Recensies

DANS / Pororoca A Piece Danced Alone

Julidans, Stadsschouwburg, Amsterdam. Pororoca. Choreografie Lia Rodrigues. A Piece Danced Alone. Choreografie Alexandra Bachzetsis. Beide op 3/7, julidans.nl

Als een kleurrijke tornado waaien de dansers over het toneel. Iedereen draagt een ander T-shirtje en al rennend, springend, draaiend laten ze een spoor van rotzooi achter. Plastic zakken, kleren, een jerrycan, een tafeltje. In een oogwenk zie je de hectiek van een grote stad als Rio de Janeiro voor je. In een van de sloppenwijken daar werkt choreograaf Lia Rodrigues met haar groep Companhia de Danças.

Rodrigues geldt in Brazilië als een van de grootste dansvernieuwers en dankzij Julidans is haar werk nu voor het eerst in Nederland te zien. Pororoca (een vloedgolf bij de monding van de Atlantische Oceaan en de Amazone) is een verzameling variaties op het geschetste openingsbeeld. Met een onuitputtelijke energie bewegen de dansers een uur lang als massa. Binnen deze gemeenschap bestaat geen privacy en is het een drukte van belang. Lijven schieten alle kanten op, ogenschijnlijk ongecontroleerd en chaotisch. In het gedrang van de groep - iedereen raakt elkaar voortdurend aan - weten individuen ook nog ruzie te maken en lief te hebben.

Deze microkosmos is op zich aardig suggestief en vervreemdend, omdat alles in stilte gebeurt en er nu en dan een freeze wordt ingelast. De ontwikkeling zit in het opdrijven van de hitte; de groep wordt een zichzelf in de weg staande muur en een beestenboel van blaffende en krijsende malloten. Toch is Pororoca een mager stuk. De choreografie en het dansidioom zijn erg plat, beschrijvend, en ook het idee is weinig gelaagd. Meer ironie, zelfrelativering of juist mededogen had Rodrigues beeld van de mensheid interessanter gemaakt.

Veel meer vragen roept de Zwitserse Alexandra Bachzetsis op, geen onbekende in Nederland. De individuele identiteit die in Pororoca min of meer verdrinkt, is ook in het beschouwende A Piece Danced Alone een problematisch gegeven. Er zijn twee personages, Anne Pajunen en Bachzetsis zelf. De een is blond, de ander bruin en ze hebben ieder een eigen, zeer overtuigende stijl van disco- en showdansen.

Wel bewegen ze allebei stereotiep vrouwelijk-verleidelijk (vloeiend, rond, glimlachend) en dragen ze allebei een juist nogal stereotiep mannelijk-stoere outfit van zwarte spijkerstof. Ook lijken hun op camera ingesproken (fantasie) cv's verdacht veel op elkaar (beiden hebben voor de grootste choreografen gewerkt en belangrijke prijzen gewonnen) en nemen ze gaandeweg steeds meer allerlei poses van elkaar over, tot ze visueel zelfs versmelten.

Hoe eigen kun je zijn in een mediacultuur vol rolpatronen en codes? En hoe eigen is de kunstenaar eigenlijk die deel uitmaakt van een kunstscene? Zijn dansers die aan het hippe P.A.R.T.S of DASARTS hebben gestudeerd in feite niet ook een pot nat? En is kunst niet gewoon een business, zoals ook V.A. Wölfl in de openingsvoorstelling van Julidans snoeihard stelde?

Mirjam van der Linden

-------------

WERELDMUZIEK / Afrikafestival Hertme

Openluchttheater, Hertme. 23ste Afrikafestival Hertme. 2 en 3/7.

Voor de 23ste keer bewees het Afrikafestival in Hertme afgelopen weekeinde het toonaangevendste podium te zijn voor Afrikaanse muziek in het land. En dat zonder een cent subsidie en met financiële steun van slechts enkele lokale sponsoren. Het geheim van Hertme? Belangeloze inzet van iedereen in de organisatie, veel goodwill bij Afrikaanse artiesten, een programmeur bij wie liefde voor de muziek centraal staat en een grote, nog altijd groeiende schare trouwe bezoekers. Dankzij die combinatie lukt het 'Hertme' om naast telkens weer interessante verrassingen ook klinkende namen te presenteren. Dit keer waren dat Staff Benda Bilili uit Kinshasa, het Orchestre Poly-Rhythmo de Cotonou uit Benin en Seun Kuti met de legendarische band van zijn vader Fela uit Nigeria.

Hertme wordt dus niet getroffen door de volgend jaar ingaande kortingen op cultuursubsidies, maar wel door de verhoging van het btw-tarief. Programmeur Rob Lokin verzuchtte dat het bestuur met pijn in het hart had besloten om dit jaar niet 1 maar 4 euro meer te vragen voor een dagkaart: 'Heel spijtig, want anders was het ook dit keer weer gelukt om onder de 20 euro te blijven.'

Minstens zo belangrijk als de kwaliteit van het muzikale aanbod is de sfeer die het festival kenmerkt. Er is slechts een podium, dus niemand hoeft zich telkens naar elders te spoeden. De tijd die nodig is om het podium gereed te maken voor de volgende artiest of groep, fungeert juist als welkome adempauze. Voor elk optreden is een vol uur ingeroosterd, maar bij overschrijding is er geen strenge hand die ingrijpt. Zo liep het concert van zangeres Khaira Arby uit Mali op zaterdagmiddag maar liefst 35 minuten uit. Dat daardoor het laatste optreden van de dag, door de Malagassische gitarist Damily en zijn groep, pas rond middernacht begon, is in Hertme geen probleem, zo verklaarde Lokin: 'Iedereen in het dorp is op de een of andere manier bij het festival betrokken, dus niemand klaagt over geluidsoverlast.'

Hoewel in Hertme gestreefd wordt naar zoveel mogelijk onversneden Afrikaanse traditie, was het aandeel authentiek getrommel en gedans dit jaar opvallend klein. Veel djembés op de aangrenzende markt, maar op het toneel slechts één, en dan nog een in Egypte verdwaald exemplaar, tijdens het concert van Rango. Met hun eeuwenoude, uit Zuid-Soedan afkomstige trancemuziek, vormde het gezelschap rond Hassan Bergamon, bespeler van de rango (een houten xylofoon waarvan nog slechts drie antieke exemplaren bestaan), een van die verrassingen waarvoor liefhebbers graag naar Hertme komen.

Als je meteen daarna ook nog wordt betoverd door het soms fluisterzacht ingetogen, dan weer extatische solo-optreden van de jonge Kameroense singer-songwriter Kareyce Fotso, prijs je jezelf gelukkig dat je er bij was.

Ton Maas

-------------

OPERA / Ulisse * * *

Concertgebouw Amsterdam. Monteverdi: Il ritorno d'Ulisse in patria. La Venexiana o.l.v. Claudio Cavina, 3/7.

Dat is schrikken. Staat Monteverdi's prachtopera Il ritorno d'Ulisse in patria tijdens de Robeco Zomerconcerten in het Concertgebouw, biedt de Grote Zaal de aanblik van een Noordzeestrand op een frisse zomerdag. Reuring genoeg, maar bij lange na niet vol.

De statuur van de musici speelt in de lauwe belangstelling mogelijk een rol. Barokkenners lopen weg met het ensemble La Venexiana, maar buiten het oudemuziekcircuit sorteren de Italianen hooguit een wazige blik. En doorgewinterde operafans misten onder de solisten natuurlijk een Grote Naam.

De groep van dirigent Claudio Cavina zong z'n reputatie bij elkaar met het Italiaanse madrigaal. Die wonderwereld uit de 16de en 17de eeuw werd in de jaren 1990 wakker gekust door Rinaldo Alessandrini en Concerto Italiano. Hun warmbloedige kijk op muziek en poëzie vond her en der navolgers.

Met opnamen van Monteverdi's madrigaalboeken heeft La Venexiana inmiddels een prijzenkast gevuld. Of dat met de drie overgeleverde opera's ook lukt, is de vraag. De verstrengeling van pakweg vijf zangers in een madrigaal stelt nu eenmaal andere eisen dan de bloedstollende voordracht van een aria in je eentje.

En daar komt het wel op aan, in Monteverdi's vertelling van Odysseus (Ulisse), de held die na twintig jaar zwerven door Neptunus wordt neergekwakt op het thuisstrand van Ithaka, waarna hij de belagers van zijn vrouw Penelope het paleis uit gooit.

'Slaap ik nog of ben ik wakker?', zingt de held wanneer hij op de vloedlijn zijn ogen opent. Die vraag hebben de Italiaanse musici zichzelf vermoedelijk ook gesteld. Zondagochtend om vier uur waren ze op het vliegtuig naar Nederland gestapt, om na een misverstand met hun hotel de godganse dag in het Concertgebouw te moeten bivakkeren.

Slaapgebrek zou de doffe tint van hun prestaties kunnen verklaren. In de Grote Zaal, voor bescheiden barokstemmen toch al een bezoeking, vielen in de bijrollen registerbreuk en valsheid te noteren. Aan Ulisse gaf de Italiaanse tenor Mirko Guadagnini de laagte van een held, maar de hoogte van een twijfelaar. Bij Oksana Lazareva, een Siberische alt, bleef Penelope vooral onmachtig broeden.

Alleen de stem van Roberta Mameli wist te stralen; de sopraan kwam zich als Minerva met het ondermaanse bemoeien. Tenor Luca Dordolo speelde de stotterende veelvraat Iro keurig uit. Neptunus, de zeegod, deed via Salvo Vitale bulderend wat hij moest doen. En dirigent Claudio Cavina bewees zijn kwaliteit vooral in de ritornelli. Die instrumentale tussenspelen kneedde hij als warme was.

Guido van Oorschot

-------------

THEATER / De Parade

Westbroekpark Den Haag. Theaterfestival De Parade, 3/7. Nog in Den Haag tot 10 juli, deparade.nl

Wat heerlijk, de Ashton Brothers zijn weer terug! Na een podiumstilte van anderhalf jaar wegens ziekte van Friso van Vemde staat de alom bejubelde viermanstheatergroep weer op het podium in de originele bezetting. Op De Parade werken ze toe naar de reprise van hun laatste show waarmee ze dit najaar op tournee gaan en brengen ze enkele succesnummers. Het spelplezier is in ieder geval volledig terug, onder meer in de prachtige act over een orkest dat aan het stemmen is.

Een veel mindere Parade-voorstelling dit jaar is Moulin Rouge van Annechien Koerselman. In Moulin Rouge proberen vier acteurs de sfeer van de legendarische Parijse nachtclub te doen herleven en wordt een tragische liefdesgeschiedenis verteld tussen een welgestelde jongeman en de sterzangeres van de nachtclub Mimi. Hoewel er goed wordt gemusiceerd en mooi klassiek wordt gezongen door Mimi, weet het verhaal niet te boeien wegens een gebrek aan originaliteit en overacting.

Ook bij de mix van circus en theater Uitblinkers van Circuswerkplaats Boost ontbreekt het aan spanning en originaliteit. Het toneelbeeld bestaat uit een huiskamer waarin een vader en moeder proberen tijd voor zichzelf te vinden, terwijl ze sterk afgeleid worden door drie rebelse kinderen op eenwielers. Je verwacht bij deze voorstelling óf meer acrobatische hoogstandjes, óf een interessantere verhaallijn. Maar in plaats daarvan kabbelt het te lang voort.

Bij de komedie Who's afraid of George & Mildred? van acteurs George van Houts en Raymonde de Kuyper zit je gelukkig de hele voorstelling rechtovereind. Van Houts en De Kuyper, een prachtcombinatie, hebben een leuke manier gevonden om de Britse jaren 70-sitcom over het kibbelende echtpaar George & Mildred naar een Nederlands podium te vertalen: ze spelen het Nederlandse echtpaar George en Marit dat het leuk vindt om 's avonds in de slaapkamer scènes uit de Britse comedy na te spelen.

Zo worden scherpe Nederlandse dialogen van George en Marit afgewisseld met enkele scènes in het Engels tussen 'George' en 'Mildred'. Totdat het onderscheid tussen de beide paren langzaam zoekraakt en er ook nog een vleugje Edward Albee aan dit slechte huwelijk wordt toegevoegd.

Joris Henquet

undefined

Meer over