ANALYSE

Rechtse partijen trekken met linkse argumenten steeds meer kiezers naar zich toe

Rechtse partijen schuiven steeds meer op naar links, blijkt uit de doorrekening van verkiezingsprogramma’s die het Centraal Planbureau maandag publiceerde. De inkomensverschillen in Nederland moeten kleiner, bedrijven moeten zwaarder worden belast en de staatsschuld mag nog verder oplopen.

Thierry Baudet van Forum voor Democratie gaat achter een spatscherm op de foto tijdens een campagne in Katwijk.  Beeld ANP
Thierry Baudet van Forum voor Democratie gaat achter een spatscherm op de foto tijdens een campagne in Katwijk.Beeld ANP

De Nederlandse kiezer stemt steeds vaker op rechtse partijen, maar de programma’s van die rechtse partijen worden steeds linkser. De doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau (CPB), die maandag werd gepubliceerd, legt de verlinksing van de rechtse politiek duidelijk bloot.

In 2012 behaalde de rechterflank in de Tweede Kamer (destijds bestaand uit VVD-CDA-PVV-SGP) 72 zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen, in 2017 waren dat er (inclusief Forum voor Democratie) al 77. Die groei op rechts lijkt door te zetten; volgens de recentste Peilingwijzer stevent de rechtervleugel (inclusief nieuwkomer JA21) af op 85 Kamerzetels bij de verkiezingen op 17 maart.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Tegelijkertijd omarmen die rechtse partijen meer traditioneel linkse opvattingen dan voorheen. Nivelleren was in 2017 nog vooral een feest voor PvdA, SP en GroenLinks. Vier jaar later zetten ook D66, CDA, Denk en ChristenUnie ineens serieus in op het verkleinen van de inkomensverschillen in Nederland. De VVD is de enige partij die – afgaand op het verkiezingsprogramma – nog steeds wil denivelleren, maar wel een tandje minder dan bij de vorige verkiezingen. Hoe zwaar de PVV en Forum voor Democratie tillen aan inkomensongelijkheid is niet duidelijk. Deze partijen hebben hun programma’s niet laten doorrekenen, net als de Partij voor de Dieren.

null Beeld Infographics
Beeld Infographics

Verschuiving naar links

Een andere zichtbare verschuiving naar links is de lastenverhoging voor het bedrijfsleven. Vier jaar geleden wilden bijna alle partijen (behalve het CDA) ondernemingen ook al meer laten bijdragen aan de schatkist, maar de meeste verkiezingsprogramma’s doen daar nu een paar scheppen bovenop. De PvdA spant daarin de kroon met een lastenverhoging van bijna 40 miljard euro, terwijl de SGP en VVD circa 3,5 miljard euro wel genoeg vinden. De sociaal-democraten springen er qua lastenverzwaring voor ondernemers uit door een forse verhoging van de sociale premies voor werkgevers en een verhoging van de vennootschapsbelasting. Ook zijn bijna alle partijen, inclusief de VVD, nu voor verhoging van het minimumloon. Alleen het CDA vindt zo’n generieke verhoging te ver gaan.

De algehele verlinksing vertaalt zich tot slot ook in een luchthartiger omgang met de staatsschuld. Partijen als VVD en CDA prediken traditioneel een prudent begrotingsbeleid, wat inhoudt dat de staatsschuld niet te ver mag oplopen en in elk geval onder de 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) moet blijven. Dat principe laten de meeste partijen nu varen. Geen enkele partij wil na de coronacrisis bezuinigen; het op orde brengen van de overheidsfinanciën wordt massaal op de lange baan geschoven.

null Beeld Infographics
Beeld Infographics

Dat betekent dat de politieke partijen toekomstige generaties opzadelen met een financiële lastenverzwaring, waarschuwt het Centraal Planbureau. Tot 2060 profiteren Nederlanders van het voorgestelde beleid, de generaties die daarna leven krijgen betalen per saldo de rekening. CPB-directeur Pieter Hasekamp plaatste daar wel een belangrijke nuancering bij: de extra uitgaven die politieke partijen willen doen, leveren immateriële baten op voor de huidige jongeren en de generaties daarna. Het geld wordt onder meer besteed aan het tegengaan van klimaatverandering, het verbeteren van het leefmilieu, kwaliteitsverhoging en betere toegankelijkheid van het onderwijs en het op peil houden van publieke voorzieningen als de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. Tegenover de verwachte lastenverzwaring in de toekomst staat dus – als het goed is – een verhoogde ‘brede welvaart’.

Veel kiezers kijken ook naar de eigen portemonnee bij het bepalen van hun stem, dus alle partijen verhogen (op papier) de koopkracht in de komende vier jaar. Bij ongewijzigd beleid zou de doorsnee-Nederlander er de komende kabinetsperiode 0,1 procent in koopkracht op achteruit gaan. Dat is geen wervend plaatje voor weifelende kiezers, dus alle partijen turnen die min met hun verkiezingsprogramma om in een plus. Alleen de SGP zit op de nullijn, maar ook dat is dus een lichte verbetering ten opzichte van ‘niets doen’.

null Beeld Infographics
Beeld Infographics

VVD schuwt doorrekening Planbureau voor de Leefomgeving

Voor het eerst heeft ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zijn licht over de verkiezingsprogramma’s laten schijnen. Het PBL rekende de klimaat-, landbouw- en woningmarkt-paragrafen van de partijen door. Slechts zes partijen durfden die doorrekening aan; terwijl er tien hun plannen lieten doorlichten door het CPB.

Onder de PBL-schuwen is ook de grootste regeringspartij, de VVD. De liberalen wisten op voorhand dat hun klimaatplannen slecht uit de vergelijking zouden komen, omdat zij fors inzetten op technologische innovatie en kernenergie. Het bouwen van een kerncentrale duurt meer dan tien jaar, dus kernenergie kan geen bijdrage leveren aan het halen van de klimaatdoelen in 2030. De VVD heeft er daarom voor gekozen de onvermijdelijke oorwassing door het PBL te ontlopen.

Vijf van de zes partijen die hun programma wél aan het PBL voorlegden, halen het gestelde klimaatdoel (49 procent broeikasgasreductie in 2030) ruimschoots, met de twee partijen die de strijd tegen klimaatverandering het hoogst in het vaandel hebben staan (D66 en GroenLinks) als positieve uitschieters. Zij dringen de Nederlandse CO2-uitstoot terug met respectievelijk 60 en 63 procent ten opzichte van het niveau in 1990. Het CDA is de enige van de zes die het in de Klimaatwet vastgestelde doel niet haalt: de christen-democraten komen niet verder dan 46 procent.

null Beeld Infographics
Beeld Infographics

Geen snelle oplossing voor woningnood

Een belangrijk punt in alle partijprogramma’s is het verlichten van de woningnood. Het PBL stelt vast dat de zes partijen die hun programma hebben laten doorrekenen qua beleidsvoorstellen weinig van elkaar verschillen. Hoewel alle politieke partijen dit een heel belangrijk thema vinden, zullen ze er niet in slagen het woningtekort binnen vier jaar op te lossen, sombert het PBL. Dat er niet genoeg woningen worden gebouwd heeft complexe oorzaken – zoals een tekort aan goedkope bouwgrond en trage vergunningsprocedures – waar de rijksoverheid maar beperkte invloed op heeft. Makkelijke en snelle oplossingen voor het woningtekort zijn er niet, aldus het PBL.

null Beeld Infographics
Beeld Infographics

Podcast

Werkt een lijsttrekkersdebat nog wel als men het vooral met elkaar eens is? En zakte Wopke Hoekstra bij het RTL-debat door het ijs? Gijs Groenteman bespreekt wekelijks de verkiezingscampagne met columnist Sheila Sitalsing, hoofdredacteur Pieter Klok en chef politiek Raoul du Pré in de verkiezingspodcast Koorts.

Meer over