Nieuws

Rechters steken hand in eigen boezem: voor slachtoffers toeslagenaffaire bestond rechtsstaat niet

Rechters twijfelden wel over hun vonnissen, maar niet genoeg. Te rotsvast was het vertrouwen in de Raad van State en te troebel de blik op de gevolgen voor ouders. Dat blijkt uit een zelfanalyse van rechtbanken over hun rol in de Kindertoeslagenaffaire.

Slachtoffers van de toeslagenaffaire demonstreren op 15 mei op de Dam in Amsterdam.  Beeld Joris van Gennip
Slachtoffers van de toeslagenaffaire demonstreren op 15 mei op de Dam in Amsterdam.Beeld Joris van Gennip

De bestuursrechtspraak heeft zijn functie van bescherming van individuele burgers veronachtzaamd. Rechters hanteerden een ‘niet dwingend uit de wet volgende, spijkerharde uitvoering van de regelgeving’. Slechts twee conclusies van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagenaffaire. Snoeiharde conclusies.

Er was dus een dringende behoefte aan zelfreflectie van de rechterlijke macht. Onder leiding van rechter Jan Catsburg van de rechtbank Midden-Nederland bekeek een onderzoekscommissie uitspraken in kinderopvangtoeslagzaken tussen 2010 en 2019. Ook werden gesprekken gevoerd met bestuursrechters in alle rechtbanken van Nederland. Uit het rapport, getiteld Recht vinden bij de rechtbank, blijkt dat bestuursrechters structureel de ‘alles-of-nietsuitleg’ volgden van de Belastingdienst.

Kleine fouten, zoals het niet kunnen aantonen van (soms slechts een schamel deel) van de eigen bijdrage, leidden tot een terugvordering van de volledige toeslag. In één geval overwoog een rechter zelfs een bedrag van ruim 27 duizend euro te reclameren toen iemand erkende 77 euro en 32 cent niet te hebben betaald.

Rechters hadden onvoldoende zicht op de gevolgen van hun uitspraken voor de getroffen ouders. Velen voelden geen reden om te twijfelen aan de Belastingdienst en nog minder aan de lijn van de Raad van State. Andere factoren die een rol speelden: de Belastingdienst stuurde vlak voor de zitting nog veel documenten door, de complexiteit van kinderopvangtoeslagzaken werd onderschat en het ontbrak aan overlegvormen tussen rechtbanken. Ook vermoedden ze dat, als ze een beroep gegrond verklaarden, de Belastingdienst een hoger beroep zou instellen en de ouder alsnog in het ongelijk zou worden gesteld. Oftewel: ze wilden geen valse hoop bieden.

Maatwerk

De rechters steken de hand in eigen boezem. En geven aan dat ze wel degelijk worstelden met de grote geldbedragen die zij voor kleine administratieve fouten ‘moesten’ opleggen. Zo ook T.N. van Rijn, rechter in de rechtbank Noord-Holland: ‘Bewijs van 90 procent (van de gemaakte kosten, red.) was niet genoeg: Ik besloot de rechtzoekende toch ongelijk te geven.’ Hij kijkt met twijfel terug op die beslissing.

‘Dit indringende rapport zou verplichte kost voor eerstejaars rechtenstudenten moeten zijn’, zegt universitair hoofddocent Iris van Domselaar (Universiteit van Amsterdam). ‘Het laat gedetailleerd zien hoe het recht in een liberale rechtsorde een doorgeladen pistool kan zijn op het hoofd van onschuldige burgers en voor welke duivelse dilemma’s rechters komen te staan.’

De wens tot overal gelijk geldende regels en de betrouwbaarheid die daarvan moet uitgaan, leidden tot een al te kille, systemische benadering. In veel situaties zou maatwerk de facto veel meer recht hebben gedaan, oordelen de onderzoekers.

Slechts af en toe weken bestuursrechters af van de strikte rechtspraak. Bij de rechtbank Rotterdam is dat een tijd lang consequent gedaan. Ook de rechtbank Den Haag handelde niet altijd naar de letter van de wet, waardoor juist rechtsbescherming werd geboden.

Hoe nu verder? Volgens Van Domselaar laat het rapport mede door de afwijkende koers van het ‘toeslagenteam’ van de rechtbank Rotterdam het belang zien van besluitvorming door teams, in meervoudige kamers. Ook moet er een attitudeverandering komen: de rechter dient meer een ‘burgervriend’ te zijn. Die ook de moed heeft om te staken, indien nodig.

‘Ik hoop dat de slachtoffers van de toeslagenaffaire en de samenleving zien dat de rechtspraak wil leren van het verleden’, zegt Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak. Volgens Van Domselaar is dit een stap op weg naar het herwinnen van vertrouwen. Eén aspect ontbrak nog in het rapport: institutioneel racisme. ‘Ik snap dat het ook voor rechters moeilijk is om zo naar jezelf te kijken. Maar het mag geen blinde vlek zijn.’

Ook de Raad van State onderzoekt de eigen rol in de kwestie, de resultaten daarvan worden later dit jaar verwacht.

Meer over