Redding voor museum én stad ****

De nieuwe zaal is een kunststuk op zich, ook al door de pilaartjes met hun sierlijke, organische vormen

HILDE DE HAAN

Uitbreiding Drents Museum, Brink 1, Assen

Designed by Erick Van Egeraat (Erick van Egeraat, Frank Huibers). Opening: 16/11

Soms kan architectuur wonderen verrichten. Dat blijkt bij het Drents Museum, hartje Assen, dat na vijftien maanden sluiting vandaag weer open gaat.

Toen het dicht ging, was het nog gewoon een vriendelijk instituut, gehuisvest in een paar aaneen gebreide monumenten. Heel statig, maar ook hokkerig en ouderwets. Nu echter is het een gebouw dat zelfs van ver moderne-architectuurminnaars zal trekken. En dat, terwijl er in feite slechts één ondergrondse vleugel is toegevoegd.

Toen het Drents Museum in 2006 tot uitbreiding besloot, was de voornaamste wens: méér expositieruimte. Op die historische plek aan de Brink waar Abdijkerk, Provinciehuis en Drostenhuis tezamen het Drents Museum vormden, was de mogelijkheid tot uitbreiding echter beperkt. De enige plek waar bijgebouwd kon worden was aan de oostkant, aan de overzijde van Kloosterstraat, waar een voormalig koetshuis al als opslag van het museum diende. Ook daar gold evenwel voor nieuwbouw een beperking: maximaal vier meter hoog.

Erick van Egeraat won de opdracht dankzij een briljante vondst: een ondergrondse bak die zowel de stad als het museum verbetert. Om met het museum te beginnen: dit steekt nu veel helderder in elkaar.

De hoofdingang was vroeger die van het voormalige provinciehuis. Nu vormt het koetshuis de entree. Hier worden oud en nieuw meteen verzoend, in een perfecte combinatie. Het koetshuis is daartoe volledig leeg gesloopt: het hoge dakgebint, de paardenruiven tegen de achterwand en de donker geschilderde muren vormen nu de fraaie achtergrond van een verder stralend wit, modern gebied.

De vloer bevindt zich ondergronds; na de voordeur moet je onmiddellijk per trap of lift naar beneden. Daar, op kelderniveau is er dan de keus: links naar alle oude delen, rechts naar de nieuwe ondergrondse grote zaal. Het graven van de kelder onder het koetshuis tot en met onder het oude museum was overigens een huzarenstukje waarvoor het Koetshuis tijdelijk werd verplaatst. Die tijdelijk verplaatsing heeft nog sporen nagelaten: het is teruggezet op een verhoging: een strook glas, voor extra licht.

Al met al kreeg het museum dankzij deze ingreep zo'n 1000 m2 extra expositieruimte: een nieuw zaal die zich voor alle soorten inrichting leent, volop daglicht toelaat en ook geheel verduisterd kan worden. Dat is voldoende voor de ambitieuze expositie die er vandaag wordt geopend: De Gouden Eeuw van China.

Deze nieuwe zaal is een kunststuk op zich. De hoofdvorm is in feite een simpele rechthoekige bak, zowat het saaiste dus dat er bestaat. Toch is het gelukt er iets bijzonders van te maken. Dat komt bijvoorbeeld door de pilaartjes met hun sierlijke, organische vormen. Dat hadden gewone kolommen kunnen zijn.

Zo is ook de wenteltrap een pronkstuk die de kale ruimte aardig breekt. Maar vooral het welvende dak weet de zaal levendig te maken. Het is opgedeeld in stroken met telkens net een andere kromming, waartussen het daglicht rijkelijk naar binnen komt. Al treedt het mooiste daglicht naar binnen via een klein atrium met berkenbomen, dat net zo diep is uitgegraven als de vloer.

Maar vooral de stad profiteert van de nieuwe ingreep. Waar vroeger een parkeerplaats was, vormt nu het dak van de ondergrondse zaal een openbare tuin. De welvingen van het dak vormen kleine heuvels, gelardeerd met ramen waardoor je in het museum kan binnenkijken.

Hoewel die heuvels nog best hoog zijn (3,5 meter) laten ze de openbare ruimte ongebroken. Ze passen hier ook, als verhoogde oevers van de net uitgegraven Oostersingel, waarmee een oude stadsstructuur in ere is hersteld.

Alleen aan deze nieuwe singel toont de nieuwbouw van Van Egeraat even zijn gezicht aan Assen. Hier is een tamelijk grote glasgevel, geflankeerd door brede, luie trappen. Dat is trouwens het enige stukje dat niet helemaal is geslaagd. Zo'n glasgevel is te hard voor in zo'n oude binnenstad, en doordat hij achterover helt, te gevoelig voor vervuiling.

Dergelijke kleine minpunten vallen gelukkig al bijna weg als Assen de moeite neemt om er wekelijks een lap erover te halen, en er verder voor zorgt dat alle groen eromheen voldoende groeit.

Ook de stad profiteert van de uitbreiding van het Drents Museum. Waar vroeger een parkeerplaats was, vormt nu het dak van de ondergrondse zaal een openbare tuin. De welvingen van het dak vormen kleine heuvels, gelardeerd met ramen waardoor je in het museum kan binnenkijken.

undefined

Meer over