Rechter verbiedt voor de tweede keer uitlevering Sabir K. aan VS

Voor de tweede keer heeft de Nederlandse rechter vandaag de uitlevering van de Pakistaans-Nederlandse terreurverdachte Sabir K. (28) aan de Verenigde Staten verboden. Volgens de rechter in het kort geding dat K. had aangespannen tegen de staat, is de rol van de Amerikaanse geheime dienst CIA bij de aanhouding en foltering in Pakistan van de Nederlander nog altijd niet helder.

Janny Groen
De advocaat van Sabir K., Andre Seebregts (L), komt in maart 2013 aan bij de rechtbank in Den Haag. Beeld anp
De advocaat van Sabir K., Andre Seebregts (L), komt in maart 2013 aan bij de rechtbank in Den Haag.Beeld anp

K., de zoon van een Friese moeder en Pakistaanse vader, verzet zich sinds april 2011 tegen uitlevering aan de VS. In alle fasen in zijn juridisch verweer heeft hij aangevoerd dat de Amerikanen om zijn arrestatie hadden gevraagd en dat hij, op instigatie van de VS, was gemarteld.

De VS verdenken K. van het voorbereiden van een terroristische aanslag op Amerikaanse troepen in Afghanistan. Hij werd in september 2010 in Pakistan opgepakt, vastgezet op een geheime locatie en gemarteld. Zeven maanden zat hij vast in Pakistan. K. is ervan overtuigd dat zijn ondervragers werden aangestuurd door Amerikanen. Bij de verhoorsessies hoorde hij, uit een aangrenzende kamer, stemmen met een Amerikaans accent.

Twee Marokkaanse Nederlanders die in dezelfde ondergrondse gevangenis hebben vastgezeten, beweren dergelijke ervaringen te hebben gehad. Een van hen was abu Mohammed, die nu onder naam Fighting Journalist strijdt in Syrië. Tegen de Volkskrant zei hij begin 2013 dat in die gevangenis, die werd gerund door de Pakistaanse geheime dienst ISI, kopstukken werden vastgehouden van Al Qaida en de Taliban. Ongeacht de aanklacht wordt daar 'per definitie' gemarteld, zei hij. Zelf was abu Mohammed ook gefolterd. Ook hij sprak over 'Amerikaanse stemmen'.

Vertrouwensbeginsel

Vanwege het vertrouwensbeginsel tussen de VS en Nederland hoefde de staat de beweringen van die twee Marokkaanse Nederlanders niet zelfstandig te onderzoeken. Wel moest Nederland navraag doen bij de VS over de Amerikaanse rol bij de arrestatie van K., oordeelde het hof in mei 2013.

Twee maanden later verbood de rechter de uitlevering van K., omdat de rol van de Amerikanen vaag bleef.

Vorig jaar oktober meldde de Amerikanen per brief dat de FBI noch de Amerikaanse opsporingsdiensten afwisten van de aanhouding van K. Daarop gaf minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) wederom het groene licht voor uitlevering.

K.'s advocaat André Seebregts vond het opmerkelijk dat de CIA in die Amerikaanse brief niet werd genoemd en spande een kort geding aan. De rechter is het met Seebregts eens, zeker in het licht van het in december verschenen Senaatsrapport over martelpraktijken. Uit dat rapport kan volgens de rechter worden afgeleid dat in de periode dat K. vastzat nauw werd samengewerkt tussen de Amerikaanse en Pakistaanse geheime dienst.

Nog onduidelijk is of de minister in hoger beroep gaat tegen het uitleveringsverbod. 'Het vonnis wordt nog bestudeerd', aldus zijn woordvoerster.

Meer over