Nieuws

Rechter rekent weer af met platformbedrijf: Helpling is uitzender

Schoonmakers die werken via het platform Helpling zijn geen zelfstandigen maar uitzendkrachten. Dat heeft het Amsterdamse hof dinsdag bepaald in een rechtszaak die vakbond FNV had aangespannen.

Marieke de Ruiter
Een uitzendkracht van Helpling aan het werk. Beeld Cigdem Yuksel
Een uitzendkracht van Helpling aan het werk.Beeld Cigdem Yuksel

Dat betekent dat de circa 3.500 schoonmakers die via het platform werken recht hebben op doorbetaling bij ziekte en een transitievergoeding bij ontslag. Volgens het hof is er sprake van een uitzendovereenkomst, omdat de schoonmakers te werk worden gesteld bij huishoudens voor een bedrag dat die twee partijen grotendeels samen overeenkomen, maar waarover Helpling als platform wel 23 tot 32 procent commissie ontvangt.

De uitspraak volgt na jarenlang juridisch getouwtrek tussen Helpling en vakbond FNV. Volgens het van oorsprong Duitse bedrijf is Helpling niet meer dan een ‘digitaal prikbord’ dat vraag en aanbod bij elkaar brengt. Volgens FNV is Helpling werkgever en moet het zijn schoonmakers betalen volgens de schoonmaak-cao.

Het hof gaat daarmee in tegen de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. Die kwam eerder tot de conclusie dat de platformwerkers te veel vrijheid genieten om te spreken van een gezagsverhouding. De beroepsrechter vindt dat daarvan wel degelijk sprake is, maar dat de schoonmakers wel te veel vrijheid hebben om te spreken van een dienstverband. Zo bemoeit Helpling zich niet met de uitvoering van de werkzaamheden.

Uber

De uitspraak van dinsdag is de tweede nederlaag die een internetplatform in één week in de rechtszaal lijdt. Vorige week kwam de Amsterdamse rechtbank tot de conclusie dat de circa vierduizend chauffeurs van Uber geen zzp’ers zijn, maar recht hebben op een arbeidsovereenkomst. Zij zouden per direct moeten worden beloond volgens de taxi-cao. Het techbedrijf voert die uitspraak nog niet uit, omdat het eerst ‘de impact van het vonnis begrijpen’. Daarmee volgt Uber dezelfde lijn als maaltijdplatform Deliveroo. Daarvan oordeelde de rechter begin dit jaar dat de maaltijdkoeriers recht hebben op een arbeidscontract.

Het uit uitvoeren van die uitspraken blijft vooralsnog onbestraft. De rechter heeft geen dwangsom opgelegd en de overheid handhaaft op dit moment nauwelijks op schijnzelfstandigheid. Ook van de chauffeurs heeft het bedrijf niet te vrezen: zij toonden zich afgelopen week kritisch op het vonnis. Omdat zij vaak geen sociale premies afdragen, hebben ze het gevoel dat ze als zelfstandige beter af zijn.

Meer over