Rechteloosheid onderdanen typeert Ruslands geschiedenis

WINSTON CHURCHILL omschreef Rusland eens als 'een raadsel, gehuld in mysteriën'. De Britse staatsman, overigens ook een voortreffelijk historicus, sloeg daarmee de spijker op z'n kop....

Marcel van Hamersveld

De Russische geschiedenis zit inderdaad zo boordevol met turbulente gebeurtenissen en raadselachtige figuren dat men zich kan afvragen of er een land ter wereld is dat een meer bewogen geschiedenis heeft. Denk maar aan de revolutie van 1917; de vorming van een onafzienbaar rijk, dat zich van het Balticum tot in het Verre Oosten uitstrekte; de oorlogen tegen Hitler en Napoleon; aan Stalin; Peter de Grote en Ivan de Verschrikkelijke - raadselachtige personen die menig biograaf de nodige hoofdbrekens hebben gekost.

Dat Rusland zo anders is, betoogt Geoffrey Hosking in de inleiding van zijn overzichtsgeschiedenis Russia and the Russians - A History from Rus to the Russian Federation, wordt in belangrijke mate bepaald door zijn geografische ligging. Het barre klimaat miste zijn weerslag op het karakter van de Russen niet, terwijl de uitgestrektheid van het land en het ontbreken van natuurlijke en makkelijk te verdedigen grenzen bepalend waren voor het door de eeuwen heen ontstane politiek stelsel, dat sterk afwijkt van het onze.

Het in Rusland tijdens de Middeleeuwen ontstane politieke stelsel is gebaseerd op wat Hosking, hoogleraar Russische geschiedenis aan de Universiteit van Londen en auteur van onder andere het veelgeprezen Russia: People and Empire, 1552-1917, het patron-client netwerk noemt. Waar in West-Europa monarch en samenleving door middel van wetten en parlement aan elkaar werden gebonden en de burgers onvervreemdbare individuele rechten wisten af te dwingen, die hen tot op zekere hoogte beschermden tegen de grillen van de machthebber, bleef in Rusland altijd een kloof bestaan tussen de almachtige heerser en zijn rechteloze onderdanen.

Als rode draad door Ruslands geschiedenis loopt volgens Hosking de machtsuitoefening op persoonlijke en niet op institutionele basis, of de machthebber nu de titel van grootvorst, tsaar, secretaris-generaal of president had. Respect voor bijvoorbeeld eigendomsrechten van de burgers was ver te zoeken. Doordat er geen instituties gevormd waren die een band tussen monarch en samenleving konden smeden, zoals een parlement en een onafhankelijke rechtspraak, ontbrak maatschappelijk draagvlak en een gevoel van nationale eenheid.

In de vroegmoderne tijd speelde dat wellicht geen rol, aan het begin van de twintigste eeuw, met het ontstaan van een moderne samenleving, des te meer, zoals de laatste tsaar, Nicolaas II, zou ondervinden.

Volgens Hosking was het gevoel van nationale eenheid maar op een paar momenten in de Russische geschiedenis aanwezig, voor het laatst bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914. Toen een jaar later de laatste kans op een verbond tussen tsaar en samenleving werd gemist, was het vervolgens snel gebeurd met het tsarenrijk.

Ruslands uitgestrektheid had overigens niet alleen negatieve kanten. Op beslissende momenten in zijn geschiedenis (bijvoorbeeld tijdens de Tijd der Troebelen in het begin van de zeventiende eeuw en in de oorlogen tegen Napoleon en Hitler) werd Rusland van volledige verovering en onderwerping gered door het enorme achterland.

Maar niet alleen de geografie liet Rusland een andere ontwikkeling doormaken, ook politieke factoren speelden een belangrijke rol, te beginnen bij de keuze van Vladimir, grootvorst van het rijk van Kiev, om zich in 988 tot het Byzantijnse, orthodoxe christendom te bekeren. Volgens overleveringen werd de keuze voor Byzantium mede ingegeven, doordat de katholieke rituelen niet voldoende schoonheid hadden en de islam de consumptie van alcohol verbood, al lijken economische en machtspolitieke overwegingen een belangrijker te zijn geweest.

De bekering had als verstrekkend gevolg dat Rusland tot in de zeventiende eeuw afgesloten zou blijven van de hoofdstroom van de westerse beschaving. Humanisme, Renaissance en Reformatie hebben het land nauwelijks beïnvloed. De ondergang van het Byzantijnse rijk met de val van Constantinopel in 1453 maakte Rusland tot de enige beschermer van de orthodoxe gelovigen, waardoor het idee ontstond dat Rusland een messianistische missie in de wereld te vervullen had. Moskou moest het 'Derde Rome' worden, nadat de eerste twee Romes waren gevallen. Een vierde Rome zou er niet komen.

Dit messianistische idee is nooit helemaal uit het Russische gedachtegoed verdwenen en zou nog sterker aan het licht treden na de revolutie van 1917, toen de communisten beloofden niets minder dan een heilstaat te zullen oprichten.

In de bekering ziet Hosking een eerste poging van een Russisch heerser om door middel van een radicale oplossing in plaats van geleidelijke verandering, de loop van de geschiedenis in een bepaalde richting te dwingen. Het doel werd daarbij zelden of alleen met veel bloedvergieten bereikt. Ook de hervormingen van Peter de Grote en de communistische revolutie van 1917 plaatst hij in dit kader.

Russia and the Russians heeft veel te bieden. De inzicht scheppende dwarsverbanden, die overigens best sterker aangezet hadden mogen worden, geven de lezer voldoende houvast. De hoofdstukken over de doorgaans minder goed bekende vroegere episodes uit Ruslands geschiedenis, zijn buitengewoon goed verzorgd. Hosking heeft ook meer oog voor sociale geschiedenis dan andere historici, waardoor hij inzichtelijk maakt hoe zwaar het leven van de 'gewone Rus' onder de tsaren was en hoe hard, absurd en onnatuurlijk het bestaan voor vele Russen onder het communistische gezag.

Verder strooit Hosking gretig met anekdotes en faits divers, waardoor we te weten komen dat glasnost (openheid), samen met dat andere woord uit het tijdperk van Gorbatsjov, perestrojka, symbool van de laatste jammerlijk mislukte poging om de Sovjet-Unie te hervormen, al onder tsaar Alexander II in het midden van de negentiende eeuw door de autoriteiten werd gebruikt om een vrijere discussie aan te moedigen.

Hoskings feitenkennis is uitstekend gedocumenteerd en zelfs fenomenaal te noemen, evenals zijn inzicht in de Russische geschiedenis. Daarom is het des te merkwaardiger dat feiten onvermeld blijven, die zowel voor het tsaristische als het communistische regime als belastend kunnen gelden. Wel wordt de bouw van Sint-Petersburg genoemd, maar niet dat hierbij op grote schaal dwangarbeiders werden ingezet, waarvan velen het leven lieten. De lezer zal ook vergeefs zoeken naar de rol van Nicolaas I als gendarme van Europa en onderdrukker van de revoluties van 1848-1849.

Als Hosking de slachtoffers in de Russische Burgeroorlog van 1918-1922 opvoert, noemt hij slechts de doden (vijf miljoen) als gevolg van de hongersnood in de jaren 1921-1922. Hij laat de lezer in het ongewisse over de werkelijke reden van de hongersnood. Niet voor niets zegt een Russisch spreekwoord dat een misoogst van God is, maar een hongersnood van de mens. De burgeroorlog kostte zestien miljoen mensen het leven, bijna twee keer zoveel slachtoffers als de Eerste Wereldoorlog eiste.

Ook kan men vraagtekens plaatsen bij Hoskings beschrijving en duiding van de Oktoberrevolutie van 1917. Een karakterschets van Lenin ontbreekt, en die is essentieel om de aard van het Sovjet-regime te kunnen doorgronden. Zijn claim dat 'alleen Lenins opvatting enige kans van realisatie' had, is in het licht van het in de afgelopen tien jaar vrijgekomen archiefmateriaal onhoudbaar. De burgeroorlog die volgde op Lenins machtsgreep was niet alleen 'bijna onvermijdelijk', maar juist bittere noodzaak - en dus gewenst - voor Lenin om zijn tegenstanders uit te schakelen.

Interessant is de vraag hoe, op basis van Ruslands geschiedenis, de toekomst van het land eruitziet. Hosking ziet Rusland als 'een van grote overlevenden uit de wereldgeschiedenis', die al voor hetere vuren heeft gestaan. Maar oude gewoonten blijken moeilijk af te leren, omdat ook het hedendaagse Rusland geregeerd wordt door middel van een soort patron-client netwerk. Er zullen 'staatslieden met uitzonderlijke bekwaamheid en visie' aan te pas moeten komen om Rusland in de 21ste eeuw een levensvatbare vorm te geven. Of president Poetin deze hoedanigheden bezit? Hosking zwijgt er wijselijk in alle toonaarden over.

Meer over