nieuws

Rechtszaak Pettense campingmoord moet worden overgedaan; ernstige twijfels over bekentenis

De rechtszaak over de Pettense campingmoord in 1994 moet over. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag besloten. Volgens een recent rapport van een rechtspsycholoog is de bekentenis die de veroordeelde Frank V. destijds aflegde, hoogstwaarschijnlijk vals.

De plek waar de 41-jarige Duitser Peter Teschke in juli 1994 werd doodgestoken met een mes. Beeld Politie
De plek waar de 41-jarige Duitser Peter Teschke in juli 1994 werd doodgestoken met een mes.Beeld Politie

De zaak draait om de 41-jarige Duitser Peter Teschke die in juli 1994 op een camping bij Petten werd doodgestoken met een mes. Hij was de avond ervoor op de camping aangekomen in gezelschap van een aantal andere Duitsers, onder wie de veroordeelde Frank V. Het steekincident zou hebben plaatsgevonden onder invloed van veel alcohol.

Nadat de politie aanvankelijk vermoedde dat een ander lid van de groep het feit had gepleegd, viel de verdenking op de verdachte. V. werd gearresteerd en legde bekennende verklaringen af. Hij was vermoedelijk met een mes op het slachtoffer gevallen, hij was de dader, zei hij. Tijdens latere politieverhoren heeft hij die bekennende verklaringen echter weer ingetrokken en is hij het delict gaan ontkennen.

Het Openbaar Ministerie vervolgde hem voor doodslag. De rechtbank sprak hem aanvankelijk vrij bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Want het bewijs steunde alleen op de bekentenis van de verdachte en de rechter kon niet uitsluiten dat iemand anders het gedaan had. Maar het gerechtshof veroordeelde V. tot vijf jaar celstraf. Die straf heeft de veroordeelde Duitser deels uitgezeten.

Adviescommissie afgesloten strafzaken

In 2017 is de zaak opnieuw opgerakeld door de advocaten van V. Naar aanleiding van een positief advies van de Adviescommissie afgesloten strafzaken (Acas) werd nader onderzoek gedaan. Daarbij heeft een rechtspsycholoog gekeken naar de bekennende verklaringen van V.; de enige grond waarop hij is veroordeeld.

‘De conclusie van het rapport luidt dat er ernstige twijfel bestaat over de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de bekentenissen', aldus de Hoge Raad. Ook is een getuige gehoord in Duitsland die van de eerste verdachte (die inmiddels overleden is) had gehoord dat hij iemand in Nederland om het leven zou hebben gebracht.

In september 2020 is door de advocaten van V. een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge Raad. In dat verzoek zijn het rapport van de rechtspsycholoog en de nieuwe getuigenverklaring aangedragen als ‘nova’ (nieuwe feiten).

Twijfels

De Hoge Raad vindt de nieuwe getuigeverklaring onvoldoende grond om de zaak te herzien. Maar de conclusies van de rechtspsycholoog roepen volgens de hoogste rechter zoveel twijfels over de geloofwaardigheid van de bekennende verklaringen op dat een herziening wel gegrond is.

‘Als het hof met deze bevindingen (van de rechtspsycholoog, red.) bekend was geweest, had zij die bekentenissen hoogstwaarschijnlijk niet voor het bewijs gebruikt', aldus de Hoge Raad. ‘En zou zij de aanvrager hebben vrijgesproken van de strafbare feiten, omdat ander bewijs voor de betrokkenheid van de veroordeelde ontbreekt.’

Daarom wordt de zaak doorverwezen naar het gerechtshof in Den Haag, voor een nieuwe behandeling en berechting van V.

In een andere herzieningszaak, die van de Arnhemse Villamoord, besloot de Hoge Raad dinsdag dat de strafzaak niet over hoeft worden gedaan. De uitspraken in beide zaken werden in één zitting behandeld, omdat ze allebei de thematiek van ingetrokken bekentenissen betreffen.

Meer over