Rechters in verzet tegen aantasting autonomie

De Hoge Raad en vooraanstaande leden van de rechterlijke macht hebben principiële bezwaren tegen twee wetsvoorstellen over de modernisering van de rechterlijke organisatie....

Eind augustus stuurden de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad, W.E. Haak en Th. B. ten Kate, een brandbrief naar de minister. Zij stellen daarin dat het 'niet om wetgeving van louter technische aard gaat, maar om een principiële heroriëntering op de positie van de rechtsprekende macht'. De wetsvoorstellen liggen inmiddels bij de Tweede Kamer.

Het gewenste maatschappelijk debat over de wetsvoorstellen is nog nauwelijks op gang gekomen, maar intussen worden al wel 'tijdrovende opbouwwerkzaamheden uitgevoerd, zonder dat behoorlijk is gedebatteerd over de uitgangspunten', aldus de brief. Ten Kate en Haak wijzen op mankementen in de voorstellen die als uiterste consequentie kunnen hebben dat 'de grens tussen de scheiding der machten wordt overschreden'.

Oud-president H. van den Haak van het Amsterdamse gerechtshof en president J. Mendlik van de Rotterdamse rechtbank delen de kritiek van de Hoge Raad. Beide rechters maakten deel uit van de commissie-Leemhuis, die de reorganisatie heeft voorbereid.

Zowel Van den Haak als Mendlik benadrukt de noodzaak van modernisering. 'Het is nauwelijks denkbaar dat het justitieel apparaat draaiende is te houden zonder een fundamentele aanpassing', zegt Mendlik. De rechterlijke organisatie staat onder onaanvaardbare druk door de 'enorme groei van de vraag naar rechtspraak, door de toegenomen complexiteit van zaken, de juridisering van de maatschappij en de groeiende mondigheid van de burgers'.

Aan de notie dat bij de rechterlijke macht een nieuw bestuursmodel (integraal management) moet worden ingevoerd, willen Van den Haak en Mendlik niet tornen. 'In grote lijnen steun ik de wetsvoorstellen', zegt Van den Haak. 'Maar er zitten serieuze weeffouten in. Die moeten er worden uitgehaald, voor het te laat is.'

De ernstigste weeffout is de beoogde bevoegdheid van de minister om leden van de gerechtsbesturen en van de Raad voor de Rechtspraak (een nieuw orgaan als buffer tussen de gerechten en de minister) niet alleen te benoemen en te herbenoemen, maar ook te schorsen en te ontslaan. Mendlik, die voorzitter is van de stuurgroep Raad voor de Rechtspraak in oprichting, vindt die bevoegdheid 'onacceptabel'.

'De politiek moet zoveel mogelijk op afstand blijven van de rechterlijke macht', zegt hij. 'Ik wil niets afdoen aan de ministeriële verantwoordelijkheid wat betreft de begroting en de beschikbare middelen om de rechtspraak naar behoren te laten verlopen. Maar als leden van de Raad voor de Rechtspraak ernstig in de fout zouden gaan, blijft de Hoge Raad de aangewezen instantie om ze tot de orde te roepen, te schorsen of te ontslaan. Ons hoogste rechtscollege blijft immers buiten de invloedsfeer van de nieuwe raad. Als de minister die bevoegdheid overneemt en hij zou uit de bocht vliegen, wie beschermt ons dan?'

Een demonstratie van rechters in toga op het Binnenhof is niet te verwachten. Van den Haak: 'Rechters zijn nu eenmaal geen vechters, we zijn wegers.' Hij hoopt dat de politiek te overtuigen is met een 'keurig, indringend, intellectueel debat'. Mendlik rekent erop dat de politiek zo verstandig is de onafhankelijkheid 'buiten de gevarenzone te houden'. Want, zegt hij, 'ze zal toch niet zelfs maar de verdenking op zich willen laden, dat ze een greep doet naar de rechterlijke macht'.

Meer over