Rechter Willems zit toch zaak voor tegen Bertus K.

Mr J. Willems, vice-president van het Amsterdamse gerechtshof, zit toch de strafkamer van het Amsterdamse gerechtshof voor, die in hoger beroep de zaak behandelt tegen de Utrechtse drugsbende van Bertus K....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Drie van de vijf raadslieden in deze zaak - mr J. Boone, mr P. Doedens en mr J.-M. Leijendekker - hadden het wrakingsverzoek ingediend. De verdedigers eisten dat Willems de behandeling van de zaak zou overdragen aan een andere strafkamer van het hof, omdat zij vrezen dat Willems en Krikke zich niet onpartijdig zullen opstellen.

In de zaak tegen drugshandelaar Charles Zwolsman, waarin het hof onder presidium van Willems op 10 januari uitspraak deed, werd door het hof geaccepteerd dat de politie geen proces-verbaal had opgemaakt van een aantal inkijkoperaties. Het hof nam genoegen met een verslag achteraf van de eerder verzwegen opsporingsmethodieken.

Een andere strafkamer van het hof onder voorzitterschap van mr A. Rutten-Roos verklaarde anderhalf maand eerder - in de zaak tegen hasjsmokkelaar Henk R. - het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk, omdat van inkijkoperaties geen proces-verbaal bestond.

De strafkamer van Rutten-Roos rekende de politie dit manco zwaar aan. Geoordeeld werd dat de beginselen van behoorlijke procesorde waren geschonden 'met het doel de rechterlijke toetsing van de opsporingsmethodes op onaanvaardbare wijze te frustreren'.

Henk R., die door de rechtbank was veroordeeld tot vijf jaar, ontliep door de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie zijn straf, evenals twee van zijn handlangers die tot vier jaar waren veroordeeld.

De verdedigers vrezen dat zij van Willems en Krikke in de zaak Bertus K. geen onpartijdig oordeel meer kunnen verwachten, omdat de beide rechters ten aanzien van het niet rapporteren van uitgevoerde inkijkoperaties hetzelfde standpunt zullen innemen als zij deden in de zaak Zwolsman. Dat standpunt is dat het niet opmaken van proces-verbaal kan worden geheeld door een later op te maken overzichtsproces-verbaal van de gehanteerde opsporingsmethoden.

De strafkamer die negatief over het wrakingsverzoek besliste, merkt op dat het onvermijdelijk is dat wettelijke regels (ten aanzien van de eis van het opmaken van proces-verbaal) verschillend kunnen worden uitgelegd. 'Dat heeft niets te maken met de schijn van vooringenomenheid van de rechter ten aanzien van partijen of ten aanzien van het onderwerp van geschil'.

Cremers maakte het verschil duidelijk tussen het arrest van Rutten-Roos en dat van Willems. In de eerste zaak - Henk R. - werd door het hof vastgesteld dat bewust informatie was achtergehouden om de rechterlijke controle te frustreren. In de tweede zaak - Zwolsman - was het volgens het hof niet aannemelijk dat het proces-verbaal ontbrak met de bedoeling de opsporingsactiviteit te onttrekken aan rechterlijke toetsing.

'Niet een verschillend juridisch oordeel, maar een verschil in de feiten heeft geleid tot een verschillende uitkomst van beide strafzaken', aldus Cremers.

Ook in het opsporingsonderzoek tegen de bende van Bertus K. werden door de Utrechtse politie inkijkoperaties uitgevoerd, die in de processen-verbaal werden verzwegen.

Bertus K. werd door de rechtbank in Utrecht veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf.

Meer over