstelde natuur mag ook meedoen, mits de restauratie de inheemse biodiversiteit versterkt. ‘Dus niet eindeloze eucalyptusplantages aanleggen.’

Extra moeilijk wordt het instellen van beschermde gebieden op volle zee, buiten de jurisdictie van nationale overheden. Terwijl het juist daar nodig is: de oceanen zijn staatsrechtelijk van iedereen, en worden nu bij gebrek aan regels en toezicht in angstaanjagend tempo leeggevist. Op basis van het VN-zeerechtverdrag (Unclos) wordt gewerkt aan een internationaal bindend akkoord om de mariene biodiversiteit ook op volle zee te beschermen en behouden, inclusief het opzetten van veel nieuwe zeereservaten.

Bescherming alleen volstaat tegelijk niet meer om een mondiale ecologische catastrofe te voorkomen, er moet ook hersteld worden. De wereld zal komende decennia 1 miljard hectare gedegradeerd land, een gebied groter dan China, ecologisch moeten herstellen en ‘herwilderen’ teneinde de klimaat- en biodiversiteitsdoelen voor 2050 te halen, stelden de VN begin juni bij de start van de UN Decade on Ecosystem Restoration.

Willekeurig getal

Mooie plannen allemaal, zeggen critici, maar waar is die 30 x 30 op gebaseerd? Het verrassende antwoord: nergens op. Het is een vrij willekeurig getal waaraan weinig wetenschap ten grondslag ligt, een marketing-concept dat bedoeld lijkt als een catchy slogan, zoals de (wel gefundeerde) 1,5 graad van Parijs. ‘Zulke grootse doelen zijn ideaal om politieke wil te genereren’, zei James Hardcastle van IUCN tegen Reuters.

Zeebioloog Hugh Govan, medebedenker van het Pacific Oceanscape, een plan voor de bescherming en het duurzaam beheer van de Grote Oceaan, bekijkt het hele idee met scepsis. ‘Een one size fits all-oplossing om 30 procent van land en zee gewoon af te sluiten is gezien de enorme diversiteit van culturen en ecosystemen op aarde ridicuul. Zoiets komt echt uit de koker van een propagandamachine. Veel mensen zijn panisch over de verwoesting van de planeet en willen iets dóén, en dan is dit simpelweg the sexiest button to push.’

Kritiek komt ook van de inheemse volkeren en lokale gemeenschappen, IPLC in het jargon, die wonen in een groot deel van de gebieden die in aanmerking komen voor bescherming. Ze willen niet beroofd worden van hun bestaansmiddelen, zoals kleinschalige jacht en visserij, en zijn bang voor grootschalige landroof, uitzetting en mensenrechtenschendingen. Aangezien wereldwijd zeker 1 miljard mensen in potentieel beschermd gebied leven zou het 30-procentsplan tot miljoenen ‘natuurbeschermingsvluchtelingen’ kunnen leiden.

Inheemse volkeren vrezen een herleving van Fortress Conservation, de klassieke natuurbeschermingsfilosofie op grond waarvan sinds de stichting van Yellowstone National Park in de VS in 1872 inheemse volkeren overal ter wereld plaats moesten maken voor ‘ongerepte natuur’ met een hek eromheen. Een misantroop concept (alsof mens en natuur nooit kunnen samengaan), met koloniale en racistische trekjes bovendien, dat nog steeds voortleeft. WWF kreeg onlangs nog kritiek omdat door haar betaalde overheidsrangers Baka-pygmeeën uit een regenwoud in Congo zouden hebben verdreven om de lokale bosolifanten en gorilla’s te beschermen.

Baka-pygmeeën in Congo. WWF kreeg onlangs nog kritiek omdat door haar betaalde overheidsrangers pygmeeën uit een regenwoud in Congo zouden hebben verdreven om de lokale bosolifanten en gorilla’s te beschermen. Beeld The Washington Post via Getty Im
Baka-pygmeeën in Congo. WWF kreeg onlangs nog kritiek omdat door haar betaalde overheidsrangers pygmeeën uit een regenwoud in Congo zouden hebben verdreven om de lokale bosolifanten en gorilla’s te beschermen.Beeld The Washington Post via Getty Im

De 30 x 30-campagne heeft volgens Govan veel weg van ‘een terugkeer naar Yellowstone’. En dat terwijl inheemse en lokale gemeenschappen, die wereldwijd 32 procent van het land beheren, meestal juist prima voor de natuur zorgen. In hun gebieden is de ecologie het meest intact en de biodiversiteit vaak het grootst. Een recent rapport van WWF en andere organisaties laat zien dat 91 procent van het IPLC-land in goede of redelijke ecologische conditie verkeert, en 36 procent van alle ‘Key Biodiversity Areas’ binnen inheems gebied ligt.

Roofbouw

Het heeft er alle schijn van dat de kosten voor het tegengaan van de roofbouw op de natuur worden afgewenteld op degenen die er het minst voor verantwoordelijk zijn. Volgens Govan is de invloed van lokale bewoners op de natuur beperkt en niet te vergelijken met de schade die overheden en bedrijfsleven aanrichten. ‘De grote bedreigingen van biodiversiteit komen van buitenaf: mijnbouw, houtkap, ongereguleerde exploitatie.’

Schuijt van WWF stoort zich aan de karikatuur. ‘Men doet alsof westerse ngo’s 30 procent van het land gaan afsluiten en inheemse en lokale gemeenschappen eraf willen gooien. Dat is absoluut niet het geval, en zoiets zou ook niet werken. Veel van de 30 procent die we nodig hebben zijn ook gebieden van inheemse en lokale gemeenschappen. En we hebben hen dus keihard nodig om onze doelstelling te halen.’

Duurzame natuurbescherming is onmogelijk zonder medewerking van en respect voor de rechten van inheemse volkeren, zegt Schuijt. Maar hoe balanceer je botsende belangen, bijvoorbeeld bij jacht of visserij of de aanleg van infrastructuur? ‘Je zult met mensen in gesprek moeten, natuurbescherming is vooral veel praten. Maar je moet ook geen romantisch beeld ophangen dat het tussen mens en natuur altijd koek en ei is. Het zijn vaak lastige keuzes, en die moet je samen nemen. Niet van bovenaf opleggen.’

Er zijn alternatieven voor formele bescherming die wel recht doen aan de belangen van inheemse volkeren. Vormen van gedeeld beheer zoals de Nature Conservancies in Namibië, Indigenous Community Conservation Areas in de Pacific, de landschapsparken in Europa. En in plaats van een zeereservaat is een multilaterale visserij-overeenkomst soms effectiever, zegt Govan, zeker als het gaat om migrerende vissoorten zoals tonijn.

Investeringen

Voor alle biodiversiteitsplannen is natuurlijk veel geld nodig. Volgens een VN-rapport moeten de wereldwijde investeringen in de bescherming en herstel van de natuur (nu 133 miljard dollar per jaar) de komende tien jaar drastisch omhoog naar 350 miljard per jaar in 2030 en 536 miljard dollar in 2050. En dat is alleen voor land. Als je de oceanen meerekent, kom je volgens een ander VN-rapport uit op 722- tot 967 miljard per jaar.

Is dat veel? We hebben het over slechts 0,13 procent van het ‘bruto mondiaal product’. Terwijl de helft van de wereldeconomie afhankelijk is van de biodiversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen, en al een op de vijf landen (volgens verzekeraar Swiss Re) cruciale ecosystemen ziet ineenstorten, zoals Australië en Zuid-Afrika. Het wil niet zeggen dat landen er ook makkelijk geld voor uittrekken. Zo is in de huidige coronaherstelpakketten slechts 18 procent van de investeringen ‘groen’ en wordt maar 2,5 procent gespendeerd aan de natuur.

Het grootste probleem is dat arme landen vaak te weinig geld hebben om goed biodiversiteitsbeleid uit te voeren. De rijke landen zouden moeten bijspringen, maar de ervaring met het VN-klimaatfonds leert dat die de hand zo lang mogelijk op de knip houden. Voorlopig geven anderen de aanzet. Miljardair Wyss doneerde alvast een miljard dollar. Andere filantropen zetten het Legacy Landscapes Fund op voor bescherming van cruciale ecosystemen in arme landen. Maar volgens experts kan alleen een stevig VN-verdrag soelaas bieden.

De vraag is of zo’n verdrag er dit jaar komt. De top in Kunming is vanwege de pandemie al tweemaal uitgesteld, en het is nog onduidelijk of hij in oktober wel doorgaat, zeker in fysieke vorm. China blijft bezorgd over het covid-virus en laat liever geen duizenden diplomaten en activisten inreizen. Bovendien heeft het gastland volgens insiders de ambities verlaagd. ‘Ze prefereren een top zonder veel fricties.’

Dit is het eerste deel van een tweeluik over een internationaal plan voor de redding van de biodiversiteit. Volgende week: hoe komt Nederland aan zijn 30 procent natuur?

Meer over