Recensies

In een karrevracht aan betekenisvolle lagen, duizelt het ten slotte, mede omdat Rijxman steeds weer in en uit een rol stapt.

Theater: Wat is het nu

Jezelf laten zien, of jezelf verbergen - dat is de vraag die actrice Lineke Rijxman bezighoudt. Jezelf laten zien hoort onlosmakelijk bij het vak van acteur, jezelf verbergen hoort bij de persoon Lineke Rijxman. Over die innerlijke controverse heeft ze een voorstelling gemaakt: Wat is het nu, uitgebracht bij Mugmetdegoudentand, de groep waaraan ze de laatste jaren verbonden is.


Rijxman maakt het zich niet gemakkelijk, want in Wat is het nu gaat ze niet alleen op zelfonderzoek uit, tot in haar vroege jeugdjaren aan toe, maar wil ze ook iets beweren over de tijdgeest, de kunstsubsidies, de clash tussen populistische politici en elitaire kunstenaars.


'Ik ben tien, ik lig in bed en hoor haar zingen, mijn moeder', is zo'n jeugdherinnering van waaruit ze stukje bij beetje haar persoonlijke familiegeschiedenis opdiept. Dat in Nederland wekelijks 2,7 miljoen mensen naar Ik hou van Holland kijken is kennelijk ook een item, want evenals Rijxman verbaasde ook Laura van Dolron zich daarover in haar formidabele voorstelling Sartre zegt sorry.


Rijxman doet verder van alles en nog wat, in een carrousel van bestudeerde invallen en gekkigheid: een imitatie van Carla Bruni die een porno-act opvoert en een fluisterliedje zingt, ze wil een musical maken waarin Henk Poort haar vader en Pia Douwes haar moeder speelt, ze danst lekker gek op Venus van Shocking Blue en ze speelt een vrouwelijke James Bond die de strijd aanbindt met kunsthaters. Ook komen Bonnie St. Clair en Sylvie van der Vaart nog even ter sprake, als vertegenwoordigers van de pulpcultuur, die in kritiekloze kranteninterviews heldinnen worden.


Haar leven als actrice en als mens laat ze kritisch onderzoeken door in therapeutisch debat te gaan met de geest van haar moeder (die in 1978 is overleden) en haar denkbeeldige manager die haar in populaire films wil hebben en geen heil meer ziet in toneelspelen in de kleine zaal.


Rijxman zelf en mede Mug-lid Joan Nederlof hebben voor Wat is het nu de tekst geschreven. Af en toe is er in een tekstbijdrage van Marjolein Februari ruimte voor een korte filosofische bespiegeling, over waarheid en onwaarheid in kunst en leven.


Dit is een vorm van montagetheater waarin zoveel te monteren valt, dat het bouwwerk uiteindelijk bezwijkt. Want in die karrenvracht aan betekenisvolle lagen duizelt het tenslotte, mede omdat Rijxman steeds weer in en uit een rol of typetje stapt, lijnen bewust onderbreekt, beweringen ontkracht of ironiseert.


'Ik ben futloos', zegt ze op een zeker moment, maar ik verstond in eerste instantie: 'ik ben virtuoos.' Dat is wat ik de hele avond - die overigens maar zeventig minuten duurde - te overwinnen had: dat ik zat te kijken naar een actrice die ondanks alle twijfels, onzekerheden en innerlijke overtuigingen toch ook wil laten zien dat ze virtuoos is, en allesbehalve futloos.


Los van dat alles springt Lineke Rijxman in Wat is het nu met veel flair en soms uitzinnig van de hak op de tak. Ze toont bovendien lef om zo persoonlijk op dat podium te gaan staan, waar ze een voorstelling lang soeverein is. Uiteindelijk gaat ze in het theater op zoek naar een huis waarin ze zich thuis kan voelen - niet naar een huis van baksteen, maar naar geborgenheid van binnen. Van je laten zien weer terug naar het verbergen.


Muziek: Daisy Correia

Ondanks zenuwen en een ontstoken oog werd de afsluiting van Daisy Correia's eerste tournee - voor 'eigen' publiek in haar geboortestad Amsterdam - een groot succes. De 24-jarige Daisy is al sinds haar dertiende actief als zangeres, maar vond pas drie jaar geleden haar grote liefde in de fado, het van weemoed doortrokken levenslied uit Portugal. De keuze om als fadista door het leven te gaan is niet zonder gevaar, want al bij voorbaat leg je het af tegen de legendarische Amália Rodrigues. En dan moet je het ook nog opnemen tegen gevierde sterren als Dulce Pontes en Mariza. In plaats van zich via haar Portugese moeder te beroepen op afstammingsrechten, positioneert Daisy zich heel slim als relatieve buitenstaander en bovendien als zangeres met een verleden in rock en pop. En door zich niet te spiegelen aan haar voorbeelden en de fado juist op eigen wijze onder handen te nemen, zorgt ze in feite voor een verrijking van de traditie. Net als Fernando Lameirinhas, met wie ze - niet toevallig - een sterke muzikale 'klik' heeft en in wiens theaterprogramma ze al tweemaal te gast was. Wat ze ook met Lameirinhas gemeen heeft, is een formidabele dosis zangtechniek die nooit als wapenfeit wordt gebruikt maar altijd ingezet ten dienste van de expressie. Het zijn dan ook niet de dramatische uithalen waarmee Daisy de meeste indruk maakt, maar juist de beheersing waarmee ze ook daarin nog subtiele schakeringen kan aanbrengen.


De fado volgens Daisy Correia is niet alleen lichtvoetiger dan in Portugal gebruikelijk is, haar uitstekende begeleidingsband permitteert zich ook veel meer vrijheden dan de strenge fadopolitie lief is. Zo wordt het nationale instrument, de Portugese gitaar (eigenlijk meer een soort mandoline), in het eerste lied na de pauze zo vrijzinnig bespeeld dat je er nauwelijks nog fado in herkent. Eigenlijk zouden meer muzikanten met een andere achtergrond en expertise zich met in vorm vastgeroeste genres als de fado moeten bemoeien.


Muziek: Hear it!

Vier geblinddoekte vrijwilligers lopen door het auditorium van het Stedelijk Museum. Ze houden een megafoontje voor zich uit, waaruit een driftig getik opstijgt. De echo's moeten hen helpen de ruimte af te tasten. A Vesper Songline heet deze performance, en de bedenker is Allard van Hoorn.


In een museum praten bezoekers gewoonlijk niet hardop, maar donderdagavond, bij het project Hear It!, gaat het anders. In de buurt van Dick Raaijmakers' Idiofoon 3 moet het zelfs met stemverheffing. Het kunstwerk bestaat uit een luidspreker voorzien van een paar uitstekende ijzerdraadjes en een hangend metalen plaatje, die wanneer ze met elkaar in contact komen, een fel geknetter teweegbrengen.


Het Stedelijk heeft wat met muziek. Al sinds de jaren vijftig vinden er museumconcerten plaats. Ook nu het museum door de verbouwing nog maar beperkt toegankelijk is, is die reeks met eigentijdse muziek nieuw leven ingeblazen onder het motto Music@TS2. Zo zijn er de komende maanden optredens ven het Amstel Saxofoonkwartet en celliste Frances-Marie Uitti.


Museale muziek is van nature traag en verhaalloos, en heeft dikwijls een elektronische component. Logisch, want de bezoeker moet er, anders dan in een concertzaal, op elk gewenst moment in en uit kunnen lopen. Het is dan ook niet vreemd dat de dj-esthetiek en techniek bij sommige kunstenaars prominent aanwezig zijn.


Anders is dat bij Paper Orchestra, een installatie van Pierre Bastien, met als basis papieren stroken die, aangeblazen door ventilatoren, de vellen van tamboerijnen in trilling brengen. Hoewel volstrekt automatisch, is het een van de muzikaalste kunstuitingen bij Hear It!.


Toch is levende muziek superieur. Dat bewijst sopraan Claron McFadden die, vocaliserend bovenaan de grote trap, de bezoekers als een magneet naar zich toetrekt. Of de Schola Cantorum Amsterdam, die de avond besluit met Gregoriaanse antifonen, een serene voetnoot temidden van de auditieve droes die opstijgt vanuit de benedenverdieping. Voor alle zekerheid is Raaijmakers' Idiofoon, die er vlak naast hangt, wel even op non-actief gezet.


Meer over