Rechter in roerig Rotterdam

Erik van den Emster was president van de rechtbank Rotterdam in een geruchtmakende periode. Nu gaat hij naar de Raad voor de rechtspraak....

Bijna zeven jaar was Erik van den Emster (57) president van de rechtbank in Rotterdam. De zoon van een techneut werd rechter, omdat in de straat waar het gezin woonde een magistraat leefde die door zijn gedistingeerde voorkomen grote indruk maakte op de jonge Van den Emster.

‘Een man in driedelig grijs en vlinderstrik. ’s Ochtends kwam de bode de dossiers brengen en ’s avonds kwam ie ze weer halen. Jaren later, ik was zelf rechter, kwam ’s ochtends de bode bij mij spullen brengen.’

Van den Emster was de hoogste baas van de Rotterdamse rechtbank in de roerigste periode uit haar geschiedenis. Rechters oordeelden vernietigend over het bewijs van de inlichtingendienst AIVD in terrorismezaken en spraken de verdachten vrij. Maar het waren ook Rotterdamse rechters die in de Schiedammer Parkmoord een onschuldige veroordeelden voor de moord op een 10-jarig meisje.

In de storm van verontwaardiging die daarop losbrak, zag Van den Emster zijn rechters er bijna aan onderdoor gaan. Samen met de president van het gerechtshof in Den Haag ging hij naar de actualiteitenrubriek NOVA. Nu: ‘Wat ik zo jammer vind, is dat die zaak zo enorm de focus zette op het falen van de rechter. Je hebt geen verweer, want het vonnis was fout. Maar ook nu nog zie ik in dat vonnis niets dat ik niet volgen kan.’

Over de rechters die het vonnis velden: ‘Rechtspsycholoog Crombag zei op een gegeven moment dat de rechters de stukken niet hebben gelezen. Uitgesloten! De voorzitter van die meervoudige kamer heeft een fotografisch geheugen, ik verzeker eenieder dat hij en de twee andere rechters elke komma van dat dossier kenden. Een heel goeie rechter trouwens, die voorzitter, zowel technisch als in de bejegening. Dat dit juist hem overkwam, was een persoonlijk drama.’

In de kantine legden de rechters later aan 200 collega’s uit hoe ze tot het vonnis waren gekomen. Van den Emster: ‘Alles wat voorgeschreven is, was gedaan. In algemene zin had een rechter bij een deskundige nog extra informatie gevraagd over de onderzoeksmethoden van het Nederlands Forensisch Instituut. Het leek goed volgens de procedures. Niettemin gaat het fout. Dat is wel afschuwelijk, maar het betekent niet dat door één zo’n foute beslissing er een vertrouwensbreuk is met de rechterlijke macht.

‘We hadden een tijdje terug de Leidse professor Wagenaar uitgenodigd voor de rechtersvergadering. Die hield ons voor, gebaseerd op Amerikaans onderzoek, dat ongeveer één op de tweehonderd vonnissen fout is. ‘De foutmarge in mijn eigen vak, de cognitieve psychologie, is groter’, zei Wagenaar.

‘Natuurlijk kunnen we de boel nog verder dichttimmeren, en alleen verdachten veroordelen als er echt geen enkele twijfel is. Dan voorkom je dat personen onterecht worden veroordeeld. Maar je krijgt ook meer onterechte vrijspraken. Willen we dat echt?’

Het strafrechtklimaat in Rotterdam zou zijn verhard, vooral sinds de opkomst van Fortuyn.

‘Die periode is te kort om ontwikkelingen te kunnen waarnemen. We zijn harder gaan straffen, maar dat is van de laatste dertig jaar. Tijdens mijn studie kreeg je geen voldoendes voor werkstukken waarin al te zeer de nadruk lag op de rol van vergelding. De maatschappij dacht daarover anders. Sindsdien is ook de rechtspraak langzaam in die richting opgeschoven.

‘We hebben wel in een korte periode ernstige ontwikkelingen gezien op het gebied van de criminaliteit: mensenhandel op deze schaal, en met die onmenselijkheid, dat was tien jaar geleden niet aan de orde. Hetzelfde geldt voor de drugshandel.

‘Daar kun je als Nederland alleen geen antwoord aan bieden, dat is evident. Instituties als Europol kunnen enerzijds als een bedreiging van de persoonlijke levenssfeer worden ervaren, maar zijn ook onmiskenbaar nodig om de grensoverschrijdingen van de criminaliteit te kunnen beteugelen.

‘Buitenlandse rechters zeggen dat het voor hen wel ophoudt bij het Belgische Poppel, of bij Lille. Ja, en dan? Criminelen van een béétje importantie lachen zich gek om dat gehannes. Nee, een Europees Openbaar Ministerie is voor de hand liggend.’

Gaan we dan ook Europees straffen?

‘Hoe ging dat bij de Duitse eenwording? Eerst de belastingen en de post, dan het recht. We beginnen nu met internationaal opsporen. Dan komt de uniformering van het strafrecht. Maar dat ga ik niet meer meemaken.’

Meer over