Rechts likt de wonden na het slechtste resultaat ooit in de Vijfde Republiek behaald Premier Juppé treedt af na stembusdebacle

De Franse premier Juppé treedt meteen na de tweede verkiezingsronde van komende zondag af, ongeacht de uitslag. Na het desastreuze resultaat voor de rechtse regeringscoalitie UDF/RPR in de eerste ronde, bracht Juppé gisteren een discreet bezoek aan president Chirac in het Elysée....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

'We hebben een nieuw team nodig, onder leiding van een nieuwe premier', aldus Juppé tijdens een bijeenkomst van de RPR/UDF-campagneleiding. De impopulaire Juppé wordt in belangrijke mate verantwoordelijk gehouden voor de bezuinigingen, de hoge belastingen en de recordwerkloosheid waaronder Frankrijk zucht. Bovendien heeft Juppé Chirac overgehaald de vervroegde verkiezingen uit te schrijven, waarvan hij nu de rekening gepresenteerd krijgt. Juppé zei dat hij de campagne tot zondag zal leiden.

President Chirac zal om acht uur vanavond opnieuw van zich laten horen, in een laatste poging de stemming naar zijn hand te zetten. Voorlopig likt rechts de wonden van het slechtste resultaat, ooit in de Vijfde Republiek behaald. Oud-president Giscard d'Estaing (UDF), voor de tiende keer sinds 1956 kandidaat in het kiesdistrict Puy de Dome, is altijd met meer dan 50 procent meteen gekozen. Nu moet hij voor het eerst meedoen aan een tweede ronde.

Burgemeester Tiberi (RPR) van Parijs kijkt eveneens als nieuweling tegen een tweede ronde aan. Hij verloor 20 procent in de eerste ronde. In Parijs, per traditie een rechts bolwerk waar momenteel 19 van de 21 districten in handen van de regeringscoalitie zijn, worden acht RPR-zetels serieus bedreigd.

De nederlaag van rechts pakte nog ernstiger uit dan zich bij de exit polls van zondagavond liet aanzien. Volgens de definitieve uitslagen kwam de regeringscoalitie UDF/RPR plus enkele onafhankelijke combinaties, niet verder dan 36,1 procent van de stemmen, een verlies van 8 procent. Links, de socialisten, communisten, Groenen en het Mouvement des Citoyens van Chevènement, haalde in totaal 42 procent. De winst voor de socialisten afzonderlijk bedroeg 8 procent. Ter vergelijking: bij de parlementsverkiezingen van 1993 haalde verzameld rechts 14 procent meer dan links, nu 5,5 procent minder.

Maar kandidaten aan beide zijden wezen erop dat de tweede ronde nog alle kanten kan uitvallen. FN-leider Le Pen heeft president Chirac opgeroepen af te treden. De Parijse beurs reageerde dinsdagochtend op de uitslag met een gemiddelde daling van 3,91 procent, de sterkste daling in een dag sinds de grote krach van 1987.

Het Front National heeft in 133 kiesdistricten de drempel van 12,5 procent gehaald, nodig om mee te mogen doen aan de tweede ronde. Als gevolg van het districtenstelsel mag het Front hopen op een handvol zetels, met name in Vitrolles (Mégret), Toulon (burgemeester Chevallier), Dreux (Stirbois), Mantes (dochter Marie-Caroline Le Pen). Ongeacht of het FN zetels behaalt, is het er reeds in geslaagd zich in een sleutelpositie te manoeuvreren.

Als rechts alsnog een meerderheid weet te krijgen, dan niet zonder de stemmen van de Front-Nationalkiezers uit de eerste ronde. Mocht links uiteindelijk winnen, dan dankzij de 'driehoeken' in kiesdistricten waar de UDF/RPR-kandidaat wordt verzwakt door deelname van het FN. Zelfs is het mogelijk dat het Front National in het parlement een cruciale positie gaat innemen, namelijk als links en rechts zo dicht bij elkaar eindigen dat het FN met zijn zetels meerderheden kan vormen of breken.

Bekeken over de langere termijn past de uitslag in de langzame verzwakking van de grote partijen, links en rechts. Als de dramatische verkiezingsnederlaag van 1993 buiten beschouwing wordt gelaten - die vooral een reactie was op het morele failliet van de Mitterrand-jaren - dan zijn de socialisten met hun 25,5 procent nog ver verwijderd van hun traditionele scores van 30 procent of meer. Voor rechts geldt dezelfde tendens.

De nederlaag van rechts kan niet eenvoudig als een overwinning van links worden beschouwd. Het verlies van RPR/UDF past beter in de afstraffingen die de Fransen sinds twintig jaar aan hun regeerders plegen te geven. Dat is de politici ook niet ontgaan: Chirac baseerde zijn campagne van 1995 voor het presidentschap op het thema 'verandering', en ook nu was het woord 'changement' zowel bij Jospin als Juppé met grote regelmaat te horen.

De grote, klassieke partijen worden steeds kleiner, ten gunste van de partijen en partijtjes aan de uitersten van het spectrum, zowel links als rechts. Bij de presidentsverkiezingen van 1981 haalden de grote partijen bij elkaar nog 72 procent, in 1988 was dat 70 procent en in 1995 niet meer dan 62 procent. Overeenkomstige tendens bij de kamerverkiezingen: in 1981 stemde 77 procent voor een grote partij, in 1988 nog 74 procent, in 1993 was dat 60 procent en dit keer niet meer dan 58 procent. Het aantal wegblijvers is ook gestaag gegroeid, tot de 31,6 procent van zondag.

Meer over