Rechtbank acht zich bevoegd in zaak-Bouterse

De rechtbank in Den Haag acht zich bevoegd om de rechtszaak tegen Desi Bouterse en twee medeverdachten te behandelen. Dat heeft rechtbankpresident mr....

Volgens de rechtbank is het voldoende aannemelijk dat één van de twee medeverdachten een verblijfplaats had in Den Haag toen in 1994 de vervolging tegen hem werd begonnen. Daarmee is de rechtbank in die stad bevoegd om de zaak te behandelen.

Volgens de advocaten is ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk, omdat in de voorbereiding van de rechtszaak talloze fouten zijn gemaakt en processtukken niet ter beschikking zijn gesteld. In de loop van de week bepaalt de rechter of deze bezwaren stand houden. Als dat niet zo is, kan de drugszaak tegen Bouterse inhoudelijk worden behandeld. Waarschijnlijk gebeurt dat in mei en juni.

De onduidelijkheid over de vervolging van hoofdverdachte Bouterse blijft bestaan. De advocaat van Bouterse, mr. A. Moszkowicz, heeft aangekondigd dat hij een procedure zal aanspannen bij de Hoge Raad over de keuze van de rechtbank. Volgens de wet is de vervolging van zijn cliënt daarmee geschorst. De rechtbank beschouwt de actie als 'misbruik van procesrecht' en is toch met de behandeling begonnen.

Maandag kwamen de advocaten van de medeverdachten M. Misier en R. Lowes met voorbeelden waaruit volgens hen blijkt dat het OM het recht op vervolging heeft verspeeld. De Rotterdamse geldwisselaar Misier werd in 1992 door de Rotterdamse recherche gerecruteerd als informant. Hij kreeg toen toestemming zijn geldtransacties voort te zetten, zolang hij niet persoonlijk in de cocaïnehandel betrokken zou raken.

De Haagse officier van justitie bleek echter niet op de hoogte van die afspraak toen hij in 1994 besloot Misier in de zaak-Bouterse te vervolgen. Volgens advocaat G. Hubers is dat onredelijk, temeer omdat zijn cliënt al ruim vóór 1992 contacten met de Rotterdamse recherche zou hebben onderhouden.

Dat laatste wordt ontkend door de twee betrokken Rotterdamse rechercheurs. Maar volgens Hubers hebben zij tegenover de rechter-commissaris aantoonbaar gelogen. Zo bleek althans toen zij werden gehoord over een vertrouwelijk gesprek met Misier, dat de geldwisselaar uit voorzorg op de band had opgenomen. De transcripties van deze bandopname gaan in de loop van het proces zeker een rol spelen, waarschuwde de advocaat.

Ook het inbrengen van anonieme getuigen beschouwt de verdediging als een oneerlijk wapen van het OM. In de zaak-Bouterse zijn acht anonieme getuigen ingezet, waarvan er formeel één voor zijn verklaring wordt beloond met een korting van de straf die hij nu uitzit. Volgens Hubers krijgen echter alle getuigen een bonus. 'In ruil voor hun verklaring worden ze niet vervolgd, hoewel ze soms hebben toegegeven zelf in drugs te hebben gehandeld. Eén van hen geeft zelfs toe dat hij iemand opzettelijk heeft gedood.'

De anonimiteit van de getuigen maakt het ook onmogelijk hun betrouwbaarheid te toetsen, stelt Hubers. Overigens had hij ook zelf een anonieme getuige willen gebruiken. Deze man kon een ontlastende verklaring over Misier afleggen, maar het OM wilde diens anonimiteit volgens de advocaat niet garanderen.

Het OM zegt dat de anonieme getuigen zich wellicht wél in Suriname, maar niet in Nederland schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten. Daarom worden ze niet voor hun verklaring beloond. Officier van justitie mr. E. Harderwijk maakt zich verder geen zorgen over het verweer van de verdediging, zegt hij. 'Die heeft voor geen verrassing gezorgd. '

Meer over