Rechts Amerika rukt op

Het gematigde centrum van de Republikeinse Partij in de VS wordt overschaduwd door rechts populisme. ‘Schaam ik me voor sommige mensen die zich conservatief noemen?...

In Oklahoma worden ze graag met rust gelaten, zegt Don Wyatt (64). De fors gebouwde computerexpert uit de stad Tulsa noemt zich burgeractivist. Nippend aan een Cola Light neemt hij woorden in de mond als ‘het land terugnemen’ en ‘de republiek beschermen’.

Maar van wie? En waartegen?

Wyatt, die ‘vanzelfsprekend’ een wapen draagt, haalt een Grondwet op zakformaat tevoorschijn. Het land moet terug naar de principes van de 18de eeuw, zegt hij: een bescheiden overheid, grote burgerlijke vrijheid én verantwoordelijkheid. ‘Het probleem is de professionele politieke klasse die geen contact meer heeft met de werkelijkheid’, zegt hij. ‘We moeten terug naar leiders als George Washington. Washington was eigenlijk een boer, wist je dat?’

Op de eindeloze vlakten en in de straten van Oklahoma, in het zuidelijk deel van het middenwesten, is het stil, zeker in de hete zomers. Het gebied wordt geteisterd door crystal meth, krachtige speed, een beruchte ‘drug voor de armen’, en door overrompelende stormen op hun vaste route: Tornado Alley.

Wyatt en een toenemend aantal staats- en landgenoten winden zich op over de richting die het land op gaat onder president Obama en het door de Democraten gedomineerde Congres. Zij ontwaren een on-Amerikaanse, onaanvaardbare opmars van de federale overheid in de wetgeving voor economische stimulansen, zorghervorming en klimaatplannen van de regering-Obama.

Ook voor de Republikeinse Partij hebben zij weinig respect. George W. Bush, benadrukt Wyatt, heeft niets gedaan aan de belangrijkste actuele kwesties, zoals illegale immigratie en het groeiende begrotingstekort.

Als sympathisant van de Tea Party-beweging spreekt hij met waardering over Sarah Palin en Glenn Beck. Palin, de voormalige kandidate voor het vice-presidentschap, wordt beschouwd als feitelijk aanvoerster van de rechts-populistische beweging, en als mogelijke uitdager van Obama in 2012. Radiopresentator Beck is het morele anker van de Tea Party-beweging, de bron van een onophoudelijke stroom commentaren in boekvorm en op de radio.

Hun populariteit is door hun rol in het politieke debat en bij lokale verkiezingen sinds 2008 explosief toegenomen onder doorsnee-conservatieven – geen racistische rednecks, maar vaak gewone, hoogopgeleide, oudere Amerikanen die zich zorgen maken om wat er met hun land gebeurt.

Veel rechtse politici en commentatoren kijken bezorgd naar hoe de invloed van de Tea Party en mensen als Beck groeit. Van de gematigde Republikeinen vindt bijna de helft dat hun partij ‘te conservatief’ aan het worden is, berichtte opiniepeiler Public Policy Polling onlangs. ‘Schaam ik me voor sommige mensen die zich conservatief noemen? Absoluut’, schreef de politicoloog James Joyner. ‘Schaam ik me om mezelf conservatief te noemen? Nee.’

Rechts, rechtser
Met het oog op de Congresverkiezingen in november en de presidentsverkiezingen van 2012 is het de vraag hoe groot de electorale macht van de groepen ter rechterzijde van de partij tegen die tijd zal zijn. Bij voorverkiezingen in onder andere Texas en Florida werd al duidelijk dat traditionele conservatieven in het politieke centrum de pas kan worden afgesneden door buitenstaanders met een rechtsere agenda.

In Oklahoma bleek vorige maand hoe Sarah Palin haar invloed laat gelden. Tijdens voorverkiezingen betuigde zij met veel omhaal van woorden haar steun aan de Republikeinse kandidate voor het gouverneurschap, Mary Fallin. Grote krantenkoppen volgden, en Fallin won vorige week met gemak. Zij ontving Palins felicitaties via Twitter.

Oklahoma is gemiddeld conservatief en kan model staan voor grote delen van de VS. Het is een staat met een ruig soort conservatisme, waar zelfredzaamheid hoog in het vaandel staat. Obama verloor er in 2008 van de destijds gematigd-rechtse John McCain, die onder invloed van de Tea Party intussen naar de marge is verdrongen. Immigratie en de daaraan gerelateerde problemen van drugs en misdaad vormen een brandende kwestie, met name in Arizona. In die staat hoopt McCain dezer dagen opnieuw als senator te worden gekozen, dit keer als taaie kruisvaarder tegen illegalen. Twee jaar geleden liet hij zich in de Senaat en tijdens zijn verkiezingscampagne nog gelden als een voorstander van hervorming van het immigratiebeleid, inclusief legalisering van hardwerkende illegalen.

In het Congres is de ontmatiging van de Grand Old Party (GOP, de bijnaam van de Republikeinen) al jaren aan de gang. Traditioneel zitten de ‘centristen’ vooral in de Senaat. Conservatieve Democraten en progressieve Republikeinen werken daar samen. Obama’s nieuwe rechter voor het Hooggerechtshof kreeg de steun van vijf Republikeinen. Een Republikein als Lindsey Graham is actief als bruggenbouwer tussen de twee partijen, en ook in de richting van de regering-Obama, die soms zwaar moet leunen op gematigd-rechtse krachten in de Senaat.

Maar in een oprukkend klimaat van verrechtsing en verruwing zijn de gelederen van de centristen aan het slinken. Olympia Snowe en Susan Collins, Republikeinse senatoren uit het noordoosten van het land, steunden de economische stimuleringswet van Obama. Dat kwam ‘de twee machtigste vrouwen in Washington’ op lof van links en kritiek van rechts te staan.

Al eerder, bij de verkiezingen van 2008, hadden zij gevoeld hoe het mes van de rechtgeaarde conservatieven erin ging. ‘Het is verschrikkelijk’, zei Snowe. ‘Iemand zei: als de Republikeinen niet oppassen, hebben we straks de kleinste tent in de geschiedenis van een politieke partij.’ Het was een welbewuste verwijzing naar de ‘grote tent’ die de GOP volgens de vroegere president Ronald Reagan moest zijn.

Big spenders
De burgeractivisten van de Tea Party-beweging richten hun pijlen voornamelijk op de uitdijende staat, die ze wantrouwen – de term sociaal-democratie blijft voor hen een scheldwoord – en op de groeiende overheidstekorten. Maar de invloedrijke columniste Anne Applebaum onderstreepte onlangs dat de Republikeinse partij niet zomaar ‘terug naar Reagan’ kan gaan.

De conservatieven rond de vorige president George W. Bush spendeerden vele miljarden aan landbouwsubisidies en defensiecontracten, aldus Applebaum. Daarmee legden zij de basis voor de tekorten die onder Obama verder groeiden. ‘Voordat de GOP geloofwaardig over de uitgaven kan spreken, moeten Republikeinse leiders eerlijk spreken over de vergissingen van het verleden’, schreef zij. ‘Als je een kleine overheid wilt, moet je ook vertellen hoe je dat wilt bereiken’, voegde ze eraan toe.

De uit de hand lopende overheidsuitgaven vormen een populair refrein op de, vreedzame, Tea Party-demonstraties. Maar volksvertegenwoordigers houden zich op dit terrein doorgaans wat meer gedeisd. Des te opvallender is het optreden van het Congreslid Paul Ryan, die de laatste tijd veel aandacht trekt.

De 40-jarige Republikein manifesteert zich als een retorisch begaafd en economisch onderlegd politicus in debatten over de hervorming van de zorg en andere mammoetwetgeving, die hij afwijst. Met een Roadmap for America’s Future presenteerde hij onlangs een gedetailleerd plan om de staatsschuld weg te werken, de belastingwet te vereenvoudigen en in de enorm dure pensioenprogramma’s te snoeien. Ryan pareert daarmee het verwijt dat Republikeinen alleen maar ‘nee’ kunnen zeggen.

Ryan wordt steeds vaker genoemd als Republikeins (vice-)presidentskandidaat voor 2012, wat een goed teken zou kunnen zijn voor de gematigde, intellectuele vleugel van de partij. Maar of mensen als Don Wyatt in Tulsa daar blij mee zijn, valt te betwijfelen. In hun ogen zijn het de partijbonzen en carrièrepolitici die de oerprincipes van het conservatisme hebben verlaten – niet de miljoenen Tea Party-aanhangers.

De politicoloog James Joyner schrijft dat hij voor het eerst sinds 1984 niet Republikeins zal stemmen, mocht Palin de kandidaat worden voor 2012. Maar hij waarschuwt ervoor om de conservatieve ideeën, tradities en prestaties te verwarren met extremistische geluiden ‘die omhoog borrelen van losjes verbonden aanhangers van de ideologie’.

Don Wyatt vindt dat er niets radicaals is aan de principes die als ‘Amerikaans exceptionalisme’ worden omschreven: ondernemerschap, een kleine overheid, zelfredzaamheid, individualisme.

Met een boek van Glenn Beck in de hand zegt de computertechnicus dat de Tea Party-beweging niet gevaarlijk is, maar juist in het politieke centrum zit. Volgens hem wordt de ‘conservatieve tent’ dankzij die beweging alleen maar groter. Wyatt: ‘We zijn alleen extreem in onze onafhankelijkheid.’

Meer over